Amerikaan had Saddam nodig om oorlog te rechtvaardigen

Bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2004 won George W. Bush niet door de aanslagen van 9/11 aan Saddam Hoessein te linken. Het waren de Amerikanen zelf die in de link wilden geloven om de oorlog in Irak te kunnen rechtvaardigen. Dat blijkt uit een verrassend onderzoek dat zopas in het vakblad Sociological Inquiry is verschenen. Volgens de onderzoekers stellen hun bevindingen een democratie voor een zware uitdaging.


Het verband tussen 9/11 en Saddam Hoessein speelde een grote rol bij herverkiezing van de Republikeinse kandidaat George W. Bush in 2004, een jaar nadat de Amerikanen Irak binnengevallen waren. Uit peilingen bleek dat de meeste Amerikanen tijdens een groot deel van de campagne geloofden dat er een verband was tussen de Iraakse leider en de terreursaanslagen op 11 september 2001 ook al waren daar geen bewijzen voor.

Volgens sociologen van vier grote onderzoeksinstituten in de VS was die foute perceptie niet het gevolg van de Bush-propaganda maar van de behoefte bij de Amerikanen om een rechtvaardiging te vinden voor de oorlog.

In hun studie Er moet een reden zijn: Osama, Saddam en afgeleide rechtvaardiging stellen de onderzoekers dat er bij de presidentverkiezingen van 2004 sprake was zogeheten gemotiveerde redenering (motivated reasoning). Volgens die cognitieve theorie zoeken mensen informatie die bevestigt wat ze al geloven en negeren ze informatie die hun vermoeden tegenspreekt.

Verlangen om informatie te geloven
“De studie toont aan hoe kiezers in staat zijn om rationaliseringen te ontwikkelen die gebaseerd zijn op foute informatie”, zegt professor Steven Hoffman (Universiteit van Buffalo), een van de auteurs. In 2004 draaide het dus niet om het al dan niet voorhanden zijn van correcte informatie over 9/11 maar om het het verlangen bij het publiek om bepaalde informatie te geloven. “Het punt hier is dat mensen sterk gehecht raken aan wat ze geloven”, zegt Hoffman.

De theorie van de gemotiveerde redenering was tot nog toe enkel aangetoond via experimenten. Het nieuwe onderzoek toetste die gegevens nu aan de realiteit. De sociologen gingen praten met echte kiezers in hun vertrouwde omgeving.

Tijdens zogeheten challenge interviews kregen de kiezers bewijzen voorgeschoteld dat er geen verband was tussen Saddam Hoessein en 9/11 en moesten ze vervolgens hun eigen mening rechtvaardigen. Op bijna alle respondenten maakten de bewijzen die hun mening ontkrachtten, geen enkele indruk: ze hielden vast aan de link tussen Saddam en 9/11.

Oorlog rechtvaardigen
De onderzoekers zagen een onverwacht patroon in de argumenten die door de respondenten waren opgegeven: het hielp hen om zin te geven aan de beslissing van de regering-Bush om Irak binnen te vallen. “We noemen dit ‘afgeleide rechtvaardiging’ (inferred justification), want door het loutere feit dat we in oorlog waren gingen deze kiezers post-hoc op zoek naar een rechtvaardiging voor die oorlog. De mensen verzonnen eigenlijk een rechtvaardiging voor het feit dat we in oorlog waren. Ze wilden in de link geloven omdat het hen hielp om zin te geven aan de werkelijkheid.”

De studie noemt dit hardnekkige vasthouden aan foute informatie “een ernstige uitdaging voor de democratische theorie en praktijk”. Maar “of we nu dit nu goed of slecht vinden voor de democratische praktijk, het toont op zijn minst een indrukwekkende vorm van creativiteit.”

Het onderzoek werd uitgevoerd door sociologen van de Universiteit van Buffalo, de Northwestern-universiteit (Chicago), de Universiteit van North Carolina (Chapel Hill) en Millsaps College (Jackson, Mississippi).

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel