De opstand in Kasjmir: voor God of voor vaderland?

Sinds 1989 woedt er in de Indiase deelstaat Jammu en kasjmir een gewapende opstand. In 1996 onderzocht Gie Goris of die opstand religieus dan wel nationalistisch geïnspireerd was. De analyse van toen blijft veertien jaar later relevant.

'Meer mensen stierven voor hun geloof dan voor de waarheid. Zonder problemen offeren mensen hun bloed, worden helden en martelaren, gedreven door hun overtuiging. Ze veroveren naties in naam van de superioriteit van hun geloof en verheffen moord tot een deugd als het gaat om de verdediging van een stuk stof. De machthebbers weten dit en misschien is dat wel de reden dat ze de macht hebben. En van alle ideeën die de mens gedreven hebben tot opperste verwezenlijkingen of tot zelfmoord, is er geen enkel dat roemrijker of gevaarlijker is dan het concept God. Onze opperste verwaandheid ligt in het feit dat we ¢nze versie van Hem willen verdedigen, in de vrees dat Hij het verval van een instituut -dat in Zijn naam opgericht werd- niet kan overleven.' M.J. Akbar, 'God's martyrs'

Voormalig gouverneur van Jammu en Kasjmir, Jagmohan, besteedt in zijn vuistdikke memoires vele bladzijden aan de religieuze wortels van het geweld in Kasjmir. Met name de bekeringsijver van de islam wordt met de vinger gewezen. En de militante vertaling ervan. Een mening die met veel verve ook verdedigd wordt door zijn partij, de nationalistische hindoe-partij BJP. Bewijzen voor de verantwoordelijkheid van de islam vindt Jagmohan voldoende. Hij drukt pamfletten af, neemt krantekoppen over en citeert een strijdlied van militante jongeren uit de Vallei: 'De moslims van de Vallei zijn ontwaakt. Wij vrezen dood noch foltering. Wij streven naar de overwinning of naar het martelaarschap. Wij zullen de islamitische revolutie in Kasjmir brengen.'




BRON:
MO* Magazine

Deel dit artikel