50 jaar 11.11.11 - Speech van Jos Geysels

Aan een afscheidnemend voorzitter vragen om een slotwoord te houden bij de viering van 50 jaar 11.11.11 houdt het risico in dat er met veel weemoed en te veel nostalgie naar het verleden wordt gekeken. Dat ga ik niet doen.

Ik wil wel de pioniers en de stichters huldigen, met bewondering opkijken naar de mensen die gedurende tientallen jaren hun vrijwillige of beroepsmatige engagement getoond hebben. Ik wil met enige trots de weerklank en de slagkracht van de noord-zuidbeweging in herinnering brengen voor de manier waarop ze maatschappelijke thema’s rond internationale solidariteit op de agenda heeft gekregen, voor de wijze waarop ze gemobiliseerd heeft tegen apartheid, raketten, kolonialisme, armoede, belastingparadijzen, pure uitbuiting en onrechtvaardige handelsrelaties.

Ik denk aan de ‘Sing for the Climate’-actie, waarbij we met vele tienduizenden gezongen hebben voor verandering. Ze was hartverwarmend, maar niet vrijblijvend. We zongen immers een ander lied dan de versleten strofes van de hogepriesters van een economie die de aarde warmer en de samenleving kouder maakt. En ons lied, beste vrienden, is niet versleten. We zijn niet uitgezongen. We zullen doorgaan.

Misschien zullen we ons lied in een andere toonaard moeten zetten, een andere beat moeten geven, want de wereld is wel degelijk veranderd. Vooral na de val van de muur in ’89 is de economie uitgedeind tot in de diepste poriën van de samenleving. Ze werd heilig verklaard en door vele volgelingen blindelings aanbeden. De geopolitieke machtsverhoudigen zijn gewijzigd. Er zijn nieuwe spelers op de markt gekomen en nieuwe thema’s, zoals het klimaat. En, vooral de laatste jaren, veel vragen, onzekerheden en angst.

Ook de Noord-Zuidbeweging ontsnapt niet aan deze tendenzen. Ook wij hebben vragen en worden ondervraagd. Over onze efficiëntie, over onze effectiviteit. Terecht. Want ook al zijn een aantal van die vragen duidelijk geïnspireerd door een kortzichtig populisme, dan nog ontslaat dat ons niet van de plicht om de kritiek au sérieux te nemen en er niet defensief of verkrampt op te reageren. Waarom niet? Omdat de basisbeginselen die onze beweging kenmerken, nl. het rechtvaardigheidsbeginsel en solidariteit, niet voorbijgestreefd zijn, niet herzien moeten worden. Zeker niet na de financiële crisis die de clichés van de marktfundamentalisten naar de prullenmand heeft verwezen. Onze beginselen zijn een constante, geen kortstondige steekvlam. Ze staan ook niet op waakvlam, wat sommigen graag zouden hebben.

In die zin zijn wij geen fonds voor het inzamelen van geld, geen projectenpot, maar een internationale solidariteitsbeweging die ongelijkheid bestrijdt en mobiliseert tegen onrecht.

Geld is nodig, voor noodhulp, voor structurele samenwerking. Daarover geen misverstand. Daarom blijven we het ongehoord vinden dat regeringen denken hun begroting op orde te kunnen zetten door te besparen op internationale samenwerking. Ze vergissen zich. Ze dwalen. Zoals zij die het verschil tussen vrije handel en de huidige vrijhandel nog altijd niet kennen. Of willen kennen.

Geld, hoe belangrijk ook, ondersteunt projecten en processen, maar het creëert op zich geen dynamiek. Dat doen mensen en ideeën, bewegingen en beginselen. Wat ons bindt zijn geen briefjes, maar gedachten en engagementen. Die geven onze beweging een toekomst en een perspectief voor die toekomst.

jos toespraak 640

Over die toekomst wil ik nog enkele gedachten formuleren.

We zullen onze agenda moeten verbreden en onze manier van werken aanpassen.
Het Zuiden als geografische plek waar de meeste armen wonen bestaat wel degelijk nog, maar het verschilt grondig van de ‘derdewereldlanden’ van 50 jaar geleden. Dat betekent dat we onze visie en onze hulpagenda moeten aanpassen, minder in projecten en meer in ‘politieke’ processen moeten denken, en vooral niet mogen vergeten dat het Zuiden zelf plannen heeft.

Anderzijds hebben de economische mechanismen die ongelijkheid veroorzaken ook een steeds grotere weerslag in onze eigen maatschappij. Nog niet zo lang geleden waren de vluchtelingenproblematiek, de klimaatopwarming, financiële instabiliteit … voornamelijk zuidelijke aangelegenheden. Ook oorlogen en hun gevolgen waren veraf. Deze buitenlandse conflicten en problemen komen nu naar onze binnenlanden. Daar zullen geen zeeën, hekken, trieste muren, helikopters of grenswachters iets aan kunnen doen. Het daarmee verbonden enge hokjesdenken biedt geen enkel hoopvol perspectief.

We moeten ons er wel van bewust zijn dat het onbehagen over de veranderende samenstelling van onze eigen maatschappij wordt versterkt door de onzekerheid die samenhangt met globale mechanismen. Tel je onbehagen en onzekerheid op. Dan krijg je angst. Daar spelen sommigen dan weer gretig op in met onwenselijke, simplistische oplossingen. En dat ten koste van het Zuiden.

Het middenveld kan zich dus niet veroorloven defensief in de loopgraven te kruipen, zich gelaten te verschuilen achter ‘normaalzucht’ (Jeroen Olyslaegers) of over te gaan tot de orde van de dag.
Het zijn geen tijden om te zuchten, maar wel om mensen met alternatieven houvast/hoop/perspectief te geven. Wie goed rondkijkt ziet immers dat mensen overal op de wereld op zoek zijn naar meer gelijkheid, meer democratie en kwaliteit van leven, wonen en werken. Het is het moment om de inhoudelijke agenda eerder te verbinden met de ongelijkheidsagenda dan hem te linken aan een pure caritatieve armoedebestrijdingsagenda. De hulpagenda zal nog meer naar de achtergrond verdwijnen ten voordele van een meer politieke agenda.

Misschien moeten we ons reorganiseren, maar we moeten zeker meer samenwerken, ook op internationaal vlak, met andere organisaties die traditioneel niet tot de noord-zuidbeweging behoren. Als thema’s verbonden zijn kunnen organisaties en bewegingen het zich niet veroorloven dat niet te doen. Pleinvrees, concurrentie en gebrek aan zelfkritiek blijven hier het best afwezig. Aanwezig zijn in het maatschappelijke debat en mede daardoor de agenda’s van de politieke wereld beïnvloeden, lijkt mij veel belangrijker.

Laten we ons concentreren op onze kernopdracht: de civiele maatschappij versterken, zowel hier als in het Zuiden.
Dat veronderstelt lokale organisaties in het Zuiden versterken en beter afstemmen met onze en andere internationale partners. Dat betekent ook hier de basis van onze beweging, nl. vrijwilligers, militanten en sympathisanten, verder uitbouwen. Dat engagement uit zich in vele vormen en gedaanten, kleuren en gezindten, kleine en grote initiatieven, in derde en vierde pijlers … En het engagement van 50 jaar geleden ziet er helemaal anders uit dan dat van 2016. Maar zonder dat engagement was deze beweging nooit ontstaan en nooit blijven bestaan. Het is trouwens dat engagement dat onze band met de samenleving garandeert, nieuwe ontwikkelingen detecteert en onze onafhankelijkheid verzekert t.o.v. de politieke overheden.

Laten we onze onafhankelijkheid, ook financieel, versterken t.o.v. de overheden.
Een levende democratie heeft een levend en kritisch middenveld nodig dat zijn eigen doelstellingen formuleert. Uiteraard hebben overheden het recht om nauwkeurig toe te kijken wat wij met het gemeenschapsgeld doen. Overleg, graag. Discussie, graag. Samenwerken waar het kan, graag. Maar we zullen altijd dwarsliggers blijven en ons nooit laten verwateren tot uitvoerders van regeerakkoorden of passieve onderaannemers van het beleid.

Ten slotte
Dank aan de collega’s van de raad van bestuur, de leden van de algemene vergadering en het vrijwilligersforum voor de jarenlange samenwerking. Dank aan alle medewerkers van het secretariaat, van het onthaal tot de bovenste verdieping, in het bijzonder de directie en de directeur Bogdan Vanden Berghe, met wie het fantastisch werken was. En sorry voor mijn ongeduld en hardnekkig aandringen voor veranderingen die, althans naar mijn overtuiging, soms te traag en te bescheiden waren.

En een citaat van de Libanese schrijver Amin Maalouf : ‘Over het verdwijnen van het verleden heen komen is niet moeilijk; wat je niet te boven komt is het verdwijnen van de toekomst’. Dat laatste zal ons niet overkomen, daar ben ik zeker van.

Jos Geysels, Voorzitter van 11.11.11

 

Deel dit artikel