Belgische investeringen in palmolie moeten voldoen aan sociale en milieunormen

Palmolieplantages gaan vaak gepaard met sociale wantoestanden

De Belgische maatschappij voor investeringen in de ontwikkelingssector (BIO) moet maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de bedrijven die het financiert in het Zuiden zich houden aan een aantal elementaire normen wat betreft lonen, arbeidsomstandigheden, sociale rechten en milieunormen.

11.11.11 zet zich daarbij op dezelfde lijn als haar Franstalige zusterorganisatie CNCD-11.11.11 in een reactie op het rapport van Human Rights Watch dat op maandag 25 november werd gepubliceerd. Zowel 11.11.11 als CNCD-11.11.11 kaartten al eerder gelijkaardige schendingen aan.

Het rapport over de steun aan de palmolieplantage van Feronia, stelt het verband aan de kaak tussen investeringen van BIO en misbruiken in de palmolie-industrie in de Democratische Republiek Congo.

De armste landen zoals de Democratische Republiek Congo hebben investeringen nodig om banen te creëren, het inkomen van de mensen te verhogen en economische ontwikkeling tot stand te brengen. Maar deze investeringen kunnen enkel duurzaam zijn als ze sociale normen en milieunormen garanderen.

In het rapport van Human Rights Watch worden wantoestanden beschreven zoals slechte arbeidsomstandigheden, lage lonen en zware milieuschade onder meer door het gebruik van pesticiden.

BIO gebruikt publieke middelen om Feronia te financieren. Het heeft dus een belangrijke verantwoordelijkheid om haar investering van nabij op te volgen en bij te sturen indien er schendingen zijn op vlak van sociale en milieurechten. Transparantie over de sociale en milieuvoorwaarden die het stelt aan de bedrijven waarin het investeert, en hoe het deze opvolgt, en sterkere parlementaire controle moeten daartoe bijdragen.

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels