Als de schone lucht niet zo schoon blijkt, is het dan geen tijd om de regels te veranderen?

Schone lucht in Vlaanderen

Vlaanderen koopt ‘schone lucht’ in het buitenland om haar klimaatdoelstellingen te behalen. Maar zoals ook in het verleden duidelijk werd, is de aangekochte schone lucht toch niet zo schoon.

Vlaanderen koopt ‘schone lucht’ in het buitenland om haar klimaatdoelstellingen te behalen. Dat is geen nieuws en ligt ook vast in het Vlaamse Mitigatieplan. Dat de Vlaamse regering (maar ook de federale regering) er voor kiest te investeren in emissiekredieten uit het buitenland is een gegeven. Maar zoals ook in het verleden duidelijk werd, is de aangekochte schone lucht toch niet zo schoon.

Volgens De Standaard investeerde Vlaanderen in maar liefst zestien fossiele brandstofprojecten in landen als Rusland en India, van bedenkelijke kwaliteit en vooral met weinig duidelijkheid over de duurzaamheid ervan.

De minister reageerde dat Vlaanderen niets mis doet omdat het zich aan de internationale regels houdt. Maar precies daar knelt het schoentje.

Vlaanderen en België moeten, net als andere industrielanden, de uitstoot van broeikasgassen verminderen onder het Kyoto Protocol. Dit kan door intern klimaatbeleid te voeren of te investeren in uitstootkredieten uit het buitenland. Het belangrijkste mechanisme hiertoe, het Clean Development Mechanism (CDM), voorziet dat geïndustrialiseerde landen kunnen investeren in ‘groene’ projecten in het Zuiden om daar emissiereducties te behalen. Het CDM heeft dus twee doelen: de klimaatverandering bestrijden op een kostenefficiënte manier en tegelijk bijdragen aan duurzame ontwikkeling in het Zuiden. Op papier een win-win, maar de realiteit is minder rooskleurig.

Internationaal loopt het mis

11.11.11 kaartte de problematiek in het verleden al aan. Hoewel het CDM bedoeld is om ontwikkelingslanden bij te staan in hun duurzame ontwikkeling, blijkt slechts 1% van de projecten gerealiseerd te worden in de Least Developed Countries (LDC). Landen als India en China, opkomende economieën die zelf over middelen beschikken om te investeren in een groene toekomst, gaan met het grootste deel lopen.

Daarnaast blijkt dat een groot deel van de projecten niet voor echte uitstootvermindering zorgt, omdat de projecten er ook zouden geweest zijn zonder de financiële steun van het CDM. Dit zorgt er voor dat er globaal bekeken meer uitstoot is dan er zou geweest zijn zonder het CDM. Bovendien blijkt dat het CDM amper bijdraagt aan duurzame ontwikkeling, en soms zelfs regelrecht schadelijk is voor de lokale bevolking en hun leefwereld.

Dat hebben we ook zelf vastgesteld op het terrein. 11.11.11 stuurde begin dit jaar enkele Master studenten naar Peru en de Filipijnen in het kader van een ‘Academics for Development’ project. Daar bezochten ze verschillende CDM projecten en interviewden ze tientallen mensen – van lokale inwoners tot projectleiders. Conclusie? Hoewel er positieve voorbeelden zijn, draagt het merendeel van de CDM projecten niet of amper bij aan de strijd tegen klimaatverandering of duurzame ontwikkeling.

Klimaatbeleid voeren is meer dan de regels volgen

Het probleem overstijgt dus Vlaanderen. De internationale criteria voldoen niet en laten toe dat klimaatgeld geïnvesteerd wordt in niet-duurzame en soms zelfs vervuilende projecten. Het lijkt dan ook logisch dat een regering die écht klimaatbeleid wil voeren, verder kijkt dan deze regels. Klimaatbeleid voeren is immers meer dan zorgen dat de cijfers kloppen en de regels op papier werden gevolgd op het einde van de rit.

Als het volgens de regels mogelijk is dat Vlaanderen investeert in een oliebedrijf in Rusland en daardoor zelf meer broeikasgassen mag uitstoten, dan zit er iets scheef.  De criteria voor de aankoop van emissiekredieten moeten duidelijk strenger. Ook Vlaanderen moet aan die kar trekken en niet zo maar berusten in wat er momenteel voor handen is. Niet alleen uit morele overweging, maar ook omdat de middelen die geïnvesteerd worden in 'schone lucht’, veel beter kunnen ingezet worden voor klimaatbeleid binnen Vlaanderen.

Als Vlaanderen toch kiest voor buitenlandse uitstootkredieten, moet het kiezen voor projecten met reële emissiereducties én moet de balans van de oorsprong van deze kredieten beter. Dat het merendeel van de uitstootkredieten uit landen als China en India komt, is onevenwichtig.

Als het volgens de regels mogelijk is dat Vlaanderen investeert in een oliebedrijf in Rusland en daardoor zelf meer broeikasgassen mag uitstoten, dan zit er iets scheef.

Tijd voor verandering

Als Vlaanderen en België inplannen om te blijven rekenen op emissiekredieten, moeten ze op internationaal niveau pleiten voor strengere regels voor de aankoop ervan. Eind dit jaar wordt in Parijs een nieuw bindend en ambitieus klimaatakkoord getekend. De kwestie rond marktmechanismen in het akkoord ligt nog open omdat men weet dat het huidige systeem problemen vertoont.

Dit is het moment om lessen te trekken uit de mankementen van het CDM. Als er niet voor gezorgd kan worden dat de projecten bijdragen aan effectieve emissiereducties en duurzame ontwikkeling, moet men afzien van dit soort systeem. Enkel indien de criteria en de monitoring verstrengd worden, kan er plaats zijn voor gelijkaardige mechanismen in een nieuw akkoord. Een systeem vol gaten als het huidige zal immers de aanpak van klimaatverandering belemmeren, en daar is simpelweg geen tijd meer voor.

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat en Natuurlijke Rijkdommen

 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels