Houdt minister-president Bourgeois zijn belofte voor een ambitieus buitenlands beleid?

'Sunfarm' in Kenia

Bij  de start van de legislatuur kondigde Vlaams minister-president en minister van Buitenlands Beleid Bourgeois, een ambitieus Buitenlands beleid aan voor Vlaanderen.

Of er genoeg Vlaamse politieke wil is om langetermijnmaatregelen met concrete, meetbare én ambitieuze doelstellingen naar voren te schuiven - met ruime blik op de wereld - zal moeten blijken op een Staten-Generaal ontwikkelingssamenwerking (18 april) en een Vlaamse klimaattop (19 april).

Het is hoopgevend dat Vlaanderen op één week tijd zowel duurzame ontwikkeling als klimaat op de agenda zet. Als minister-president Bourgeois erin slaagt om die agenda’s samen te brengen, zijn we juist op weg.

Het stimuleren van duurzame ontwikkeling weerspiegelt zich in alles wat we doen, van handel tot rechtvaardige fiscaliteit, van grondstoffengebruik tot klimaatbeleid. Een klimaatbeleid dus met aandacht voor het Zuiden en een concreet plan tegen 2030,  niet alleen met oog op zichzelf maar ook met oog op de wereld.

De koek kan niet meer groter

Ontwikkelingslanden weten nu al dat ze nooit op dezelfde wijze  welvaart zullen kunnen creëren als in het Westen, tenzij ten koste van deze planeet. Zelfs indien de Europese Unie geen gram CO2 meer zou uitstoten, dan nog zouden Afrikaanse landen fors moeten besparen op hun (toekomstige) uitstoot opdat de opwarming van de aarde onder de 1,5° Celsius zou blijven.

De ecologische crisis scherpt het herverdelingsvraagstuk aan. Zeker omdat de armste landen ook het meest te lijden hebben onder de gevolgen ervan.

De koek kan niet groter worden zonder een onaanvaardbare maatschappelijke kost op vlak van ongelijkheid of milieu. Daarom is het nodig om te blijven inzetten op herverdelingsmechanismen, door waardig werk, sociale bescherming, rechtvaardige fiscaliteit, eerlijke handel… Het is aan beleidsmakers om niet te vallen voor de  kortetermijnoplossingen maar te kiezen voor de (soms moeilijkere) structurele oplossingen.

Landen in het Zuiden zijn deel van die oplossingen. De ecologische, economische en sociale uitdagingen waar we voor staan zijn globale uitdagingen.

Geen valse oplossingen

Een langetermijnvisie op ontwikkeling, binnen de grenzen van onze planeet, vraagt om concrete maatregelen en investeringen.

Wetenschappers zijn het er al jaren over eens dat het aanpakken van klimaatverandering minder zal kosten dan de kosten om het hoofd te kunnen bieden aan de gevolgen van een 3° C warmere planeet.

Maar dan moeten we er wel nu aan beginnen.

Investeringen in hernieuwbare energie of mobiliteit nú zullen  misschien pas over vijf, tien of zelfs twintig jaar resultaat opleveren. Maar resultaat zal er zijn.

Een visie op 2030 gaat dus evenzeer over wat er nu en de komende jaren moet gebeuren. Dat wil zeggen dat we de komende vijf jaar niet noodzakelijk moeten kiezen voor de goedkoopste maatregelen maar voor maatregelen die over de lange termijn én vanuit globaal perspectief het meeste resultaat zullen resorteren.

Zo moeten we oppassen voor valse oplossingen die enkel de boekhouding op orde brengen. Zo is de aankoop van schone lucht uit het Zuiden niet meer te verantwoorden, want het is duidelijk: aan het einde van de rit moet alle lucht schoon.

We hebben nood aan een ambitieus Vlaanderen dat investeert in de maatschappij en verder kijkt dan de cijfers op papier. Dat betekent bijvoorbeeld ook het aanpakken van inconsistenties in het beleid. Kiezen voor betere isolatie van gebouwen of een voor groter aandeel groene energie maar tegelijk besparen op openbaar vervoer en blijven investeren in salariswagens is niet logisch. De winst gemaakt in één sector verlies je in een andere.

Hetzelfde geldt voor het aanpakken van de Vlaamse uitstoot. Die moet samengaan met steun voor de omslag naar een groene economie in ontwikkelingslanden.

Een Vlaanderen dat niemand achterlaat

Uit de Staten-Generaal van deze week moet blijken dat Vlaanderen weet dat het bereiken van duurzame ontwikkelingsdoelen meer is dan het vergroenen van ontwikkelingssamenwerking.

Vlaanderen moet inzetten op een coherent beleid voor ontwikkeling op vlak van handelsbeleid, buitenlands beleid en klimaatbeleid,  om er maar enkele te noemen.

Ook de Vlaamse klimaattop zelf moet verder gaan dan het louter reduceren van uitstoot in Vlaanderen – hoe belangrijk ook. Zelfs de armste en minst ontwikkelde landen beloofden in Parijs hun steentje bij te dragen.

Die landen staan voor enorme uitdagingen zoals het terugdringen van energie-armoede en de aanpassing aan de catastrofale gevolgen van het veranderende klimaat. Uitdagingen die ze niet alleen de baas kunnen, en dat moeten ze gelukkig ook niet.

Met andere woorden: Vlaanderen heeft deze week de kans om haar ambitie waar te maken. In Vlaanderen én erbuiten.

Wiske Jult
Beleidsmedewerker duurzame ontwikkeling en gender

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels