Neem deel aan de Nie ...
ngo-openboek publice ...
Ngo's kritisch over ...
Ngo's pleiten voor g ...
2.Kapitaalsverhoging van de Wereldbank
Ter tafel ligt eveneens de nood aan bijkomend kapitaal voor de Wereldbank. In het kader van de crisis heeft de Wereldbank besloten om 100 miljard dollar vrij te maken voor nieuwe leningen op een periode van 3 jaar. Maar dat zou betekenen dat men, na de crisis, slechts een gemiddelde van 10 miljard per jaar zou kunnen uitlenen terwijl men schat minstens 15 miljard nodig te hebben. Er is dus dringend nood om de kapitaalsbasis te versterken, ook al omdat de WB niet het risico wil lopen haar AAA–graad op de kapitaalmarkt te verliezen. Door zo een AAA-graad kan men op uiterst gunstige voorwaarden geld ontlenen op de kapitaalmarkt.
België komt op de 14de plaats in de rangorde van de huidige aandeelhouders en zou, volgens een document van de WB, 11 tot 18 miljoen Euro op tafel moeten leggen om de kapitaalsverhoging (waarvoor verschillende scenario’s bestaan) te spijzen. En dat geld zal cash van de begroting moeten komen, gespreid over 5 jaar weliswaar.
Maar ook hier is veel discussie over op dit ogenblik. De G-7 voelt er alvast weinig voor. Sommige landen vinden dat de President van de WB eerst maar eens moet komen met een duidelijk strategisch plan ipv een samenraapsel van wat men toch al doet. En een strategisch plan impliceert duidelijke keuzes maken. Voor vele donorlanden speelt natuurlijk ook mee dat er budgettair weinig ruimte is door de crisis. Sommige landen, zoals Italië en Ierland hebben zelfs hun budget voor Ontwikkelingssamenwerking verlaagd.
Anderzijds hebben verschillende regionale ontwikkelingsbanken, zoals de Aziatische, reeds een kapitaalsverhoging doorgevoerd en de WB zal waarschijnlijk genoodzaakt zijn dit ook te doen wil ze haar relevantie behouden.
3.Meer flexibiliteit omtrent het kader voor een duurzaam schuldbeheer.
Aan het Development Committee wordt ook een document voorgelegd vooreen meer flexibel en duurzaam schuldbeheer:het DSF ( Debt Sustainability Framework).
Het DSF is jarenlang het pronkstuk geweest waar alle donoren zich strikt aan hielden om te besluiten of de schuldenlast van een land in het Zuiden al of niet bezig was te ontsporen. En daaraan werden heel wat financieringsbeslissingen gekoppeld. Het was in hun ogen zowat het beste kader dat men ooit ontwikkeld had en het moest strikt worden toegepast. DeNgo’s hebben we steeds kritiek gehad o.a. op het rigide karakter van dit kader. Het hield ook op geen enkele manier rekening met de bereiken van de MDG doelstellingen.
En zie, nu is het plots allemaal niet meer zo nodig en is men bereid het een stuk soepeler te maken waardoor de ontwikkelingslanden weer meer geld kunnen ontlenen. Van een U-bocht gesproken. De officiële reden is dat men het gemakkelijker wil maken voor de ontwikkelingslanden om hun ontwikkelingsdoelstellingen te financieren. Maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat de donoren hiermee hun verantwoordelijkheid trachten te ontlopen. Het verschaft hun een alibi om geen extra hulp te moeten verlenen.
Hoe het ook zij, verschillende studies (ook van het IMF) tonen aan dat een aantal landen in het Zuiden op een nieuwe schuldencrisis afstevenen. Het is vanuit dat perspectief dat je onze eisen in de brief aan minister Reynders moet lezen. In het gesprek deze morgen bleek dat België alvast geen voorstander is van een meer flexibele aanpak. Maar of men dan ook meer geld zal vrijmaken voor deze landen is minder evident.
Pol Vandevoort - Istanbul, vrijdag 2 oktober 2009.