Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype


De Gucht schrapt 75 ontwikkelingslanden, en bespaart 1,1 miljard euro

Aangebracht door 11.11.11 op wo 11 mei 2011

 


Europese Commissaris voor Handel, Karel De Gucht, heeft lelijk huis gehouden in één van de belangrijkste Europese beleidsinstrumenten ten aanzien van de ontwikkelingslanden, namelijk het "GSP". Dit "Generalised System of Preferences" of "veralgemeend stelsel van handelspreferenties" geeft voordelige markttoegang aan ontwikkelingslanden. Daarmee ondersteunt de EU al 40 jaar hun economische ontwikkeling door hun kansen te vergroten om producten uit te voeren.

Op dinsdag 10 mei heeft De Gucht een radicale hervorming van het GSP aangekondigd: ongeveer 75 ontwikkelingslanden zullen niet meer in aanmerking komen. Met deze operatie, die voorgesteld wordt als "inzoomen op de landen met de grootste noden", bespaart de EU maar liefst 1,1 miljard € uit aan invoertaks-vrijstellingen.

Het GSP bestaat al sinds de jaren zeventig en geldt voor alle ontwikkelingslanden. Het schaft een aantal invoertaksen af op hun uitvoer naar de EU of kent forse verlagingen toe. Daardoor kunnen ontwikkelingslanden beter concurreren en hun exportinkomsten vergroten.

Sinds 2006 bestaat er ook een versterkte versie van het GSP, het GSP+, dat extra markttoegang biedt als aanmoediging om 27 internationale sociale en milieunormen te ratificeren en uit te voeren. Dit stelsel vervangt een soortgelijk systeem dat sinds 1996 bestond om landen te steunen in hun strijd tegen drugs.

Ten slotte is er sinds 2001-2004 ook een super versie van het GSP voor de minst-ontwikkelde landen. Deze versie schaft alle invoertaksen af voor (bijna) "alles behalve wapens", vandaar de naam "Everything but Arms" of EBA.

Het algemene GSP en het bijzonder GSP+ en EBA zijn tijdelijke maatregelen die regelmatig worden bevestigd en aangepast. Dat gebeurt door middel van een Europese wet ("Verordening") die sinds het Verdrag van Lissabon niet alleen door de Europese Raad (de lidstaten dus) moet goedgekeurd worden, maar ook door het Europese Parlement.

De hervorming die De Gucht wil doorvoeren komt dus onder de vorm van een ontwerpverordening die aan de Raad en het Parlement wordt overgemaakt.

In zijn voorstelling van de hervorming benadrukt De Gucht dat hij wil inspelen op de veranderde omstandigheden en vooral de sterke groei van de opkomende ontwikkelingslanden, zoals China, India en Brazilië. Deze landen hebben geen steun meer nodig zegt hij. Door het aantal begunstigde landen te verlagen en landen "zoals Koeweit, Rusland, Saoedi-Arabië en Katar" uit het GSP te verwijderen kan het systeem focussen op landen die dit het meest nodig hebben en juinen die meer kansen krijgen. De vraag is of dat laatste wel klopt, maar ook hoe hij de landen geselecteerd heeft die eruit gaan en wat dit nog voor effecten heeft.

Het enige criterium dat De Gucht gebruikt om de landen te onderscheiden die het GSP het meest nodig hebben is het bruto nationaal inkomen per hoofd. De helft van de landen die uit de lijst van begunstigden worden geschrapt zijn landen die volgens de classificatie van de Wereldbank behoren tot de "hoge inkomens" en de "hoge middeninkomenslanden". Daartoe behoren inderdaad de meeste olieproducerende landen, vooral als ze weinig bevolkt zijn. Maar er worden zo ook maar liefst 21 ACP-landen aan de deur gezet, terwijl China aan boord blijft en ook India, Nigeria, Iran, Irak, Thailand, enz.

Dat wil zeggen dat een aantal landen behouden blijven die op dit ogenblik het meest gebruik hebben weten te maken van het GSP, zoals India (13,1 miljard Euro aan GSP- uitvoer naar de EU), Thailand (4,2 miljard Euro) en Indonesië (3,4 miljard Euro).

Aan de ander kant gaat Brazilië er uit (3,4 miljard Euro) en ook Argentinië en Uruguay. Dit zijn drie landen die samen met Paraguay de Mercosur uitmaken, een regio die op dit ogenblik verwikkeld is in moeizame vrijhandelsbesprekingen met de Europese Unie. Als de Mercosur niet tot een akkoord komt, zal ze een belangrijke deel van haar markttoegang tot de EU zal verliezen. Dat zal de onderhandelingspositie van de EU alleen maar versterken.

Datzelfde geldt ook voor 7 van de geschrapte 21 ACP-landen die op dit ogenblik nog altijd onderhandelden voor regionale EPA's (Botswana, Fiji, Gabon, Mauritius, Namibië, Palau en de Seychellen). Zij weten nu ook dat ze niet meer op het GSP zullen kunnen terugvallen en de meeste zullen het moeten doen met de betwiste interim EPA's die ze op het einde van 2007 hebben moeten aanvaarden om hun gunstige markttoegang te behouden.

Thailand, Indonesië en de Filippijnen daarentegen blijven in het GSP. Zij zullen zich nu misschien beter kunnen weren tegen de druk van de EU om een vrijhandelsakkoord te onderhandelen.

De ander helft van de landen die uit de lijst van GSP-begunstigden wordt geschrapt zijn landen die al één of ander vrijhandelsakkoord met de EU hebben. Zij zullen dus niet meer kunnen die kiezen onder welk stelsel ze hun producten uitvoeren. Dit brengt het aantal ACP-landen dat uit de lijst verdwijnt op 29 (door toevoeging van Ghana, Ivoorkust, Kameroen, Kenya, Zimbabwe, Swaziland en Papoea Nieuw Guinea die interim EPA's hebben en Guyana dat onder de Caraïbische EPA valt).

ACP-landen uit het GSP halen zal de verdeeldheid onder de ACP-landen alleen maar doen toenemen. Sinds het einde van 2007 kunnen ACP-landen die deel uitmaken van een zelfde vrijhandelszone of douane-unie onder drie verschillende Europese markttoegangsregelingen vallen (interim EPA, GSP, EBA), nu komt daar nog een vierde bij: MFN! Dat is de regeling die tot nu toe alleen gold voor industrielanden, de enige regeling die overblijft als men uit het GSP wordt geschrapt.

Dit staat wel héél ver af van de situatie van voor het einde van 2007 toen de ACP-landen allemaal de zelfde gunstige regeling hadden met toestemming van de Wereldhandelsorganisatie (een zogenaamde "waiver"). Dit staat ook heel ver af van wat de ACP en EU middenveldorganisaties vragen en ook de ACP-landen zelf, namelijk dat alle Afrikaanse landen die deel uitmaken van een douane-unie die in meerderheid bestaat uit minst-ontwikkelde landen, onder het EBA zouden vallen.

De Gucht claimt ook dat zijn voorstel meer landen zal toelaten om te profiteren van het GSP+, terwijl er in feite in dit subsysteem maar een tiental landen zullen overblijven. Op dit ogenblik telt het GSP+ 15 landen.

Wel is het zo dat door een versoepeling van de criteria twee nieuwe landen zullen kunnen genieten van GSP+: Pakistan en Oekraïne. Dat heeft meteen aanleiding gegeven tot zwaar protest van 10 van de 27 Europese Commissarissen omdat dit zou kunnen leiden tot een verhoogde invoer van textiel en biobrandstoffen en concurrentie met Europese producenten. Maar het GSP voorziet in bijzondere beschermingsmaatregelen die zelfs automatisch inwerking treden als de invoer van bepaalde producten onder het GSP sterk zouden stijgen.

Zal de schrapping van 75 ontwikkelingslanden meer mogelijkheden geven aan de 49 minst-ontwikkelde landen (voor wie het EBA ongewijzigd behouden blijft)? Dat is niet per se zo. Er moet namelijk ook rekening gehouden worden met de "oorsprongsregels"; dat zijn regels die bepalen hoeveel toegevoegde waarde in een land moet geproduceerd worden om een product te erkennen als afkomstig uit dat land. Bijvoorbeeld: als een jeans in Bangladesh aan elkaar wordt genaaid, maar de stof komt uit China, is dat dan een Bengaalse jeans? De oorsprongsregels van de EU zijn nog steeds erg streng en hinken de huidige economische realiteit van langgerekte mondiale productieketens, waarbij er in elk land maar een kleine beetje waarde meer wordt toegevoegd, achterna. De minst-ontwikkelde landen kunnen dus niet zomaar in het gat in de markt springen dat de schrapping van andere landen zou achterlaten. En vermist de helft van de geschrapte landen vrijhandelsakkoorden hebben met de EU, zouden zij en de landen die nog in het GSP zitten dit gat wel eens eerder kunnen vullen.

Al bij al is het dus moeilijk te begrijpen wat de Europese Commissaris dus drijft in deze radicale hervorming. Tenzij we het volgende in beschouwing nemen. De "focus op de meest behoeftigen" zal de invoer van GSP-producten naar de EU verminderen van €60 miljard naar €37,7 miljard en zal de EU €1,1 miljard aan verlies aan douane-inkomsten besparen! Het zal de EU bijkomende middelen geven om bepaalde landen onder druk te zetten om wederzijdse vrijhandelsakkoorden met de EU af te sluiten. Het zal de EU ook toelaten om landen onder druk te zetten om hun beperkingen op de uitvoer van grondstoffen in te trekken, want het GSP kan worden ingetrokken als landen dit soort beperkingen handhaven op een manier die schade berokkent aan de Europese industrie. "Toegang toe grondstoffen" staat sinds enkele jaren bovenaan het lijstje van de Europese offensieve economische belangen

De hervorming van het GSP komt op een ogenblik dat de EU ook werkt aan een herziening van haar ontwikkelingsbeleid. Hier zien we dezelfde tendensen: steun aan de bedrijven, besparingen, en het afstoten van de middeninkomenslanden die voortaan alleen nog leningen zouden krijgen (waarbij vergeten wordt dat drie kwart van armen in de wereld in middeninkomenslanden leven!).

Het is duidelijk dat de wereldwijde crises en de toegenomen concurrentie van de opkomende economieën de EU erg zenuwachtig maakt en dat ze minder vrijgevig en meer zelfzuchtig wordt dan ooit.


Laatste aanpassing op di 10 jan 2012
Artikel 2421 keer gelezen
Share/Bookmark

Steun 11.11.11


Schenk online
of stort op
BE30 0000 0000 1111


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell