Methodologie kost ontwikkelingslanden miljarden aan klimaatsteun

mozambique-RERD-project

Ondanks een internationaal engagement om de gevolgen van klimaatverandering in ontwikkelingslanden aan te pakken, zien de landen in kwestie daar weinig van. Uit een nieuw dossier dat 11.11.11 vandaag uitbrengt blijkt een grote discrepantie tussen wat op klimaattoppen wordt beloofd en wat er effectief gebeurt.

Ontwikkelingsprojecten worden dubbel geteld, krijgen de status van klimaatfinanciering zonder dat ze groen zijn of blijven op het blad staan terwijl ze eigenlijk al geschrapt zijn. "Een aanpak waar noch de ontwikkelingslanden noch het klimaat beter van worden", aldus 11.11.11-directeur Bogdan Vanden Berghe. "Dit moet dringend ernstiger gebeuren." 

Sinds het akkoord van Kopenhagen is duidelijk dat rijke landen de arme landen zwaar moeten ondersteunen om de gezamenlijke klimaatdoelstellingen te halen. In Kopenhagen werd hiervoor een jaarlijkse steun van 100 miljard dollar tegen 2020 als doel gesteld, ondertussen is voor de meeste klimaatwatchers duidelijk dat het meer zal moeten zijn. Artikel 9 van het Akkoord van Parijs is volledig gewijd aan de internationale klimaatfinanciering. Het artikel bevestigt de belofte om ontwikkelingslanden financieel te ondersteunen in hun klimaatuitdagingen.

Helaas blijkt er een grote discrepantie tussen belofte en realiteit. Internationaal worden de engagementen steevast erkend, maar gaat het mis in de rapportering. Zo blijkt een groot deel van de klimaatfinanciering gerecycleerd ontwikkelingsgeld. Erger, uit het rapport blijkt dat dit ontwikkelingsgeld vaak niet eens klimaatrelevant is. Zo blijkt 70% van de ontwikkelingsprojecten die in 2014 werden doorgegeven als geld voor aanpassing aan de klimaatverandering, niet echt klimaatdoelstellingen na te streven. Van de gerapporteerde 10,1 miljard dollar, bleek na onderzoek amper 2,68 miljard ook effectief klimaatrelevant.

Een belangrijke driver achter de onduidelijkheden is een systeem dat in 1998 op de sporen is gezet om de vergroening van ontwikkelingssamenwerking te traceren. Met een simpele meetmethode gaat men na hoe groen ontwikkelingsprojecten zijn: een groen project krijgt een score van 2, een project met groene toets een van 1 en een project zonder milieudoelstelling krijgt de score 0. De Rio markers, zo noemen ingewijden het.

Op zich geen probleem, ware het niet dat de meetmethode voor klimaat is uitgegroeid tot een meetinstrument voor klimaatfinanciering, waarvoor het niet ontworpen is. Ontwikkelingsprojecten die de score 2 of 1 krijgen worden plots meegeteld als klimaatfinanciering, ondanks het internationale engagement dat klimaatfinanciering bovenop ontwikkelingssteun moet komen. Ter vergelijking: dit is als een overheid die belooft 100 miljoen in mobiliteit én 100 miljoen in luchtkwaliteit te investeren en die eindigt met 100 miljoen aan fietspaden.

Bestaande middelen worden zo gerecycleerd, vaak zelfs zonder dat ze echt klimaatrelevant zijn. De methodologie leidt tot grote overschattingen omwille van verschillende oorzaken. Zo mogen landen zélf een cijfer toekennen aan hun projecten en is de neiging groot om dit zo positief mogelijk in te schatten. Internationaal is geen eensluidende definitie of afspraak gemaakt over de scores, waardoor zelfs binnen België (Vlaanderen vs federaal) op een andere manier geteld wordt. Ook worden de scores gegeven op basis van de doelstelling van een project, soms nog voor het ontworpen is. Een veel te lakse methode, vindt 11.11.11.

Ook in België betekent klimaatfinanciering niet noodzakelijk extra geld. In 2015 bestond de Belgische bijdrage aan de klimaatfinanciering voor 92% uit ontwikkelingsgeld. Amper 3,5 miljoen euro was extra. In onderzoek van 2014, waarin gekeken werd hoe veel van de als klimaatrelevant gescoorde ontwikkelingsprojecten dat effectief zijn, scoorde ons land evenmin goed: België was daar vierde laatste van de 26 onderzochte landen.

Voor 11.11.11 moet de rapportering van klimaatfinanciering dringend ernstiger aangepakt worden, zodat ontwikkelingslanden effectief de steun krijgen waar ze recht op hebben. De huidige top in Marrakesh is daar een goed startpunt voor. Vanden Berghe: "Nu is het moment om er voor te zorgen dat dit systeem er een van het verleden wordt. Zo niet, riskeren we nog decennia opgescheept te zitten met een problematische methodiek." De Rio markers moeten up-to-date gemaakt worden en enkel nog dienen als indicator voor het vergroenen van ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast moeten er duidelijke regels komen over de rapportering en uitvoering van klimaatfinanciering.

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels