De boeren van de Tambo-vallei in Peru halen hun slag thuis: ‘landbouw sí, mijnbouw no’

'Landbouw om te leven, mijnbouw om te sterven'

Peru is de op een na grootste koperproducent ter wereld. De goedkeuring van het conflictueuze kopermijnproject Tia Maria van Southern Copper Corporation in Peru leidde half juli tot hevig verzet van de inwoners van de Tambo-vallei, dat ook gesteund werd door verschillende organisaties en autoriteiten van de Arequipa regio. De overheid zette de nationale politie in tegen de protestacties. Daardoor zagen 11.11.11. partnerorganisaties Coordinadora Nacional de Derechos Humanos (CNDDHH) en Red Muqui zich genoodzaakt om een missie te organiseren ter ondersteuning van de lokale bevolking, om te vermijden dat er voor de zoveelste keer doden en gewonden zouden vallen in één van de vele sociale conflicten rond mijnbouw in Peru. Vervolgens werd er ook militair geïntervenieerd met gewelddadige confrontaties als gevolg. Maar op 9 augustus werd de vergunning voor de bouw van het project ingetrokken, tot grote vreugde van de lokale bevolking.

Peru en de mijnbouw

Hoewel Peru op dit moment al een vooraanstaande plaats inneemt op de wereldranglijst van de exploitatie en export van mineralen (vooral koper, maar ook goud, zink, zilver en andere metalen), lijkt het land steeds verder de deuren te willen opzetten voor buitenlandse investeringen in deze sector, ongeacht de hoge sociale en ecologische kost. Waar de mijnbouw zich vroeger concentreerde in een aantal regio's in de Andes, deed zich de afgelopen jaren een uitbreiding voor in alle delen van het land. Voor de mijnbedrijven is het verkrijgen van een 'sociale licentie' een van de grootste uitdagingen. Nieuwe mijnbouwprojecten zorgen bijna altijd voor sociale onrust, omdat de lokale bevolking zich meer en meer bewust is van de gevaren van de ontginning voor de landbouwactiviteit, hun voornaamste bron van inkomsten. De projecten leggen immers dikwijls beslag op de watervoorraad, die in vele gevallen beperkt is. Bovendien brengen de grootschalige projecten vervuiling van water, grond en lucht met zich mee. Daartegenover staat meestal geen reële bijdrage in de lokale ontwikkeling: het zijn vooral de bedrijven en de financiële centra in de hoofdstad die baat hebben bij de mijnbouw, terwijl er nauwelijks werkgelegenheid of andere economische meerwaarde wordt gecreëerd op lokaal niveau.

Alle regeringen van de afgelopen 25 jaar hebben zeer vlijtig grote mijnbouwprojecten doorgeduwd, gepushed door een ijzersterke lobby van de bedrijfs- en financiële wereld. Ook de grote media doen helemaal mee, waarbij ze de mijnbouw ophemelen als de belangrijkste motor en promotor van 'duurzame' ontwikkeling. En ook de mijnreuzen zelf proberen de gemoederen van de lokale bevolking te sussen met giften of door 'sociale' en 'duurzame' ontwikkelingsprojecten in de omringende gebieden op te zetten. Een strategische zet, want op dat moment is de negatieve ecologische impact, zowel op mens als natuur, nog niet zichtbaar. Maar in een aantal gevallen was het verzet van de lokale bevolking zo krachtig dat een project toch werd uitgesteld of stopgezet. Dat was het geval met het Congaproject van Yanacocha, dat wereldwijd bekend raakte door de aanhoudende grootschalige protesten die er uiteindelijk toe leiden dat het project werd stilgelegd.

Southern Copper Corporation en 'Tía María'

De Southern Copper Corporation is een Mexicaans-Amerikaanse mijnbouwreus, met een lange lijst van aanklachten wegens milieuvervuiling en schendingen van mensenrechten. Zo werd jarenlang miljoenen ton mijnafval in de kustzone rond Ilo gedumpt. De slechte naam op vlak van milieu-aanpak zorgt ervoor dat lokale gemeenschappen het bedrijf wantrouwen.

Southern loert al lang op de mogelijkheid om in de provincie van Islay, regio Arequipa, het project 'Tía María' op te starten, voor koperwinning op grote schaal. De boeren van de vallei, waar de Tambo-rivier doorstroomt, zijn er echter van overtuigd dat dit project de doodslag zou betekenen voor hun relatief winstgevende landbouwactiviteiten. Voornamelijk omdat de watervoorraden in deze streek beperkt zijn. Sinds 9 jaar wappert overal in de vallei een groene vlag op de huisjes, met als opschrift: 'agro sí, mina no'. De lokale autoriteiten steunen de bevolking in deze overtuiging, en in hun verzet tegen de mijnbouw.

Opnieuw spanning rond Tía María

Ondanks het gebrek aan 'sociale licentie' hadden al twee regeringen getracht het Tia Maria project op een hardhandige manier door te duwen, steeds zonder succes. Bij de hevige confrontaties in 2011 en 2015 vielen in totaal 7 doden, door de repressie vanwege de politie. De families van de slachtoffers hebben tot op heden geen duidelijke opheldering gekregen over deze feiten, laat staan enige vorm van schadevergoeding.

Begin juli besloot de regering van president Vizcarra om de bouwvergunning te verlenen aan het mijnproject Tía María, wat uiteraard opnieuw de gemoederen hoog deed oplaaien in de Tambo-vallei. Southern Copper Corporation had de regering van president Vizcarra publiekelijk onder druk gezet om hen de bouwvergunning te verlenen om zo te voorkomen dat ze een nieuwe milieu-impactstudie moesten laten uitvoeren. Deze verliep namelijk op 1 augustus, wat het project met nog een jaar zou hebben vertraagd. De bouwvergunning werd daarnaast ook toegekend zonder voorafgaand proces van participatief dialoog met de lokale bevolking. De inwoners van de Tambo-vallei gingen daarop vanaf 15 juli voor onbepaalde tijd aan het staken, waarbij ze ondermeer een weg blokkeerden richting de strategische mijnhaven Matarani, van waaruit meer dan de helft van het Peruaanse koper wordt geëxporteerd. Daarna waren er felle botsingen met de nationale politie van Peru die de 'Panamerica'-weg wou vrijmaken, met verschillende gewonden en arrestaties van demonstranten tot gevolg.

Aangezien de peruaanse organisaties in deze crisissituatie behoefte hadden aan ondersteuning op internationaal vlak, deed ondermeer de Plataforma Europa Peru – PEP, dat mee gecoördineerd wordt door 11.11.11 – een oproep aan de Peruaanse regering om een participatieve dialoog te organiseren met respect voor de mensenrechten.

Links Javier Jahncke van Red Muqui, midden Tito Bracamonte van CNDDHH (partnerorganisaties van 11.11.11)

Van spanning naar hoogspanning

Op 24 juli kondigde President Vizcarra aan dat het Ministerie van Energie en Mijnbouw (MINEM) de toegekende bouwvergunning zou evalueren, op verzoek van de lokale en regionale autoriteiten. Naast de grote tekortkomingen met betrekking tot de milieu-impactstudie, moesten immers ook nog juridische problemen met het dossier worden opgenomen.

De vereniging van bedrijven voerde daarna van haar kant de druk op de regering op. Zoals altijd gebruikte ze de media om duidelijk te maken dat het mijnproject van levensbelang is voor de regio, voor de sector en voor de economie. Volgens hen moest de regering haar been stijf houden, en zeker geen precedent scheppen voor mogelijke andere projecten. De vakbondskoepel en andere organisaties van Arequipa riepen vervolgens op tot een algemene staking in de hele regio vanaf 5 augustus, met de toestemming van de gouverneur. Het begon zelfs te rommelen in de omringende regio's, en er werd gevreesd dat ook organisaties uit Puno en Moquegua zich bij de protesten zouden aansluiten. Hierdoor zouden ook andere conflicten rond grote mijnbouwprojecten vuur kunnen vatten.

Daardoor vaardigde de overheid alweer een nieuwe resolutie uit, om de weg te openen voor de interventie van het leger in de haven van Matarani. Deze actie werd door velen bestempeld als de zoveelste blunder van de regering, en legt bloot hoe de staat tekortschiet in conflictbeheersing. Tegelijkertijd werd op nationaal niveau een peperdure media-campagne opgestart, waarin een collectief van burgers van Arequipa zich uitsprak tegen de protesten in de Tambo-vallei en in Arequipa. Al snel bleek dat deze campagne gefinancierd werd door de Southern Copper Corporation zelf.

De vergunning wordt ingetrokken

Op 9 augustus kondigde de Nationale Raad voor de Mijnbouw aan dat de vergunning voor de bouw van het project wordt geschorst totdat de bevoegde diensten de wettigheid van de vergunning hebben geëvalueerd. Ondanks het feit dat het niet gaat om een definitieve schorsing van het project, betekent deze wending een duidelijke overwinning voor de boeren uit de vallei. Als het bedrijf en de regering in de toekomst het project nóg eens willen opleggen, zal het nóg moeilijker zijn om de duidelijke afwijzing van de lokale boeren te negeren.

Nood aan nieuwe spelregels

Wat volgt, kan niemand op dit moment voorspellen. Het Peruaanse politieke toneel is momenteel erg chaotisch, waarbij het nog vele kanten kan uitgaan. Het ziet er wel naar uit dat het project Tia María definitief begraven zal worden. Het is al de derde regering die haar staart moet intrekken. Het zou moeten beginnen doordringen dat een mijnbouwproject zonder 'sociale licentie' niet kan worden doorgeduwd. De mijnbedrijven zouden moeten begrijpen dat er nieuwe regels moeten worden uitgewerkt voor hun projecten, als ze hun activiteiten in de toekomst verder willen uitbreiden. De overheid kan niet langer licenties toekennen voor grootschalige mijnbouw zonder de reële impact op het milieu te evalueren en zonder rekening te houden met de lokale levenswijze en ontwikkelingsmodellen. De Peruaanse staat kan niet langer grote gebieden militariseren, om protest af te schrikken en zeker niet om met geweld op te treden tegen lokale gemeenschappen die hun rechten opeisen.

In plaats van simplistische voorstellen en de propaganda van grote bedrijven te herhalen, moet ingezet worden op structurele transformaties. Om te beginnen moet er werk gemaakt worden van ruimtelijke ordening, waarbij bepaald wordt waar mijnbouw wél kan, en waar andere activiteiten prioriteit krijgen. Waar de staat wil dat de lokale bevolking mijnbouw ziet als een 'kans voor ontwikkeling', moet deze daarvoor duidelijke regels opstellen en aantonen ook bereid te zijn haar beschermende rol op te nemen voor de eigen bevolking. Daarvoor zijn niet alleen mechanismen voor burgerparticipatie nodig, maar ook effectieve maatregelen om de milieu-impact te beperken en om een economische return te garanderen voor de lokale gemeeschappen.

President Vizcarra gaf aan dat hij bereid is om in te gaan op de vraag van de autoriteiten van Arequipa, om te werken aan een nieuw wettelijk kader voor de mijnbouw. Volgens onze partnerorganisaties is dat inderdaad een goede opportuniteit, maar tegelijkertijd een grote uitdaging. Ze zullen moeten bewijzen dat ze kunnen opwegen tegen de lobby-capaciteiten van de mijnbedrijven, zodat de nieuwe wet beter tegemoet komt aan het belang van de lokale bevolking, aan de mensenrechten en het milieu.

 

11.11.11 DOOR:

Meer weten over onze partners?

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels