De Syrische uitdaging stopt niet aan de onderhandelingstafel

Duizenden vluchtelingen steken de grens over naar Irak, op de vlucht voor het geweld

Vandaag, 22 januari 2014, start de Genève II-conferentie voor vrede in Syrië. België zal niet mee aan tafel zitten en meet zichzelf een bescheiden rol toe. Toch mag België best ambitieuzer zijn. Zowel op vlak van humanitaire hulpverlening, als in de steun aan mensenrechtenactivisten en de opvang van vluchtelingen.

Iedereen beseft dat een staakt-het-vuren slechts mogelijk is wanneer zij resoluut voor een politieke oplossing kiezen. Toch mag België best ambitieuzer zijn. De Syrische uitdagingen stoppen niet aan de onderhandelingstafel. Zowel op vlak van humanitaire hulpverlening, als in de steun aan mensenrechtenactivisten en de opvang van vluchtelingen is nog een pak werk te verzetten.

Bijna drie jaar na het begin van de protesten tegen het Assad-regime is de revolutie verzand in een uitzichtloze burgeroorlog. Het regime zit nog stevig in het zadel en burgers blijven het doelwit van aanvallen, zoals tijdens de recente containerbombardementen op Aleppo of het hongerbeleg van Muadamiyah en het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmoek. 

Daarnaast stijgt ook de invloed en het geweld van jihadistische groepen in het noorden van het land. De terreur onder de bevolking neemt toe, humanitaire hulp wordt vaak geblokkeerd en willekeurige executies behoren steeds meer tot de orde van de dag. 

Minister Reynders benadrukt dat alle aandacht nu naar de diplomatie moet gaan. Toch blijft voorzichtigheid over de Genève-II conferentie geboden, ook al is er geen alternatief voor een politieke oplossing. 

Een deel van de oppositie weigert naar de onderhandelingstafel te gaan zolang het regime niet tegemoet komt aan de eis om vrouwelijke gevangenen, kinderen en zieken vrij te laten, en de bombardementen en belegeringen stop te zetten. 

Een politieke oplossing moet hoe dan ook rechtvaardig zijn en niet ten koste gaan van fundamentele rechten. België kan hier sterk voor pleiten binnen de Europese Unie. Ons land richtte zich op humanitaire hulpverlening en het respect voor het internationaal humanitair recht. Deze focus is positief. Alle partijen in het conflict zijn immers verplicht om burgers een onbelemmerde toegang tot humanitaire hulp en medische zorg te verzekeren.

De strijdende partijen moeten het recht van zieken en gewonden op behandeling en verzorging zonder discriminatie respecteren en ze mogen geen burgers met geweld verplaatsen. Het is van essentieel belang dat de internationale gemeenschap druk uitoefent op alle oorlogvoerende partijen om deze humanitaire basisregels na te leven. Opnieuw is het aan België om dit mee in het oog te houden.

Toegang tot humanitaire hulp

Maar wat zit er nog te veel onder de radar? In totaal gaf België tot nu toe 9 miljoen euro voor humanitaire hulp aan Syrië, alles samen een bescheiden bijdrage in vergelijking met landen als Nederland (74 miljoen euro), Duitsland (320 miljoen Euro) en Zweden (60 miljoen euro).

Bovendien hebben Syriërs meer nodig dan geld. Eén van de voornaamste oorzaken van de gebrekkige hulpverlening en de enorme kost ervan, is de beperkte toegang van humanitaire actoren.

Zoals het Internationale Comité van het Rode Kruis aanklaagde, hebben wapeninspecteurs makkelijker toegang tot chemische sites dan humanitaire organisaties tot de noodlijdende bevolking. In oktober brachten de Verenigde Naties een verklaring uit (een resolutie werd geblokkeerd door Rusland) met de eis dat de oorlogvoerende partijen stoppen met het opwerpen van obstakels en met het voorstel dat het regime hulp via de buurlanden toelaat. Tot nu toe werden er echter slechts minimale stappen in die richting gezet. Laat ons aandringen op een bindende resolutie in de VN-Veiligheidsraad. 

Steun aan de democratische beweging

België kan vooral ook meer doen om de Syrische democratische beweging en de burgernetwerken opgezet voor hulp aan de bevolking, te ondersteunen. 

Midden in de chaos zijn activisten in heel het land betrokken bij nieuwe solidariteitsnetwerken die op geïmproviseerde wijze voedsel, medische zorg en scholing voorzien. Daarnaast richten ze vrouwen- en journalistenorganisaties op die concreet aan democratisering werken: ze veroordelen het geweld van het regime en oppositiegroepen, monitoren hun schendingen, doen mediawerk en zetten sensibiliserende acties op. 

Op dit moment staan ze in de kou. Zonder steun van regeringen moeten ze optornen tegen het geweld van de strijdende partijen. België kan hier absoluut een initiatief nemen. Dat kan door contact te leggen met deze groepen, bijvoorbeeld vanuit onze buitenland administratie. 

Daarnaast kan Reynders Europees pleiten voor beschermingsmechanismen voor mensenrechtenverdedigers in Syrië en een platform voor het Syrische middenveld en de Syrische vrouwen. Het land zal, wat de oplossing ook is, nood hebben aan duurzaamheid. Deze activisten kunnen daarbij helpen.

Opvang van vluchtelingen

België en de EU zouden tenslotte ook meer inspanningen moeten leveren voor de bescherming en hulp aan vluchtelingen binnen en buiten Syrië.

Zoals de dramatische beelden van Lampedusa pijnlijk duidelijk maken, raken Syrische vluchtelingen simpelweg niet tot bij ons. Er is geen legale manier voor vluchtelingen om naar Europa te reizen. Een Europese gecoördineerde aanpak is dus nodig. Voor een versoepeling van visumvoorwaarden, verlengingen van afgeleverde visa en het vergemakkelijken van de procedure voor familiehereniging.

België kan hiervoor binnen Europa pleiten. Het moet echter niet wachten op een Europese aanpak om dit zelf in te voeren, zeker voor Syriërs met familie in ons land. De Europese wetgeving laat dit toe.

Europese landen kunnen ook meer vluchtelingen uitnodigen die in de buurlanden gestrand zijn. België kondigde aan dat het 75 Syriërs in 2014 zal hervestigen. Tegenover het aantal gevluchte Syriërs in de buurlanden, is dit minder dan een druppel in de oceaan. België heeft een traditie van bescherming voor mensen op de vlucht. Laat ons die opnemen.

Ondertekend door: 

Bogdan Vanden Berghe, directeur 11.11.11
Patrick Develtere, voorzitter ACW
Karen Moeskops, directeur Amnesty International
Lieve Herijgers, directeur Broederlijk Delen
Annuschka Vandewalle, algemeen secretaris FOS
Stefaan Declercq, algemeen secretaris Oxfam Solidariteit
Annemarie Gielen, algemeen secretaris Pax Christi Vlaanderen
Els Keytsman, directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen
Ludo De Brabander, woordvoerder Vrede
Roel Stynen van Vredesactie
 

Deel dit artikel