Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype


Noord en Zuid botsen op WTO handelsconferentie

Aangebracht door 11.11.11 op do 15 dec 2011

Vandaag begint in Genève de achtste ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waar wordt onderhandeld over een vergaande liberalisering van de wereldhandel. Tien jaar na hun lancering in Doha (Qatar) zitten die onderhandelingen muurvast. Er is geen akkoord over de belangrijkste dossiers noch over een manier om uit de impasse te geraken. Marc Maes, handelsexpert van 11.11.11 woont de vergadering bij en legt hier uit wat er loos is in de WTO.

protest tegen WTO in Zuid-KoreaDe achtste ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) komt ongeveer één maand na de tiende verjaardag van de lancering van de 'Doha Ontwikkelingsronde', dat is een zeer ambitieuze onderhandelingsronde voor een vergaande liberalisering van de wereldhandel, met bijzondere aandacht voor de noden van de ontwikkelingslanden. Tenminste, zo werd deze ronde voorgesteld. Maar al snel bleek dat de rijke landen vooral op zoek waren naar zeer vergaande toegevingen van de ontwikkelingslanden. Binnen de kortste keren zat het er bovenarms op.

Twee jaar na Doha weigerden de ontwikkelingslanden om nog verder te onderhandelen over een belangrijk deel van de agenda: investeringen, overheidsaanbestedingen en concurrentieregels. Daarna kwam het nooit meer goed. De ronde sukkelde van mislukking naar mislukking. Op de vorige ministerconferentie in 2009 had men nog hoop dat er terug beweging zou komen in de onderhandelingen. Nu geeft iedereen toe dat de ronde muurvast zit.



De Uruguay Ronde

De WTO is geboren uit de vorige grote onderhandelingsronde over de liberalisering van de wereldhandel, de 'Uruguay Ronde', die acht jaar geduurd heeft (1986-1994). Die ronde leverde een hele reeks nieuwe akkoorden op: over de verdere liberalisering van de handel in goederen, de liberalisering van de landbouw en de vermindering van de landbouwsubsidies, de liberalisering van de dienstensector, de handel in textielproducten, het naleven van intellectuele eigendomsrechten (copyright, patenten, enz), en over de oprichting van een permanente Wereldhandelsorganisatie.

Met de komst van de WTO zouden uitputtende onderhandelingsrondes niet meer nodig zijn. In de WTO zouden voortdurend nieuwe liberaliseringen kunnen afgesproken worden. Zo was er bijvoorbeeld meteen al vastgelegd dat WTO-leden binnen de zes jaar zouden onderhandelen over de verdere liberalisering van de landbouw en van de handel in diensten.

Maar nog geen drie jaar na de oprichting van de WTO begon vooral de EU toch aan te dringen op een nieuwe onderhandelingsronde. Die zou niet alleen gaan over de handel in diensten en de landbouw, maar ook over al de andere goederen (uit de industrie, mijnbouw, bosbouw, visserij) en over alweer een reeks nieuwe thema's: investeringen, overheidsaanbestedingen, concurrentieregels en een vereenvoudiging van de douaneverrichtingen. De ontwikkelingslanden zagen dat niet zitten. Landbouw en diensten was al werk genoeg. Bovendien vonden ze dat er nogal wat problemen waren met de uitvoering van de akkoorden die uit de Uruguay Ronde waren gekomen en dat er dus best eerst een evaluatie en bijschaving zou komen van deze akkoorden.

protest wto cancunMaar de EU hield voet bij stuk en kreeg bijval van andere rijke landen voor wat de EU ondertussen de Millenniumronde was gaan noemen. Een poging om een akkoord te krijgen voor de lancering van de Millenniumronde tijdens WTO-ministerconferentie van Seattle in 1999 stootte in de conferentie op verzet van de ontwikkelingslanden en buiten op straat op luid protest.

Maar de EU liet niet af. Twee jaar later stond de ronde opnieuw op de agenda van de WTO-ministerconferentie die ditmaal doorging in Doha, de hoofdstad van het woestijnland Qatar. Van straatprotest zou men daar alvast geen last hebben. Bovendien kwam de conferentie enkele weken na de aanslag op de WTC-torens in New York. De VS, die achter de plannen van de EU stond, drong er op aan dat de WTO-leden zich eensgezind zouden tonen in het zicht van de gruwel van het terrorisme. Bovendien, zo beloofden de rijke landen, zou deze ronde bijzondere aandacht hebben voor de belangen van de ontwikkelingslanden. De evaluatie en bijsturing van de bestaande akkoorden zou het eerste werk zijn van de ronde, tegelijk met het opstarten van de onderhandelingen over goederen en diensten. Vervolgens zou een volgende ministerconferentie (in Cancun in 2003) beslissen over de manier waarop de nieuwe thema's zouden worden aangepakt.



Invoertaksen

De twee jaren die volgden brachten meteen een grote ontnuchtering: de rijke landen vertraagden de evaluatie en bijsturing van de bestaande akkoorden, toonden geen bereidheid om hun landbouwsubsidies fors terug te schroeven, maar eisten tegelijk wel dat de ontwikkelingslanden hun invoertaksen voor landbouwproducten en "niet-landbouwproducten" (industrie, mijnbouw, bosbouw, visserij) zeer drastisch zouden verlagen. Want, zo argumenteerden ze, de invoertaksen in het Noorden waren over de jaren heen al erg verlaagd en nu was het de beurt aan het Zuiden om in één keer een grote inhaalbeweging te doen. Dat gold vooral voor de 'opkomende' ontwikkelingslanden die alsmaar concurrentiëler werden. Niet eerlijk, zegden de ontwikkelingslanden, wij zullen nog decennia nodig hebben om het ontwikkelingsniveau van het Noorden bij te benen en zo lang moeten we onze eigen economie kunnen blijven beschermen.

Op de volgende ministerconferentie in Cancun zetten de ontwikkelingslanden de tering naar de nering. Gezien de gebrekkige vooruitgang van de evaluatie en bijsturing van de bestaande akkoorden, de terughoudendheid van de rijke landen op vlak van landbouwsubsidies, en hun gulzigheid op vlak van toegang tot markten van het Zuiden, weigerden ze om de nieuwe thema's te onderhandelen met uitzondering van de vereenvoudiging van de douaneverrichtingen.

Sindsdien is het nooit meer echt goed gekomen met de Doharonde. Het bleef trekken en sleuren voor kleine toegevingen. De onderhandelingen spitsten zich alsmaar meer toe op landbouw en goederen. Zolang daar geen evenwicht werd gevonden tussen subsidies en invoerrechten en tussen Noord en Zuid zouden er in de andere dossiers ook geen toegevingen worden gedaan. De evaluatie en bijsturing en de dienstensector geraakten op de achtergrond net als alle andere kleinere thema's. Dringende zaken werden niet aangepakt, zoals de achteruitgang van de katoensector in de Sahellanden, die ten dele te maken heeft met de concurrentie van gesubsidieerde katoenproductie in de VS. De VS stelde zich trouwens almaar stugger op vlak van de eigen landbouwsubsidies en de invoertaksen van de ontwikkelingslanden. Een drastische algemene vermindering van de invoertaksen is voor de VS niet genoeg, en in verschillende sectoren die voor hen belangrijk zijn moeten de invoertaksen van de grotere ontwikkelingslanden zelfs naar nul.



Mondiale crises

Ondertussen zijn we tien jaar verder en is de wereld erg veranderd. China, dat in Doha lid werd van de WTO heeft bijna al de rijke landen voorbijgestoken op vlak van handel. In 2000 stond China nog op de elfde op de lijst van de grootste handelsmogendheden, net na België. Ondertussen staat China op de tweede plaats, net na de VS. Ook andere ontwikkelingslanden zijn fel gegroeid. India en Brazilië worden daarbij dikwijls in één adem genoemd. In 2000 was het aandeel van België in de wereldhandel twee maal groter dan dat van India en Brazilië samen (!), nu is hun gezamenlijk aandeel (tenminste) een derde groter dan België dat overigens nog altijd op de tiende plaats staat. Terwijl de economische groei in de rijke landen vertraagt, blijven veel ontwikkelingslanden grote groeicijfers neerzetten. De rijke landen zeggen alsmaar luider dat ze een 'eerlijk deel' van die groei willen, en daarvoor moeten de groeilanden hun goederen, diensten en investeringen binnenlaten (maar heeft het Noorden het Zuiden een 'eerlijk deel' van zijn groei gegeven?).

Ondertussen is het besef gegroeid dat de menselijke activiteit klimaatverandering veroorzaakt, en de rijkdom van het Noorden roofbouw gepleegd heeft op de planeet en dat de ontwikkelingslanden dit slechte voorbeeld zijn gevolgd.

Ondertussen heeft de wereld meerdere voedselcrises gekend en is de honger in de wereld toegenomen. Er zijn verschillende redenen voor deze crises: de sterke afhankelijkheid van sommige landen van de wereldmarkt, toenemende bevolking, de teelt van energiegewassen, speculatie, klimaatverandering. In ieder geval sommigen landen willen meer dan ooit de eigen landbouwproductie beschermen, anderen houden hun export in om de eigen behoeften voorrang te geven. Overschotten op de markt en de strijd voor markttoegang, heeft meer plaats geruimd voor tekorten en de nood aan een beheer van vraag en aanbod.

Ondertussen heeft de ongebreidelde liberalisering van de financiële diensten, het gebrek aan toezicht en het onverantwoorde winstbejag een financiële crisis veroorzaakt met alle economische gevolgen vandien.

In de WTO leiden deze crises niet tot een grote verandering van de standpunten, eerder tot een verharding ervan. De organisatie en de leidende leden zeggen dat de verdere vrijmaking van de wereldhandel goed is om uit de economische crises te geraken, om voedsel beschikbaar te maken, rijkdom te creëren en te verdelen en zelfs om de klimaatcrises aan te pakken (want hoe rijker, hoe meer middelen om er iets aan te doen, en bovendien krijgen landen toegang tot goederen en diensten die daar voor nodig zijn). Dat de liberalisering van de wereldhandel, en van de financiële diensten iets zou hebben bijgedragen aan de crises, wordt volledig ontkend.
Toch maakt de veranderde wereld landen onzeker over de in te slagen weg en groeit de aarzeling bij meerdere landen om nu nieuwe grote liberaliseringsverplichtingen aan te gaan. De WTO probeert ondertussen landen tegen te houden om protectionistische maatregelen te nemen om de crises af te weren.



Plurilateriale akkoorden

De onderhandelingen zitten vast. De grote belofte dat de Doha Ronde een 'ontwikkelingsronde' zou zijn, wordt niet ingelost. De WTO-ministerconferentie die om de twee jaar moet plaatsvinden zat er aan te komen zonder dat er iets op tafel kon gelegd worden. Om te laten zien dat de WTO echt wel wat wil doen voor de arme landen was in het voorjaar de idee gelanceerd om een aantal zaken uit de onderhandelingen te halen die van belang zijn voor de minst ontwikkelde landen en te proberen om dan toch ten minste daar akkoorden over te bereiken. Bijvoorbeeld vrije toegang voor de uitvoer van de minst ontwikkelde landen. De EU doet dat al tien jaar. Maar zelfs dat lukte niet. De VS wil daar alleen maar aan meedoen als de groeilanden dat ook doen. Een ander voorbeeld is de vermindering van de katoensubsidies. De VS wil maar meedoen als India en China meedoen. Enzoverder. Pogingen om andere zaken mee in de onderhandelingen te steken zoals de afschaffing van de exportsubsidies om een evenwicht te bereiken in de inspanningen (de EU zou dan haar nek moeten uitsteken), maakte de zaken alleen maar moeilijker. Conclusie: geen pakket maatregelen voor de minst ontwikkelde landen.
Maar zijn er dan geen andere thema's waar wel meer eensgezindheid over is, bijvoorbeeld over de vereenvoudiging van de douaneverrichtingen? Misschien wel, maar als dit uit de onderhandelingen wordt gelicht dan verandert misschien ook het evenwicht tussen de achtergebleven thema's. Conclusie: geen 'early harvest' (vroege oogst) of voorafname op een globaal akkoord over al de thema's.

Waarom dan niet verder doen op elk van de thema's met de landen die wel kunnen of willen vooruitgaan? Met andere woorden, akkoorden sluiten tussen de landen die dat willen, dus geen 'multilaterale akkoorden' (tussen alle leden), maar 'plurilaterale akkoorden' (tussen sommige leden). Maar dan moeten de landen die niet mee kunnen of willen zich neerleggen met de regeling die de andere treffen, en kunnen zij zich achteraf alleen nog maar aansluiten zonder dat er met hun bekommernissen is rekening gehouden. Vooral de rijkere landen zien plurilaterale onderhandelingen wel zitten. De meeste ontwikkelingslanden niet.

Ander voorstel, ook weer vooral van de rijke landen. Waarom niet proberen om 'nieuwe' thema's op tafel te leggen, bijvoorbeeld: energiezekerheid (door de liberalisering van de export van energiebronnen), toegang tot grondstoffen (die het Noorden nodig heeft, maar vooral in het Zuiden zitten), klimaat (door de invoering van invoertaksen op koolstofrijke producten; maar dat is géén liberalisering) of wat van: investeringen, overheidsaanbestedingen en concurrentieregels (?!).



De wereld is niet te koop

De Algemene Raad van de WTO (die bestaat uit de ambassadeurs van de WTO-leden in Genève) is er niet uit geraakt. Het is te zeggen, ze heeft wel enkele kleinere dingen bij elkaar gesprokkeld maar echt indrukwekkend is dat niet. Daarom heeft de raad alvast de ceremoniële toetreding van Rusland (en Samoa en Montenegro) tot de WTO op de agenda van de ministerconferentie geplaatst. Dan is er toch een blikvanger en goed nieuws te melden.

ourworldisnotforsale_logo_180De raad heeft ook wel een nota naar de ministerconferentie gestuurd met enkele algemeenheden en de vage aanbeveling dat de minsterconferentie nog eens zou kijken naar de mogelijkheden van 'andere onderhandelingsmethodes' (plurilaterale onderhandelingen?) en 'early harvest'. Maar met die aanbevelingen is meteen weer ongerustheid gecreëerd. Ministerconferenties zijn redelijk onvoorspelbaar. Als de rijke landen al hun trucken en drukkingsmiddelen uit de kast halen zouden er wel eens verrassingen uit de bus kunnen vallen. Veel ontwikkelingslanden zijn er niet gerust in en ''Our World Is Not For Sale" ook niet.

'Our World Is Not For Sale' (OWINFS) is de wereldwijde coalitie van vakbonden en ngo's, waar ook 11.11.11 lid van is. OWINFS is altijd zeer sceptische geweest over de drijfveren van het Noorden en vindt dat het Noorden zijn eisen moeten matigen om het Zuiden toe te laten om ook welvaart te creëren voor zijn bevolking. Bovendien vindt de coalitie dat de WTO eng gefixeerd is op liberalisering en niet focust op de creatie van waardig werk, voedselzekerheid en duurzame ontwikkeling.
OWINFS is hier neergestreken met een zestigtal vertegenwoordigers uit dertig landen. Het is daarmee in feite één van de grote delegaties. Alleen zit OWINFS niet mee aan tafel en moet ze zich beperken tot contacten in de wandelgangen. Hopelijk heeft dat enig effect.


Marc Maes, 11.11.11 beleidsmedewerker handel en ontwikkeling


Laatste aanpassing op za 24 dec 2011
Artikel 1234 keer gelezen
Share/Bookmark

Gerelateerde info

Thema's

Steun 11.11.11


Schenk online
of stort op
BE30 0000 0000 1111


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell