11.11.11 maakt de balans op van een bewogen klimaatjaar

2016 was een memorabel klimaatjaar. Er was de klimaattop in Marrakesh waar de uitvoering van het Akkoord van Parijs op agenda stond. In Vlaanderen werd over alle partijen heen een Vlaamse klimaatresolutie gestemd en minister-president Geert Bourgeois organiseerde een Vlaamse Klimaat- en Energietop. In de VS werd een klimaatontkenner tot president verkozen en dichter bij huis werden we geconfonteerd met klimaatvluchtelingen in Noorwegen.

11.11.11 maakt een balans op van de staat van het klimaat op het eind van een heus klimaatrollercoasterjaar.

Wie niet bezorgd is heeft niet goed opgelet

Het gaat niet goed met het klimaat. In 2016 gingen voor het derde jaar op rij alle temperatuurrecords voor de bijl. Het jaar begon met cycloon Winston op Fiji, gevolgd door orkaan Matthew die opnieuw ravage aanrichtte in Haïti, waar de (extreem arme) bevolking nauwelijks bekomen was van een hevige aardbeving vijf jaar geleden. Op de Noordpool is het deze winter op sommige plaatsen 20 °C warmer dan normaal. We werden voor het eerst geconfronteerd met klimaatvluchtelingen uit Noorwegen: in Spitsbergen moesten 256 mensen hun huis verlaten na aardverschuivingen door hevige regenval. Op Antarctica breekt één van de cruciale ijsplaten van binnenuit, wellicht het gevolg van het opwarmende zeewater. In Bolivia is de noodtoestand van kracht. De smeltende gletsjers brengen de watervoorraad van grote steden als La Paz en El Alto in gevaar en één van de grootste meren ter wereld, ook in Bolivia, is opgedroogd. De combinatie klimaatverandering en El Niño, die heftiger is dan ooit, zorgde wereldwijd voor een ongeziene droogte. Mislukte oogsten en honger zijn het gevolg voor honderden miljoenen mensen.

De grootste klimaatramp?

Ook op de klimaatconferentie in Marrakesh sloeg de verkiezing van Trump in als een bom. De Verenigde Staten, de tweede grootste uitstoter ter wereld, zal nu worden geleid door een klimaatontkenner die tijdens zijn campagne meermaals aankondigde dat hij het Akkoord van Parijs ‘zou heronderhandelen’ of er zelfs zou uitstappen. Als minister van Buitenlandse Zaken koos Donald Trump voor Rex Tillerson: CEO van Exxon Mobil, één van de grootste oliebedrijven ter wereld en aan het hoofd van het ‘Environmental Protection Agency’ komt Scott Pruitt, een notoire klimaatontkenner.

Maar het Akkoord van Parijs is niet afhankelijk van één land. In een politieke verklaring, de Marrakesh Action Proclamation for our Climate and Sustainable Development, bevestigden alle landen hun engagement. Dat een land als China besluit verder te gaan met een ambitieus klimaatbeleid, met of zonder de VS, is een krachtig signaal. Vijf jaar geleden was dit ondenkbaar. 

Oude tegenstellingen

Dat wil helaas niet zeggen dat de wereld op alle vlakken aan één zeel trekt. In Marrakesh kwamen de oude tegenstellingen tussen de ontwikkelingslanden en de rijke landen nog maar eens bovendrijven. Belangrijk twistpunt blijft de klimaatfinanciering van het Noorden voor het Zuiden. De rijke landen dragen een historische verantwoordelijkheid voor het klimaatprobleem maar het zijn vooral de ontwikkelingslanden die de gevolgen dragen.

Ook al beloofden de rijke landen tegen 2020 jaarlijks 100 miljard dollar, er werd toch vooral veel niét afgesproken. Tijd voor duidelijkheid: over de engagementen maar ook over wat klimaatfinanciering nu eigenlijk is. De onderhandelaar voor de G77 en China, de groep van ontwikkelingslanden, formuleerde het tijdens één van de onderhandelingssessies als volgt: “you cannot count, if you don’t know what you’re counting.”. Daar is 11.11.11 het volmondig mee eens, zoals blijkt uit ons recent dossier waar we de gebrekkige methodologie die nu gebruikt wordt in vraag stellen.

Binnen de klimaatfinanciering is amper 16% voorzien voor adaptatie (de aanpassing aan de huidige gevolgen van de klimaatveranderingen). Dat is problematisch. In de aanloop van de klimaattop beloofden de donorlanden een verdubbeling van de adaptatiefinanciering tegen 2020. Een stap in de goede richting maar nog lang niet voldoende om in de buurt te komen van de vraag van ontwikkelingslanden om het budget te vervierdubbelen of om, zoals eerder beloofd, een evenwicht te voorzien tussen financiering voor adaptatie en mitigatie (de uitstoot van broeikasgassen beperken).

15graden fairshare

De armste landen geven het voorbeeld

De scheiding tussen Noord en Zuid, rijk en arm, veerkrachtig en kwetsbaar is aan de onderhandelingstafel nog niet verdwenen. Maar dat betekent niet dat arme, kwetsbare landen zich bij de pakken neerleggen, integendeel.

In Parijs waren het de armste landen die de 1,5 °C-doelstelling op de kaart zetten onder het motto “1.5 to stay alive”. Fiji, gevolgd door andere kwetsbare eilandstaten Tuvalu en Santa Lucia, waren de eerste landen die het Akkoord van Parijs ratificeerden.

In Marrakesh kondigden maar liefst 48 ontwikkelingslanden, verenigd in het Climate Vulnerable Forum, aan om zo snel mogelijk en ten laatste in 2050 naar 100% hernieuwbare energie te gaan én de ambities binnen hun nationale klimaatplannen te zullen verhogen in 2018. In sommige landen gebeurt dit nu al: het elektriciteitssysteem van Costa Rica draaide dit jaar minstens twee maanden volledig op hernieuwbare energie.

Ontwikkelingslanden willen zich niet langer op dezelfde vervuilende manier als het Noorden ontwikkelen. Zo ontnemen ze elk excuus aan de rijke landen om niet volop in te zetten op hernieuwbare energie.

Is Vlaanderen klaar om mee op de kar te springen?

Dus ook aan Vlaanderen, dat slechts 6% van haar energie uit hernieuwbare bronnen haalt. De doelstelling om dit op te trekken tot 13% tegen 2020 (op Belgisch niveau) lijkt nog veraf. Deze doelstelling is bovendien onvoldoende: om in lijn te zijn met het Akkoord van Parijs, moet volgens Climate Action Network de Europese doelstelling 45% hernieuwbare energie tegen 2030 zijn. Dat vraagt een gigantische versnelling.

Het Vlaamse Parlement keurde kort na de klimaattop en vlak voor de Vlaamse Klimaattop, een kamerbrede klimaatresolutie goed. Oplossingen over partijgrenzen heen zijn dus mogelijk. Bovendien geeft men hiermee een duidelijk signaal aan de huidige en toekomstige Vlaamse Regeringen dat Vlaanderen, net als de rest van de wereld, klaar is voor een koolstofarme maatschappij.

Op die Vlaamse Klimaat- en Energietop, georganiseerd door minister-president Bourgeois, was het signaal toch minder duidelijk. Hoewel het niet ontbrak aan mooie engagementen en nieuwe initiatieven bleef een brede visie op de nodige transitie naar een duurzame toekomst afwezig. De horizon bleef beperkt tot 2020. Maar 2020 is geen eindpunt maar een tussenstap naar 100% hernieuwbare energie in 2050. Dit is mogelijk maar dan moet er nu gehandeld worden.

Verantwoordelijkheid

Vlaanderen, zowel het parlement als de regering, lijkt nog iets te vergeten: we zijn geen eiland. Vlaanderen moet ook over de grenzen heen kijken, naar wat het kan betekenen voor de internationale klimaatstrijd.

De belofte van de rijke regio Vlaanderen om tot en met 2020 jaarlijks 14,5 miljoen euro te voorzien voor de klimaatuitdagingen van het Zuiden is ondermaats. België – en Vlaanderen – ontloopt haar internationale verantwoordelijkheid door de klimaatfinanciering te plafonneren op 50 miljoen euro per jaar terwijl de wereld streeft naar 100 miljard dollar per jaar. Grote buurlanden mikken op miljarden en ook Nederland belooft een tienvoud.

De bijdrage staat ook in schril contrast met andere Vlaamse uitgaven die allerminst klimaatvriendelijk genoemd kunnen worden. Een sprekend voorbeeld is dat van de indirecte carbon leakage: de vervuilende industrieën in Vlaanderen – vaak gaat het om multinationals – worden ruimschoots (over)gecompenseerd voor het Vlaamse klimaatbeleid.

Het Belgisch klimaatbeleid onder de loep in Marrakesh

Bakens verzetten

Ondertussen is dat Akkoord van Parijs in werking getreden en zijn de gesprekken over de uitvoering ervan begonnen. Alle landen moeten dringend werk maken van hun eigen nationale uitvoeringsplannen.

Een doorlichting tijdens de klimaattop in Marrakesh maakte opnieuw pijnlijk duidelijk dat het Belgisch beleid tekortschiet. Zowel de Europese 2020 als de 2030-doelstellingen halen wordt moeilijk. En die Europese doelstellingen zijn niet eens voldoende om de temperatuurdoelstellingen in het Akkoord van Parijs te behalen. België moet liever vandaag dan morgen beginnen aan de opmaak van een coherent Nationaal Klimaat- en Energieplan voor 2030. Dat moet begin 2018 worden ingediend bij de Europese Unie.

2017 moet, net als 2018 en de jaren erna, een klimaatjaar worden waarin bakens worden verzet. Maar dan in positieve zin. Indien de VS zou tekortschieten moet Europa rechtstaan als klimaatleider. Klimaatbeleid moet een speerpunt zijn en blijven van Europa. Klimaatverandering vormt een bedreiging maar biedt ook mogelijkheden. Dat hebben heel wat regio’s, landen, bedrijven en zelfs de armste landen al begrepen. Het is hoog tijd dat ook Vlaanderen en België die omslag maken.

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels