Vlaanderen vaart groene koers in Zuid-Afrika: enkele bedenkingen

Loxton, Zuid Afrika

De Vlaamse ontwikkelingssamenwerking zal zich vanaf 2017 in Zuid-Afrika meer toespitsen op het stimuleren van een groene economie en de weerbaarheid tegen klimaatverandering, dat kondigde minister-president Bourgeois aan tijdens de Vlaamse Staten-Generaal ontwikkelingssamenwerking.

De nieuwe strategienota is nog volop in de maak, het is dus nog even afwachten voor we de keuzes die Vlaanderen in Zuid-Afrika maakt kunnen analyseren. Duidelijk is wel dat Vlaanderen een groenere richting uit wil.

Vlaanderen lijkt zich met deze koerswijziging alvast bewust te zijn van de veranderde context door de nieuw goedgekeurde duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs) en de globale nood aan klimaatrechtvaardigheid, ook in de middeninkomenslanden (MIC).

Rekening houden met duurzaamheid en klimaat in alles wat we doen – niet alleen ontwikkelingssamenwerking, zoals we eerder schreven – is een noodzaak in een wereld die gezamenlijk streeft naar een maximale opwarming van 1,5° C. Er schuilt echter ook een risico in de beslissing. 11.11.11 waarschuwt Vlaanderen om zich daarvoor tijdig te behoeden.

Klimaat blijft een uitdaging

Dat Middeninkomenslanden steeds meer over eigen middelen beschikken wordt vaak als argument gebruikt om de focus van ontwikkelingssamenwerking te verleggen naar andere, minder ontwikkelde landen. Zo besloot de federale overheid in 2015 om zich terug te trekken uit verschillende MIC's,  waaronder Zuid-Afrika. Toch zijn de uitdagingen ook in die landen nog groot, onder andere op vlak van ongelijkheid én op vlak van klimaat.

Klimaatverandering dreigt de vooruitgang die in de afgelopen jaren werd geboekt, teniet te doen. Ontwikkelingssamenwerking kan en moet een belangrijke rol spelen in het vergroten van klimaatweerbaarheid in het Zuiden, ook in de middeninkomenslanden. We moedigen daarom aan dat Vlaanderen er niet voor kiest weg te trekken uit Zuid-Afrika, en wijzen er tegelijk op de valkuil die deze beslissing met zich mee kan brengen.

En-en verhaal

Als rijk land moet België, zoals beloofd onder de VN Klimaatconventie, ontwikkelingslanden bijstaan in hun klimaatuitdagingen, onder andere in de vorm van internationale klimaatfinanciering.

Vlaanderen moet, volgens Belgische afspraken, jaarlijks 14,5 miljoen euro op tafel leggen voor internationale klimaatfinanciering. Die 14,5 miljoen is een absoluut minimum gezien de internationale, veel ambitieuzere afspraken en moet er dus ook écht komen, bovenop de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking.

Dat laatste is immers internationaal afgesproken en minister Schauvliege gaf herhaaldelijk aan dat dat ze die afspraak zou nakomen. Voorlopig is echter nog onduidelijk van waar deze middelen zullen komen.

Door de nieuwe strategie van Vlaanderen zal een groter deel van de uitgegeven ontwikkelingsbedragen 'klimaatrelevant' worden. Het risico schuilt er in om deze bedragen te gaan beschouwen als bijdragen aan de internationale klimaatfinanciering.

Ontwikkelingssamenwerking moet groener en moet aandachtig zijn voor klimaatnoden maar dat staat los van de extra bedragen die beloofd werden om ontwikkelingslanden bij te staan in hun klimaatuitdagingen.

11.11.11 roept Vlaanderen op om erover te waken dat de nieuwe strategie er dus niet onrechtstreeks toe leidt dat andere afspraken niet of minder goed worden nagekomen.

Vlaanderen kan een duidelijk signaal geven door deze boodschap alvast mee te nemen voor de begroting van 2017. In 2016 moet Vlaanderen minstens 14,5 miljoen euro van de inkomsten uit de Europese emissiehandel aan het Green Climate Fund te storten en zo haar belofte na te komen. Het is immers een en-en verhaal, zowel groene ontwikkelingssamenwerking als internationale klimaatfinanciering zijn broodnodig om duurzame ontwikkeling te realiseren.

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat

Wiske Jult
Beleidsmedewerker duurzame ontwikkeling en gender

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels