Uitkomst OESO-DAC High Level Meeting: reactie 11.11.11

Op de laatste high-level meeting van het ontwikkelingscomité (Development Assistance Committee - DAC) van de OESO lag de versoepeling van de regelgeving over wat donoren kunnen oormerken als officiële ontwikkelingshulp op de onderhandelingstafel.

11.11.11 wees al op het mogelijke gevaar dat een land daardoor de cijfers van wat het aan officiële ontwikkelingshulp besteed kan aandikken met zaken die niet noodzakelijk ten goede komen aan de duurzame ontwikkeling van de landen in het zuiden.

11.11.11 overloopt de drie discussiepunten die ter sprake kwamen op het overleg.

Vluchtelingen

Er werd geen consensus gevonden om de ODA-regels (Official Development Assistance, de officiële cijfers voor ontwikkelingssamenwerking) te versoepelen. Er mag niet meer aangerekend worden als ontwikkelingssamenwerking dan nu al het geval is voor de opvang van vluchtelingen in de donorlanden. 11.11.11 is tevreden dat hier niet werd toegegeven aan de druk van een aantal landen.

Er werd beslist een transparant proces op te zetten met als doel de verschillende methodes die de donorlanden gebruiken om de berekeningswijze van de kosten van de opvang van vluchtelingen te harmoniseren zodat cijfers kunnen worden vergeleken.

11.11.11 en de internationale ngo-gemeenschap zullen dit proces nauwgezet opvolgen en erover waken dat de bestaande regels op geen enkele manier versoepeld worden. Harmoniseren mag niet betekenen dat de lat lager gelegd wordt.

Militaire uitgaven

Het financieren van militair personeel en materieel kan niet worden opgenomen in het officiëel ontwikkelingsbudget. 11.11.11 is verheugd dat de grote principes overeind blijven. Toch is hiermee niet alles gezegd. De tekst bevat namelijk nogal wat achterpoortjes.

Het DAC zal een 'casebook' uitwerken met voorbeelden van wat kan worden beschouwd als officiële ontwikkelingshulp en wat niet. Het is dus belangrijk om dit in de toekomst goed op te volgen.

Voorbeelden van de belangrijkste achterpoortjes waarvan ook 11.11.11 vindt dat de niet ODA-aanrekenbaar zijn.

Beheer van militaire uitgaven:

  • Technische assistentie voor meer transparantie, accountability of democratische controle op militaire uitgaven is ODA-aanrekenbaar, aldus de OESO DAC.

    Dit vindt 11.11.11 op zich geen probleem als het gaat over een ministerie van begroting of over 'niet-staatsactoren' zoals het parlement of het middenveld. Belangrijk is dat er geen uitzondering wordt gemaakt voor het ministerie van defensie zelf, want dan zou het kunnen dat men het ministerie van defensie dusdanig ondersteunt zodat er meer geld overblijft voor de aankoop van wapens.

  • Het ODA-aanrekenbaar maken van de kost van militaire contigenten die deelnemen aan VN-peacekeeping operations is momenteel niet mogelijk "for he time being". Met andere woorden, er is nog geen consensus. Idem voor niet VN international forces zoals African Union.

Preventing violent extremisme: Dit is een nieuw hoofdstuk.

  • Activiteiten met focus op een vermeende dreiging in de donorlanden zelf, zijn niet ODA-aanrekenbaar. Dit is een belangrijke uitzondering. Een beperkt aantal activiteiten zijn wel ODA-aanrekenbaar indien "led by partner countries [where the] purpose is primarily developmental".

    Ondanks de voorzichtige bewoording en de inspanningen om de scope van dit hoofdstuk beperkt te houden, zal van heel nabij moeten worden opgevolgd hoe donoren hier invulling aan geven. Niet in het minst omdat 'extremisme' politiek zeer gevoelig ligt.

Private sector

Het DAC is een aantal principes overeengekomen over de manier waarop subsidies voor private investeringen en bedrijven als 'officiële ontwikkelingshulp' kunnen worden geoormerkt .

Het gaat meer bepaald om garanties voor private investeerders of directe participaties in private bedrijven. Voor België gaat het dus over de manier waarop de activiteiten van BIO (Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden)  als ontwikkelingshulp kunnen aangerekend worden.

Het is duidelijk dat de DAC dit soort instrumenten wil aanmoedigen niettegenstaande ze niet altijd ontwikkelingsrelevant zijn. 11.11.11 had hier liever een discussie gezien over de kwaliteit van dergelijke private financiering in plaats van over de kwantiteit.

Op zich is het een goede zaak dat ODA voorbehouden blijft tot de daadwerkelijke financiële inspanning van donoren, toch zijn er een paar addertjes onder het gras geslopen die donoren het verkeerde signaal kunnen geven:

De DAC benadrukt dat dergelijke subsidies 'additioneel' moeten zijn. Met andere woorden de subsidie een investering moet mogelijk maken die zonder die subsidie niet mogelijk zou zijn. Vandaag veronderstellen donoren die 'additionaliteit' zonder dat hard te maken. Hier verwachten we spijkerharde garanties. Moet verder worden uitgeklaard later dit jaar.

Er bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop ODA moet berekend worden wanneer subsidies worden vermengd met leningen, een praktijk die steeds frequenter wordt in de EU. Ook hier schuift het DAC de hete aardappel door naar later dit jaar. Duidelijk is alvast dat moet vermeden worden dat 'onnodige subsidiëring van private financiering' moet vermeden worden.

Ook garanties die donoren verlenen aan private investeringen kunnen als ODA aangerekend worden. Logisch zou zijn dat enkel op te nemen wanneer dat geld effectief wordt uitgegeven, maar de DAC heeft de opdracht gekregen een systeem uit te werken dat het genomen risico en de operationele kosten van dergelijke garantieverlening in aanmerking neemt.

Het akkoord bevat enkel de algemene principes die nu door het DAC in operationele criteria moeten vertaald worden. De principes houden steek, maar er bestaat wel een gevaar dat ook de middelen die donoren aanwenden ter subsidiëring van de eigen private sector (via exportkredieten bv.) als ODA kunnen aangerekend worden. Op die manier kan het hulpbudget worden opgeblazen zonder dat daar lokale, duurzame menselijke ontwikkeling tegenover staat.

Griet Ysewyn
Beleidsmedewerker Ontwikkelingsbeleid

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels