Benin: leven met een veranderend klimaat

IMG 1173In Ouêdo-Wo  - een dorp in Benin – ondervindt de bevolking keer op keer de effecten van de klimaatverandering.   Het leven is er de laatste jaren in een nachtmerrie veranderd.

Maar tegenwoordig groeit er langzaamaan weer hoop, dankzij  het Nationale Actieprogramma voor Aanpassing aan de Klimaatverandering (PANA1) : leven met een veranderend klimaat blijkt toch  mogelijk.




90 mm*. Dat is de hoeveelheid regen die bij de laatste bui gevallen is in Ouêdo-Wo, Adjohoun,  één van de demonstratiedorpen van het Beninse Nationale Actieprogramma voor Aanpassing aan de Klimaatverandering (PANA1). Het is een hoeveelheid water die de mogelijke opbrengst van meer dan 50 ha landbouwgebied zou doen verloren gaan, en zo een volledige gemeenschap in wanhoop zou achterlaten.

De Beninse bevolking heeft echter geleerd uit haar ervaringen en weet zich aan te passen, hoe moeilijk dit ook lijkt. De bevolking is veroordeeld tot overleven te midden van zware overstromingen, maar ook droogtes,  hittegolven, laattijdige regens en hevige windvlagen.

Adjohoun is samen met 5 andere gemeenten gekozen om als vertegenwoordiger van die kwetsbare agro-ecologische zones die het sterkst zijn blootgesteld aan klimaatrisico's, deel te nemen aan PANA1. Dit programma is gericht op het vergroten van de adaptieve capaciteiten van landbouwgemeenschappen. 

 

Eigen kennis

Daniel Z. Loconon, nationaal coördinator van PANA1, onderstreept dat het programma de boeren – zowel mannen als vrouwen - en gemeenschappen begeleidt door de eigen kennis van de boeren te promoten, veeleer dan kant-en-klare oplossingen aan te bieden. Het programma ging van start in 2011. Intussen werd een aantal maatregelen genomen om de weerbaarheid tegenover klimaatveranderingen te verhogen.

9  Gemeenschappelijke Comités voor Technische Coördinatie (CCCT) gingen van start in de 9 begunstigde dorpen.  Adjohoun ontving in 2012 1200 kilo korte-cyclus maïs-zaden voor 41 begunstigden op 40 ha, onder wie 22 vrouwen op  20 ha;  1500 Acacia auriculiformis-plantjes werden verdeeld op 0.12 ha; er waren 1650 palmolie-planten voor 12 begunstigden op 10,44 ha.

Vandaag groeien de boompjes goed: al de helft staat in bloei.  Het bloeien van de planten na nauwelijks één jaar is wellicht te wijten aan het feit dat de plantjes reeds volgroeid en gemiddeld 50 cm groot waren.

Ook de bijscholing van de boeren hielp hierbij. Thema's waren de plantafstanden, het maken van de plantgaten en het planten zelf. Maar ook het onderhouden van het dorpsbos van Ouêdo-Wo, de ondersteuning bij de aanleg van kweekbedden voor rijst- en Spaanse peper, en het ploegen en verplanten van rijst volgens de SRI- methode (Systeem van Intensieve Rijstcultuur).


 

De bevolking is zichtbaar tevreden

"Wanneer we tot nu toe plantten, nam het water alles weg. We waren afhankelijk van de goede wil van de regengoden. We deden wat we konden en we kenden enkel het regenseizoen", vertelt Félicien Houessou, het dorpshoofd, die zich de ellende voorafgaand aan het project nog goed herinnert.

Behalve  de herbebossingsacties, heeft het project vooral bijgedragen tot de ontwikkeling van korte-cyclus-zaden. De gemeentelijke verantwoordelijke voor de landbouwproductie, Adango Etienne, getuigt dat dankzij het programma de boeren bijvoorbeeld geen maïsvariëteiten meer gebruiken met een cyclus van 105 dagen, maar eerder variëteiten met een cyclus van 70 dagen.

En in het droge seizoen worden traditionele technieken gebruikt. Bijvoorbeeld het onkruid na het wieden op het veld laten liggen om zo waterverlies te voorkomen of te verminderen. Met de korte-cyclus-zaden en de versterkte traditionele technieken zien de boeren hun opbrengst en rendement alleszins verhogen. En bijgevolg ook hun inkomsten. Waar hij vroeger  30.000 FCFA per seizoen overhield, zo getuigt Lucien Houessou, houdt hij nu tot 500.000 FCFA per seizoen over.

Volgens de directeur-generaal van het departement leefmilieu, Césaire Gnanglé, zijn de resultaten het gevolg van de  participatieve aanpak waarin de promotie van  traditionele kennis centraal stond. Adango Etienne, toont zich tevreden "omdat het programma geen technologieën heeft geïmporteerd, maar de aanpak heeft gestoeld op oude landbouwkundige praktijken" en dit hoop biedt.

En de boeren  zelf, die te maken krijgen met alsmaar zwaardere overstromingen, evolueren naar de productie van rijst als gepaste reactie hierop. Op deze manier beginnen de inwoners van Ouêdo Wo, geconfronteerd met de klimaatveranderingen, op een stelselmatige manier datgene dat voorheen ervaren werd als een ramp, te beschouwen als een kans.

Bron: Podcastjournal van Alain Tossounon


Noot:
* 90 mm bij 1 bui of op 1 dag is erg veel: 90mm is nog hoger dan het maandgemiddelde van neerslag in België. De laatste jaren hebben sommige streken van Benin meer en meer te kampen met overstromingen. (nvdr)



Join For Water DOOR:

Deel dit artikel