Bijdrage van De Croo aan klimaatfonds: goede keuze, maar niets nieuw

decroo klimaatfinanciering

Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo belooft in 2016 nog een bijdrage van 15 miljoen euro aan het Least Developed Countries Fund (LDCF), een klimaatfonds dat de armste landen bijstaat in hun klimaatuitdagingen. Die bijdrage maakt deel uit van de belofte die België in 2015 deed om 50 miljoen euro per jaar bij te dragen aan de internationale klimaatfinanciering. Niets nieuws dus, maar wel een goede zaak dat de minister voor dit fonds kiest.

Het LDCF is een fonds bestemd voor de aanpassingsnoden van de meest kwetsbare landen aan klimaatverandering. Concreet betekent dit bijvoorbeeld het aanpassen van landbouwtechnieken om te kunnen boeren bij droogte of afvoersystemen aanleggen om overstromingen tegen te gaan.

Wereldwijd zien we dat steun voor deze noodzakelijke projecten achterblijft: slechts 16% van de totale klimaatfinanciering wordt hiervoor vrijgemaakt. Het is nochtans cruciaal voor deze landen gezien de negatieve impact van klimaatverandering nu al sterk voelbaar is. Dat de minister kiest voor een klimaatfonds dat zich op deze noden richt en bovendien al concrete resultaten heeft opgeleverd in het verleden, is dus een goede zaak.

Kanttekening

Kanttekening is dat de minister doet alsof het om nieuw geld en om een nieuwe belofte gaat. België, als rijk land mee historisch verantwoordelijk voor de klimaatverandering, moet de ontwikkelingslanden bijstaan in hun klimaatuitdagingen. Dat is internationaal zo afgesproken.

In Parijs werd dat concreet gemaakt: België beloofde 50 miljoen euro per jaar. Die belofte werd vervolgens verdeeld over de regio's: het federale niveau zou jaarlijks 25 miljoen euro bijdragen. Dat is de helft van de Belgische belofte, maar toch blijft dit engagement veel te laag. Het verbleekt bij de miljarden beloofd door buurlanden als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. België mikt niet op een stijging van de klimaatfinanciering tegen 2020, terwijl de internationale bijdrage vertienvoudigt.

Om tot die bijdrage van 25 miljoen euro in 2016 te komen, telt de minister ook de tien miljoen euro mee die dit jaar werd doorgestort naar het Green Climate Fund. Maar dit bedrag maakt deel uit van de 50 miljoen euro die de minister tijdens de klimaattop in Lima in 2014 voor dat fonds beloofde maar toen niet volledig werd doorgestort. 10 miljoen euro werd overgeheveld naar 2015 en uiteindelijk en cours de route geschrapt. Deze 10 miljoen euro die nu uiteindelijk toch wordt doorgestort is in de praktijk dus een belofte uit 2014 en een verdoken besparing geweest in 2015. Dat is zeker niet iets om in 2016 mee uit te pakken.. 

Druk op ontwikkelingsbudget

De minister beloofde de inkomsten uit de emissiehandel te gebruiken voor klimaatfinanciering, maar de begroting leert ons dat die nog niet beschikbaar zijn voor ontwikkelingssamenwerking. De vraag is dus waar deze nieuwe middelen vandaan komen. Hoe dan ook is een bijdrage die afkomstig is uit een dalend ontwikkelingsbudget geen nieuwe inspanning voor het Zuiden.

We vragen de minister om in de komende jaren op zoek te gaan naar innovatieve financieringsbronnen om er voor te zorgen dat extra middelen vrijkomen en de Belgische bijdrage stijgt.

De inkomsten uit de Financiële Transactietaks die momenteel besproken wordt op Europees niveau zijn een goed voorbeeld, Frankrijk beloofde die al integraal te besteden aan internationale solidariteit. Bij het uitgeven van de middelen moedigen we de minister aan om te blijven mikken op multilaterale klimaatfondsen die de noden van de meest kwetsbaren tegemoetkomen.

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat

 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels