Bedrijfswereld niet opgezet met positieve discriminatie voor lagere kastes

De nieuwe regering in India wil haar handelsmerk maken van een beleid dat een vast aantal vacatures garandeert voor leden van de lagere kastes. De deelstaat Maharashtra wordt het proefterrein van dat emancipatiebeleid. Naast de overheidsdiensten moeten ook de privé-bedrijven de positieve discriminatie daar toepassen.


Het lijkt de Congresspartij menens: ze wil haar verkiezingsbelofte ‘meer macht aan de zwakken’ in de praktijk zetten, ook op de werkvloer. Bij de opening van het nieuwe parlement op 7 juni, kondigde voorzitter Abdul Kalam aan dat “de regering aandacht zal hebben voor positieve discriminatie, waaronder gereserveerde arbeidsplaatsen in de privé-sector.” Bij de ‘India Inc.’, zoals de machtige bedrijfswereld in India’s commerciële hoofdstad Mumbai heet, sloeg de aankondiging in als een bom.
Niet dat positieve discriminatie nieuw is voor India. Al sinds de jaren 50 staat er in de grondwet dat er in overheidsdiensten plaats moet vrijgemaakt worden voor de laagste kaste (de ‘dalits’) en voor de oorspronkelijke inwoners van India (de zogenaamde tribals). Maar toen de maatregel in overheidsdiensten in de jaren 90 werden uitgebreid naar andere achtergestelde groepen tot zo’n 50 procent van de bevolking, ontketende dat een heftige tegenreactie bij de hogere klassen die tot op de dag van vandaag voelbaar is.
Van positieve discriminatie kwam in de praktijk niet veel terecht: de tegenreactie van de hogere klasse werd electoraal verzilverd met de opkomst van de hindoenationalistische BJP, die de hindoeïstische standenmaatschappij in ere trachtte te herstellen. In deelstaten als Uttar Pradesh, Bihar en Madhya Pradesh belandde de politieke macht in handen van de hogere kastes. En als gevolg van het algemene klimaat van economisch ‘laissez faire’ viel de overheid in de jaren 90 de bedrijven zo weinig mogelijk lastig met personeelsquota en andere regels.
Tijdens de campagne in mei en april wist Congres in te spelen op de gefrustreerde gevoelens van de achtergestelde bevolkingsgroepen. Met de verkiezingsoverwinning van die partij laat de slinger nu weer de andere kant uit. De coalitie van de Verenigde Progressieve Alliantie (UPA) trekt nu resoluut de kaart van de positieve discriminatie om de stemmen terug te winnen die Congres in de jaren negentig verloor aan de BJP.
Deze keer komt ook de privé-sector in het vizier van de ontvoogdingsdrang. In de westelijke staat Maharashtra, waarvan Mumbai de hoofdstad is, moeten privé-bedrijven die openbare gronden willen leasen of aanspraak maken op overheidssteun voortaan de helft van hun vacatures reserveren voor mensen uit de lagere standen. De befaamde hotelketen Taj kreeg al te horen dat het zijn huurcontract niet kan vernieuwen zonder aan die regel te voldoen.
De economische toplaag in Mumbai schreeuwt moord en brand. Bedrijfsleider Rahul Bajaj, één van de machtigste patrons van Mumbai, zegt dat de positieve discriminatie “de productiviteit in de privé-sector zal schaden. Het ondermijnt onze internationale concurrentiepositie.' Het wordt aartsmoeilijk om geschikt personeel te vinden, zeggen Bajaj en zijn collega-werkgevers.
De positieve discriminatie belooft het verkiezingsthema te worden bij de deelstaatverkiezingen van september dit jaar. De rechtse oppositie (BJP en Shiv Sena) heeft gezworen de maatregel ongedaan te maken. Maar de deelstaatregering onder leiding van premier S K Shinde (zelf een 'dalit') wil van geen wijken weten. Als het beleid Congres stemmen oplevert, dan volgen mogelijk nog andere deelstaten Shindes voorbeeld en mogen de lagere kastes in heel India zich verheugen op een rondje positieve discriminatie. (mm)

IPS DOOR:

Deel dit artikel