Bedrijven en mensenrechten: tijd voor Europese actie

De roep om meer aansprakelijkheid van bedrijven op het vlak van mensenrechten en milieu klinkt steeds luider. Verschillende politieke processen komen in een stroomversnelling. Toch blijft druk van het middenveld cruciaal. Ook Broederlijk Delen pleitte de voorbije maanden voor een ambitieuzer beleid, samen met haar partnerorganisaties uit Zuid-Amerika.

De lange weg naar een internationaal verdrag

Tal van partners en lokale gemeenschappen met wie Broederlijk Delen samenwerkt, worden geconfronteerd met mensenrechtenschendingen in de context van bedrijfsactiviteiten (mijnbouw, agro-industrie, energieprojecten, ...). Vandaag bestaan op internationaal niveau al verschillende initiatieven die tot doel hebben om respect voor mensenrechten door bedrijven te garanderen. Maar die zijn niet bindend en hebben in de praktijk voor onvoldoende verandering gezorgd.

In 2014 startten daarom binnen het kader van de VN-Mensenrechtenraad gesprekken over een internationaal, bindend verdrag rond bedrijven en mensenrechten: een proces dat met succes op de internationale agenda werd gezet door sociale bewegingen en bepaalde landen uit het Zuiden (in het bijzonder Ecuador en Zuid-Afrika).

Voor Broederlijk Delen en partners moet dit verdrag drie grote punten waarborgen:

  1. De voorrang van mensenrechten op economische belangen en rechten van investeerders;
  2. De invoering van een zorgplicht voor bedrijven en de vastlegging van hun wettelijke aansprakelijkheid in geval van misbruik;
  3. Toegang tot rechtspraak voor slachtoffers en rechthebbenden (inclusief organisaties die opkomen voor de rechten van slachtoffers).

Van 14 tot 19 oktober dit jaar werd in Genève een eerste ontwerptekst besproken. In 2020 zal een aangepaste tekst op tafel worden gelegd. Vóór eind februari 2020 kunnen staten alsnog hun commentaar geven op de voorsteltekst.

Een internationaal, bindend verdrag rond bedrijven en mensenrechten heeft nog een lange weg te gaan langs diverse politieke obstakels.

Toch lijkt er nog een lange weg te gaan tot het verdrag effectief wordt aangenomen, vanwege verschillende politieke obstakels. Er is hevig verzet tegen het verdrag van economische lobby's (vertegenwoordigd in Genève door de Internationale Organisatie van Werkgevers (IEO) en de Internationale Kamer van Koophandel (ICC)). Daarnaast zijn sommige landen, zoals Zwitserland, terughoudend vanwege het bindende karakter van het verdrag. Landen zoals China en Rusland verzetten zich dan weer tegen de deelname van het maatschappelijk middenveld aan het proces. Bovendien is er geen vertegenwoordiging van de staten waar de hoofdzetels van een groot aantal multinationale ondernemingen zich bevinden (zoals de Verenigde Staten, Canada en Australië).

Ook de Europese Unie heeft tot nu toe op de rem gestaan en verscheen op de laatste sessie zonder onderhandelingsmandaat. Enkele lidstaten, zoals Frankrijk, Spanje en België namen wél het woord tijdens de voorbije sessie: ze verwelkomden het verdrag en stelden vragen ter verduidelijking.

De tekst voldoet in zijn huidige vorm ook nog steeds niet aan een aantal belangrijke verwachtingen van het middenveld en slachtoffers van mensenrechtenschendingen door bedrijven. Een aantal punten die ontbreken zijn bijvoorbeeld de expliciete vermelding van het principe van voorafgaande, vrije en geïnformeerde toestemming, de vermelding van de activiteiten van overheidsbedrijven en internationale financiële instellingen, en de vermelding van de voorrang van mensenrechten op handelsovereenkomsten. Het is belangrijk dat die punten worden opgenomen om een voldoende ambitieus verdrag te bereiken.

andestour

Broederlijk Delen was in Genève aanwezig met een delegatie van haar internationale netwerk CIDSE en vijf mensenrechten- en milieuactivisten van partnerorganisaties uit de Andes (Bolivia, Colombia, Ecuador, Peru).

In het kader van een Europees project met Broederlijk Delen stelden onze partners een rapport op over machtsmisbruik en mensenrechtenschendingen in de context van mijnbouw- en energieprojecten in de vier landen.

Op verschillende parallelle evenementen tijdens de onderhandelingssessie gaven ze concrete voorbeelden van de situatie in hun landen. Daarnaast hadden we in Genève ook ontmoetingen met vertegenwoordigers van verschillende VN-instanties, zoals de VN-Rapporteur voor Mensenrechtenverdedigers. Deze getuigenissen uit de Andes zetten de oproep tot een bindend verdrag kracht bij.

Europese zorgplicht

Niet alleen bij de Verenigde Naties staat het thema op de agenda. Ook op het niveau van de Europese Uniekomt het debat over een algemene wet rond zorgplicht voor bedrijven op vlak van mensenrechten en milieu in een stroomversnelling. Meer dan 100 ngo's, waaronder ons netwerk CIDSE, roepen de nieuwe Europese Commissie op om werk te maken van EU-wetgeving.

Het debat rond regelgeving leeft in verschillende sectoren. Zo was er recent een verrassende oproep van de grootste chocoladebedrijven om de zorg voor mensenrechten op Europees niveau verplicht te maken doorheen de hele toeleveringsketen. Ook rond de mijnbouwsector werden al initiatieven genomen. In 2021 wordt de EU-wetgeving rond conflictmineralen van kracht. Die verplicht bepaalde EU-bedrijven ertoe om vier soorten grondstoffen (tin, tantaal, wolfraam en goud) uit verantwoorde bronnen in te voeren en erop toe te zien dat hun toeleveringsketens niet bijdragen tot de financiering van gewapende conflicten.

In deze context organiseerde Broederlijk Delen samen met andere ngo's in november een rondetafelgesprek in het Europees Parlement, waarbij partnerorganisaties uit Colombia getuigden over de problematiek van goudmijnbouw in hun land. Zij benadrukten het belang van strenge garanties rond mensenrechten en milieu in het Europese grondstoffenbeleid. De wetgeving rond conflictmineralen is daartoe een belangrijke stap, maar vertoont verschillende tekortkomingen: ze is slechts van toepassing op een beperkt aantal bedrijven en omvat niet alle mensenrechten- en milieurisico's.

Net daarom is er nood aan een bredere Europese zorgplichtwet. Ook in het kader van de energietransitie, een beleidsprioriteit voor de nieuwe Europese Commissie, is deze zorgplicht bovendien van groot belang, aangezien er in de toekomst een grotere vraag verwacht wordt naar minerale grondstoffen (denk aan batterijen voor elektrische auto's, zonnepanelen en windmolens). Didier Reynders zal als nieuw Europees Commissaris voor Justitie een sleutelrol vervullen in dit dossier.

Goudmijnbouw leidt in Colombia tot mensenrechtenschendingen en milieuvervuiling.

En België?

Voorlopig steunt ons land nog te veel op vrijwillige initiatieven. Zo heeft België wel een Nationaal Actieplan rond Bedrijven en Mensenrechten met tal van richtlijnen, maar geen nationale wetgeving rond zorgplicht. Samen met vele andere Belgische ngo's vraagt Broederlijk Delen dat de volgende regering hier werk van maakt.

De volgende Belgische regering moet werk maken van een nationale wetgeving rond zorgplicht.

Ons land moet verder ook een duidelijk standpunt bepalen over het bindend VN-verdrag, in samenwerking met het middenveld, en constructief bijdragen aan de volgende onderhandelingen. We vragen ook dat België er bij de EU op aandringt om voor de volgende sessie over het VN-verdrag een EU-onderhandelingsmandaat goed te keuren, en om werk te maken van een Europese zorgplichtwet.

 

Auteur: Wies Willems, beleidsmedewerker natuurlijke rijkdommen bij Broederlijk Delen

Deel dit artikel