Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype


Hiv en Aids - Inleidende tekst

Aangebracht door 11.11.11 op zo 14 dec 2003

 

hspace=5

De strijd tegen hiv en aids is ongetwijfeld één van de grootste uitdagingen aan het begin van de eenentwintigste eeuw.
In 2002 stierven bijna drie miljoen mensen aan aids. De dodentol bedroeg meer dan 8.000 mensen per dag. Veertig miljoen mensen in de wereld zijn besmet met het hiv-virus. Jaarlijks zijn er meer dan vijf miljoen nieuwe besmettingen.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is zwart Afrika het zwaarst getroffen door de epidemie. Tachtig procent van alle aidsdoden in de wereld en meer dan zeventig procent van alle nieuwe besmettingen zijn hier te situeren. In sommige landen is meer dan twintig procent van de bevolking besmet. Ook in andere delen van de wereld, zoals de Caraïben, Zuid-Azië en Oost- en Centraal-Europa, verspreidt de ziekte zich onrustwekkend snel.

De hiv- en aidsepidemie heeft niet enkel een ontwrichtend effect op de gezondheidsstructuur in de getroffen landen, maar ook op het hele economische, sociale en politieke bestel. Zonder hiv en aids zou de levensverwachting voor mannen en vrouwen in Afrika in 2002 ongeveer zes jaar hoger gelegen hebben. In landen als Botswana, Lesotho, Swaziland en Zimbabwe zijn de verworvenheden van de voorbije decennia op dit vlak volledig tenietgedaan. De levensverwachting bij de geboorte is maar eventjes met twintig jaar verminderd en bedraagt voor mannen nog minder dan 46 jaar.

Algemeen gesproken zijn er meer mannen dan vrouwen seropositief, maar het aantal besmettingen bij het vrouwelijk deel van de bevolking neemt razendsnel toe. In Afrika ten zuiden van de Sahara zijn nu al meer vrouwen dan mannen besmet. Volgens de WGO komt seropositiviteit in vele Afrikaanse landen in de leeftijdsgroep van 15- tot 24-jarigen zelfs zesmaal meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Vrouwen hebben niet altijd de mogelijkheid om seksueel contact te weigeren of het gebruik van een condoom te eisen. Volgens UNFPA hebben studies bovendien aangetoond dat vooral jonge, gehuwde meisjes een verhoogd risico op besmetting lopen, zeker als zij getrouwd zijn met een veel oudere man.

Aidsbestrijding en mensenrechten

Om de epidemie te kunnen keren is het van cruciaal belang om het hiv- en aidsprobleem te bekijken vanuit een rechtenbenadering. In een recent rapport benadrukte Paul Hunt, de Speciale Rapporteur van de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens, dat de strijd tegen hiv en aids op een geïntegreerde manier en op verschillende terreinen tegelijkertijd gevoerd moet worden: er is zowel nood aan preventie als aan behandeling, verzorging en steun aan mensen met hiv en aids. Hij drong erop aan dat een behandeling voor iedereen beschikbaar en toegankelijk moet zijn.
In verband hiermee verwees hij onder andere naar de speciale vergadering die UNAIDS en het Bureau van de Hoog Commissaris voor de Rechten van de Mens in juni 2003 organiseerden om een strategie te ontwikkelen waarmee het mogelijk is thema’s in verband met hiv en aids te integreren in de mensenrechtenwerking.
De relatie tussen hiv en aids en mensenrechten manifesteert zich op verschillende terreinen. Zo is er sprake van een stigmatisering en discriminatie van seropositieven en aidslijders, maar ook van andere groepen in de samenleving (drugverslaafden, gevangenen, commerciële sekswerkers, homofielen). Er bestaan ook genderongelijkheden (denken we maar aan de noodzakelijke strijd tegen de seksuele en economische exploitatie van vrouwen en meisjes, ook in conflictsituaties, aan acties voor gendergelijkheid en tegen discriminatie binnen het gezin, het huwelijk, aan het recht op eigendom, enzovoort) en verder is er nood aan een gelijke toegang tot preventie en behandeling voor iedereen.

In de armste landen, waar de meeste aandacht totnogtoe vooral ging naar preventie en waar de armste bevolkingsgroepen ook geen toegang hadden tot verzorging en antiretrovirale geneesmiddelen, heeft deze eenzijdige benadering geleid tot een verhoogde sociale stigmatisering van seropositieven. Onderzoek heeft aangetoond dat een betere opvang en verzorging van mensen met hiv en aids bijdraagt tot een destigmatisering van hiv en aids, waardoor mensen zich gemakkelijker vrijwillig laten testen, wat nog altijd één van de hoekstenen van een doeltreffend hiv- en aidsbeleid is.

De houding van de overheid is een andere bepalende factor in de strijd tegen hiv en aids. In een interview voor de BBC naar aanleiding van Wereldaidsdag verwoordde Kofi Annan, Algemeen Secretaris van de Verenigde Naties, het als volgt: “Ik ben kwaad, ik ben ontgoocheld, ik voel me hulpeloos ... te leven in een wereld waar we de middelen en het geld hebben om alle (aidspatiënten) te kunnen helpen, maar wat ontbreekt is de politieke wil.” Hij beschreef aids als een probleem van openbare veiligheid, dat evenwel lang niet zoveel aandacht krijgt als de strijd tegen terrorisme en massavernietigingswapens. Hij wees ook met een beschuldigende vinger naar een aantal Afrikaanse leiders die nog liever hun volk zien sterven dan het woord ‘condoom’ in de mond te nemen.

De WGO maakt duidelijk dat het ook anders kan en verwijst expliciet naar de ervaring in Brazilië, een land met een enorme sociale ongelijkheid. Brazilië was een van de eerste landen ter wereld dat een wet goedkeurde die bepaalt dat iedereen recht heeft op verzorging wanneer hij of zij besmet is met het virus. Dankzij deze wet zijn hiv en aids weggehaald uit de persoonlijke sfeer en op de publieke agenda geplaatst, want de overheid heeft de verantwoordelijkheid voor deze problematiek op zich genomen.
De universele toegang tot antiretrovirale middelen heeft de groei van het aantal nieuwe hiv- en aidsbesmettingen sterk ingedijkt: tijdens de eerste negen maanden van 2001 werden maar 7.361 nieuwe gevallen genoteerd in vergelijking met 17.504 geregistreerde gevallen in het jaar 2000. Bovendien zag Brazilië de ziekenhuiskosten voor mensen die tussen 1997 en 2001 werden opgenomen met opportunistische infecties, met ongeveer 2,1 miljard dollar dalen. Mexico heeft in 2003 een gelijkaardige wet uitgevaardigd en zou een gelijkaardige evolutie mogen verwachten.

Een nieuwe scheiding dreigt

Vandaag de dag worden ontwikkelingslanden, vooral in Afrika, vrijwel automatisch geassocieerd met rampscenario’s waarin hiv en aids, naast uitzichtloze oorlogen en gewapende conflicten, een hoofdrol spelen. In deze context spreekt het voor zich dat internationale donoren, regeringen, NGOs en wetenschappers een prioriteit hebben gemaakt van de strijd tegen de verdere verspreiding van de epidemie. Op een internationale conferentie in Amsterdam in november 2003 werd echter gewaarschuwd voor de opkomst van een nieuwe scheiding tussen de voorvechters van seksuele en reproductieve gezondheid voor iedereen aan de ene kant en de hiv- en aidsgemeenschap aan de andere.

De aandacht gaat meer en meer naar de opvang en behandeling van de zieken en hun nabestaanden, waardoor preventieprogramma’s op de achtergrond dreigen te raken. Seksuele vorming en informatie voor mannen, vrouwen en jongeren, toegang tot diensten voor geboorteplanning, moderne contraceptiva en condooms, veilige bevallingen voor vrouwen, de preventie en verzorging van seksueel overdraagbare aandoeningen (die het risico op hiv en aids verhogen) en de strijd tegen seksueel geweld en voor gendergelijkheid tussen man en vrouw zijn nochtans doorslaggevende factoren in de preventie van hiv en aids en stuk voor stuk fundamentele aandachtspunten binnen het kader van de seksuele en reproductieve gezondheidszorg.
Steven Sinding, algemeen directeur van de International Planned Parenthood Federation (IPPF), heeft al gewaarschuwd voor de dalende aandacht voor seksuele en reproductieve gezondheid wereldwijd. Zo zijn de middelen voor geboorteplanning sinds Caïro 1994 met 36,8 procent gedaald, terwijl de fondsen voor hiv- en aidsbestrijding met 3.001 procent gestegen zijn. Hierdoor dreigen vooral de één miljard adolescenten, die overigens overal ter wereld hoe langer hoe vroeger seksueel actief worden en ook erg kwetsbaar zijn voor hiv-besmetting, in de kou te blijven doordat er geen middelen zijn voor de financiering van diensten voor seksuele en reproductieve gezondheidszorg die specifiek op hun behoeften zijn afgestemd.
Mari Simonen, directeur van de Technical and Support Division van het bevolkingsfonds van de VN, heeft op haar beurt benadrukt dat de internationale gemeenschap voor de uitvoering van het Actieprogramma van Caïro totnogtoe maar veertig procent van de nodige middelen ter beschikking heeft gesteld.

Willen we vermijden dat we met één hand geven en met de andere nemen, dan moeten de strijd tegen hiv en aids en de strijd voor een betere seksuele en reproductieve gezondheid duidelijk hand in hand gaan. Als we er inderdaad vanuit gaan dat mensenrechten en seksuele en reproductieve rechten “onvervreemdbaar, integraal en ondeelbaar” zijn en dat alle facetten van de Millenniumdoelstellingen onderling met elkaar verbonden zijn, dan kunnen we er ook niet omheen om de fondsen voor seksuele en reproductieve gezondheid aan te passen, overeenkomstig de verbintenissen die eerder in Caïro en Peking zijn aangegaan.

Bron: Marleen Bosmans en Marleen Temmerman in 'Iedereen Gezond!' Noord Zuidcahier, maart 2004.


Laatste aanpassing op di 14 dec 2004
Artikel 3638 keer gelezen
Share/Bookmark

Gerelateerde info

Thema's

Steun 11.11.11


Schenk online
of stort op
BE30 0000 0000 1111


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell