WTO ministerconferen ...
WTO moet anders: Voe ...
WTO: Ontwikkelingsla ...
WTO: Opdoeken die Do ...
Door Marc Maes, Studiedienst 11.11.11
27 juli 2007
Traditioneel valt het zomerreces van de WTO in augustus. Net voordien, in de laatste week van juli komt in Genève de Algemene Raad van de WTO samen. De Algemene Raad heeft de bevoegdheid om belangrijke beslissingen te nemen. Elk jaar opnieuw wordt deze zitting aangegrepen om een doorbraak te forceren in de kwakkelende Doharonde. In 2004 is dat gelukt, sindsdien niet meer. Ook dit jaar niet. Velen vragen zich ondertussen af of de Doharonde nog wel zin heeft. Anderen zeggen dat het in september erop of eronder gaat worden.
Dit is het derde van drie artikels over de stand van zaken in de Doharonde.
De Doharonde is nooit echt goed uit de startblokken geraakt en sukkelt van de ene mislukking naar de volgende gemiste deadline. In november 2001 lieten de ontwikkelingslanden die eigenlijk gewoon geen zin hadden in een nieuwe grote onderhandelingsronde zich paaien met de belofte dat de Doharonde een “ontwikkelingronde” zou zijn er dat er dus dit keer echt rekening zou gehouden worden met de belangen en noden van de ontwikkelingslanden. Bovendien voelden de ontwikkelingslanden zich verplicht een gebaar van goede wil te stellen zo vlak na de gruwelijke aanslagen op de WTC torens in New York (de voormalige Amerikaanse staatssecretaris van handel Barshewski heeft onlangs toegegeven dat de VS in Doha bewust die kaart getrokken hadden).
Wat er ook van zei, de ink van de Dohaverklaring was nog niet droog of beloften werden al verlaten en de rijke landen veegden hun voeten aan de belangen van de ontwikkelingslanden om volle kracht vooruit te gaan op de traditionele en nieuwe eigen belangen. Daar gaat het in de WTO tenslotte om: eigen belangen eerst.
Het is dan ook nooit goed gegaan met de ronde, de ministerconferentie van Cancun in 2003 mislukt, die van Hong Kong in 2005 leverde niets op, en van die van 2007 is voorlopig nog geen sprake. Tientallen keren hebben de ontwikkelingslanden, die de meerderheid van de leden en tenslotte ook van de wereldbevolking uitmaken gehamerd op hun voorstellen, hun standpunten, op de noodzaak van transparantie en participatie. Veel heeft het hen niet opgeleverd. Schattingen van de impact van de huidige onderhandelingsvoorstellen laten mindere resultaten zien voor de ontwikkelingslanden dan voor de rijke landen en zelfs verliezen voor de zwakste landen. En toch blijven de rijke landen zich wentelen in hun eigen gelijk en houden ze het been stijf. Het lijkt wel een dovensmansgesprek en een uitputtingsslag die blijft doorgaan tot de koppigste het opgeeft.
De wereldwijde andersglobalistische coalitie “Our World Is Not For Sale” stuurde de WTO-leden op 17 juli, de ochtend van de dag waarop Falconer en Stephenson hun voorstellen lanceerden, en brief om hen te vragen de Doharonde op te doeken en in plaats daarvan een reflectie te beginnen over wat soort handelsorganisatie en -regels de wereld eigenlijk nodig heeft (zie hieronder).
“In plaats van af te komen met multilaterale handelsregels die de mogelijkheden vergroten voor ontwikkelingslanden om nieuwe jobs te creëren, armoede uit roeien en duurzame economieën op te bouwen, heeft men de Doharonde gemanipuleerd om de belangen van de industrielanden te dienen en om de markttoegang van hun multinationals te vergroten.
…
De Doharonde opdoeken is niet het einde van het multilaterale handelssysteem. Een ander multilateralisme is mogelijk, één dat de rechten van de bedrijven niet boven de rechten van de mensen plaatst en de wereld niet berooft van de mogelijkheid zich zelf te besturen.”
Dit pleidooi van de civiele maatschappij is geen verrassing. Maar er gaan ook stemmen op tegen de huidige WTO-onderhandelingen vanuit een andere hoek. Sommige handelsdiplomaten vinden dat de Doharonde over problemen van het verleden handelt (martktoegang, subsidies, landbouw, industrie) en achterna hinkt op de recente ontwikkelingen: de exponentiële groei van China, de globalisering, de rol van de diensten, de investeringen, de openbare aanbestedingen en het intellectuele eigendom, de milieudimensie. In sommige kringen, zoals de OESO (de club van de rijke landen), worden inderdaad al strategische discussies gehouden over een ander soort multilateralisme. De eerste stappen in die richting lijken in eerste instantie te lopen via een toegenomen bilateralisme: de ontzettende toename van de bilaterale onderhandelingen waar de ontwikkelingslanden veel zwakker staan, en waar de rijke landen veel gemakkelijker hun oude thema’s én hun nieuwe thema’s doordrukken; om ze nadien zonder twijfel terug naar de WTO te leiden om de cirkel rond te maken
Het einde van de huidige rond lijkt hierdoor gewoon op het begin van een nieuwe. Die nieuwe ronde komt er in ieder geval, of wel daags na het succesvolle afsluiten van de Doharonde, ofwel enkele jaren na het mislukken ervan. En het zit er aan te komen dat het zoals van oudsher een ronde zal zijn waarin bedrijfsbelangen hoger op de agenda staan dan duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding.
To: Trade Ministers to the WTO
Dear Trade Ministers,
As civil society organizations and social movements committed to building a multilateral trade system that is just, sustainable and democratic, we believe that the time has come to officially declare the Doha Round of the WTO negotiations dead and to provide the necessary space to re-think the kind of multilateral trade rules that are needed to create employment and achieve sustainable development.
It is now almost six years since the Doha Agenda was launched in November 2001. What has followed since then is a litany of setbacks and/or failures --- from the collapse of the Cancun Ministerial in 2003, followed by the July framework cobbled together in 2004, then the desperate moves of the 2005 Hong Kong Ministerial to breathe new life into the Doha agenda, which led to the suspension of the WTO negotiations in 2006 and now the recent breakdown of the G-4 talks in Potsdam.
Doha was supposed to be the ‘development’ round. But what has transpired over the intervening six years has been quite the opposite. Instead of coming up with a set of multilateral trade rules designed to increase the capacities of developing countries to create new jobs, eliminate poverty and build sustainable economies, the Doha Agenda has been manipulated to primarily serve the interests of the northern industrialized powers to expand market access for their transnational corporations.
All the studies that have come out since 2005 ---from the World Bank, UNCTAD, the Food and Agriculture Organization (FAO), the Carnegie Endowment for International Peace, Tufts University and the Research and Information System for Developing Countries (RIS) --- demonstrate that the current proposals for the Doha Agenda make developing countries, and particularly the poorest countries, the biggest losers.
Millions of people all over the world, including farmers, fisherfolk, workers and trade unionists, environmentalists, faith-based groups and other civil society organizations, have been denouncing the Doha talks as promoting a "corporate-driven" model of trade that pays little attention to peoples' rights and needs. Now, more than ever, world leaders must face up to the fact that the global trade regime has marginalized a vast array of communities and interests who have finally united to stop any further expansion of the system.
The Doha Agenda and Model have failed to increase the trust of WTO’s membership, let alone the public it is supposed to serve. Around the world, people have informed themselves and popular opinion has changed to the point where the WTO is suffocating from a crisis of legitimacy. And, no effort by free trade champions to “better educate” the public or adopt “quick fixes” can reverse this reality. Declaring the death of Doha does not mean the end of world trading system. Another multilateralism is possible, but not one that prioritizes the rights of corporations over the rights of people and the planet while reducing the power to self-govern.
We urge you to acknowledge the failure of the Doha Round now and call on you to institute a two year moratorium to provide the time and space necessary to re-think the model and process of global trade negotiations. It's time to let governments go back home, and start a process of reflection and consultation with your peoples that can pave the way for a new and different model of multilateral trade. The only credible option now is to stimulate public discussion and debate with governments and civil society and social movements about creating alternative trade regimes that are people, development, and environment centered.
WTO, eerste artikel: Doharonde blijft vastzitten
WTO, tweede artikel: Ontwikkelingslanden uiten scherpe kritiek