Eindelijk een nieuwe regering in Congo: wat is er nu veranderd?

Congolees president Felix Tshisekedi

Op maandag 26 augustus kwam er eindelijk witte rook uit Kinshasa. Na zeven maanden onderhandelen werden de namen van de nieuwe ministers en staatsecretarissen bekendgemaakt. Vorige week legde de regering-Ilunga de eed af in het parlement, het startschot voor een nieuwe regeerperiode. Zal de nieuwe Congolese regering ook stabiel blijven? De regering is het resultaat van een moeilijk compromis tussen huidig president Felix Tshisekedi en oud-president Joseph Kabila. Het hoge kostenplaatje zet een rem op de mogelijkheden van de regering om enkele ambitieuze verkiezingsbeloften uit te voeren. De samenstelling van de regering doet vermoeden dat de echte beslissingen buiten de regering genomen zullen worden. Enkele opmerkelijke benoemingen kunnen bovendien een (negatieve) impact hebben op de samenwerking tussen België en Congo.

Tussen hoop en vrees

De aanstelling van president Tshisekedi in januari 2019 bracht veel hoop en een dooi in de relaties tussen België en Congo. Een aantal prominente politieke gevangenen werden vrijgelaten, de strijd tegen corruptie wordt steevast vernoemd als prioriteit, de belofte om gratis basisonderwijs te garanderen kan een enorm positieve stap zijn voor het land en de internationale en regionale relaties werden gedeeltelijk ontmijnd.

Tshisekedi slaagde erin om belangrijke dossiers te deblokkeren die de relatie tussen België en Congo al een tijdje verzuurde. Zo zal zowel het door België bestuurde 'Maison Schengen' als de recent gesloten consulaten opnieuw openen en zullen er terug dagelijks vluchten van Brussel Airlines naar Kinshasa zijn.

Tshisekedi slaagde er ook in om enkele belangrijke ministerposten naar zich toe te trekken. De aanstelling van de gematigde Marie Tumba Nzeza als minister van buitenlandse zaken doet vermoeden dat de dooi van de diplomatieke relaties met België is ingezet.

Toch lijkt er ook veel continuïteit te zijn met de vorige regering(en). De domeinen die een cruciale rol spelen voor de relaties met ons land - ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten en defensie -  worden ingevuld door ministers met een uiterst kritische instelling tegenover België of zijn zelfs gelinkt met de meest controversiële figuren van het oude Kabila-regime.

Een moeilijk compromis

De nieuwe Congolese regering telt maar liefst 65 ministers. 42 regeringsleden zijn van het Front Commun pour le Congo (FCC), de coalitie rond ex-president Kabila. De overige 23 zijn leden van Cash, de coalitie van huidige president Felix Tshisekedi.

De verdeling van de ministerposten was niet evident. Om de regionale evenwichten te respecteren waren der mate veel posten nodig. Sommige ministers hebben daarom dezelfde of soortgelijke bevoegdheden. Er bestaat een risico op conflicten over budgetten en bevoegdheden in de toekomst. Vooral de belangrijke portefeuilles zoals financiën, buitenlandse zaken, binnenlandse zaken, justitie, defensie en mijnbouw bleken een grote twistappel. Buiten- en binnenlandse zaken gingen uiteindelijk naar Cash, terwijl het FCC van oud-president Kabila naast de eerste minister ook de ministers van financiën, defensie, justitie en mijnbouw mocht leveren.

Echt vrij zijn deze ministers echter niet. Via een systeem van viceministers en 'ministres délégués' controleren beide kampen elkaar: zo leverde het FCC de viceministers van binnen- en buitenlandse zaken en leverde Cash de viceministers voor verschillende portefeuilles van het FCC. De samenstelling en bevoegdheidsverdeling reflecteert de spanningen en het wantrouwen tussen het FCC en Cash.

Toch lijkt het erop dat ex-president Kabila stevig de touwtjes in handen blijft houden. Hij beteugelt via zijn FCC zowel het nationale als de provinciale parlementen met absolute meerderheden en dragen bijna alle provinciegouverneurs de FCC-stempel. Kabila's invloed binnen het leger blijft bovendien bijzonder groot. Vlak voor de verkiezingen benoemde hij er enkele vertrouwelingen op topfuncties en in de regering-Ilunga blijft defensie van het FCC. Ook behoudt de Kabila-clan de invloed over strategische sectoren van de economie (zoals de mijnbouw).

President Tshisekedi - die ondanks de sterk bekritiseerde verkiezingsuitslag voor veel Congolezen een symbool van verandering is - zal het dus bijzonder moeilijk hebben om de hoge verwachtingen van de Congolese bevolking in te lossen.

Een hoog kostenplaatje

Toen begin augustus de grootte van de regering bekendgemaakt werd waarschuwden middenveldorganisaties al voor de enorme kosten van zo'n reusachtige regering.

Het totale kostenplaatje voor de salarissen van de ministers en hun kabinetten zou meer dan 700 miljoen dollar per jaar bedragen (op een jaarlijkse begroting van 5,9 miljard dollar). Bijna 30 miljoen dollar zou jaarlijks gaan naar allerlei voordelen en privileges van de 59 ministers uit de vorige regering. Oud-president Kabila zou maandelijks zo'n 700.000 dollar aan 'pensioen' en andere voordelen ontvangen.

Opmerkelijk is ook dat Joseph Kabila in het presidentieel paleis blijft wonen. President Tshisekedi is dus op zoek naar een nieuw paleis. Uitgelekte documenten zouden aantonen dat hij daarvoor 180 miljoen dollar zou vrijmaken en niet de correcte weg zou volgen om contracten toe te wijzen, wat tot sterke vermoedens van corruptie leidt.

Tshisekedi en zijn kabinet hebben bovendien al grote uitgaven gedaan: zo spendeerden ze bijna het volledige jaarbudget van de présidence (zo'n 75 miljoen dollar) tijdens de eerste vijf maanden van het jaar. Op een begroting van 5,9 miljard dollar gaat er dus bijna een miljard naar het onderhouden van de regeringsleden.

Naast de grote kosten voor de regering zal de president een budgettaire ruimte moeten creëren om een aantal populaire verkiezingsbeloftes waar te maken, zoals de belofte van gratis onderwijs, iets waar de bevolking op rekent. Volgens experts zou dat jaarlijks zo'n 2,9 miljard dollar kosten. Ter vergelijking: vandaag geeft de Congolese overheid jaarlijks 725 miljoen dollar uit aan het basis- en secundair onderwijs samen.

Regeringsleiders buiten de regering

Misschien opvallender dan de nieuwe regeringsleden zijn de machtige oud-regeringsleden die niet herbenoemd zijn. Zo zijn de Kabila-getrouwen die op een Europese of Amerikaanse sanctielijst staan, zoals de beruchte ex-minister van media Lambert Mende, de controversiële ex-minister van justitie Thambwe Mwamba of de voormalige presidentskandidaat en 'opvolger van Kabila' Emmanuel Shadary, er deze keer niet bij. De overgrote meerderheid van de nieuwe ministers zetelden nooit eerder in een regering.

Er zijn ook meer dan dubbel zoveel vrouwelijke ministers in deze regering (13) dan in de vorige regering. De vrouwelijke ministers kregen in vergelijking met de vorige regering ook zwaardere portefeuilles.

Aanhangers van Tshisekedi wijzen erop dat de nieuwe president bij het verdelen van de ministersposten veel meer uit de brand sleepte dan zijn politieke gewicht in het parlement deed vermoeden. Ze hopen dat hij zijn controle over de regering stelselmatig zal laten gelden en zelfs uitbreiden, en zo de invloed van Kabila zal doen afnemen.

Maar dat de bekende politieke zwaargewichten geen ministerpost kregen wil niet noodzakelijk zeggen dat hun politieke rol is uitgespeeld. Het wijst er eerder op dat de werkelijke macht allicht buiten de regering ligt. Veel ministers hebben de functie gekregen juist omdat ze zelf geen grote achterban hebben, omdat ze weinig of geen ervaring en expertise hebben in de beleidsdomeinen waarvoor verantwoordelijk worden, en/of omdat ze schatplichtig zijn aan de 'echte' politieke zwaargewichten die achter de schermen aan de touwtjes blijven trekken.

Op deze manier lijken de twee peetvaders van de regering, Tshisekedi en Kabila, de regeringsleden van hun respectievelijke politieke coalities strak onder controle te willen houden. Of en hoe dit zal lukken zal de toekomst uitwijzen.

Zolang de economie (waaronder de belangrijke mijnbouwsector), het leger en zowat alle politieke instellingen van het land onder controle blijven van het FCC lijkt de bewegingsruimte van Tshisekedi bijzonder beperkt.

Implicaties voor de relaties met België

De komende maanden zal blijken hoe de relaties tussen België en Congo evolueren, en hoe de nieuwe Congolese regering zich zal opstellen ten aanzien van de vaak kritische Europese landen, waaronder België.

Voor de Belgisch-Congolese samenwerking staan er enkele belangrijke dossiers in de steigers zoals het hervatten van de militaire samenwerking, de herziening van de ontwikkelingssamenwerking, grote mensenrechtendossiers etc. Zo loopt het huidige akkoord voor de bilaterale ontwikkelingssamenwerking ten einde en moet er de komende maanden of jaren naar alle waarschijnlijkheid een nieuw akkoord onderhandeld worden.

De kersverse minister van internationale samenwerking Guillaume Manjolo heeft hiervoor echter niet het meest vanzelfsprekende profiel. Hij heeft uitgesproken kritische standpunten ten aanzien van samenwerking met België.

Ook de nieuwe minister van mensenrechten, Andre Lite, is niet onbesproken. Hij moet onder meer een belangrijke rol spelen in de strijd tegen de straffeloosheid voor de mensenrechtenschendingen die in de Kasai, in Yumbi, in Beni en andere delen van het land hebben plaatsgevonden. Samenwerking met het Congolese middenveld, de Europese Unie, experten van de VN-mensenrechtenraad van de Verenigde Naties over de situatie in de Kasaï etc. zijn hierbij cruciaal. Lité heeft zich enkele weken geleden echter hard uitgesproken tegen de 'racistische en neokoloniale' buitenlandpolitiek van de Europese Unie en verweet in maart 2019 de Congolese mensenrechtenorganisaties om 'paarden van Troje' te zijn.

Zijn nauwe banden met Lambert Mende (de flamboyante ex-minister van media die een centrale rol speelde bij het opvoeren van de diplomatieke hoogspanning tussen België en Congo en op een sanctielijst van de Europese Unie staat) zullen de relaties met België niet vergemakkelijken.

De nieuwe minister van defensie tenslotte, Aimé Ngoy Mukena, is een vertrouweling van ex-president Kabila. Net als Kabila is hij afkomstig uit de provincie Katanga. Hij zou nauwe banden hebben met generaal John Numbi, eveneens afkomstig uit Katanga en één van de hardliners van het Congolese veiligheidsapparaat. Numbi bekleedt een sleutelrol in het Congolese leger (hij is er Inspecteur-Generaal) en staat op Europese en Amerikaanse sanctielijsten wegens zijn betrokkenheid bij zware mensenrechtenschendingen.

De onderhandelingen over de hervatting van de militaire samenwerking tussen België en Congo zullen dus niet gemakkelijk zijn.

Conclusie?

Het is veel te vroeg om een oordeel te vellen over het beleid van de nieuwe Congolese regering. Ondanks de vele uitdagingen is het niet onmogelijk dat deze regering voldoende slagkracht en politieke wil zal genereren om de sputterende economie aan de praat te krijgen, toegang tot onderwijs en gezondheidszorg te verbeteren, corruptie en mensenrechtenschendingen aan te pakken en zo het leven van de Congolezen te verbeteren. Als ook België een nieuwe regering heeft, zal ze er alles aan doen om haar Congolese collega's daarin te ondersteunen.

Pieter-Jan Hamels
Beleidsmedewerker Centraal-Afrika

11.11.11 DOOR:

Meer

  • Op 16-20 sep is president Tshisekedi in België, het eerste EU land dat hij bezoekt sinds zijn omstreden verkiezing.
  • Een goede zaak, vindt 11.11.11-directeur Els Hertogen, zolang de druk niet afneemt op zijn regering om de mensenrechten te respecteren.
  • Lees haar opinie:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels