Internationale Gemeenschap gul voor Haïti

Donors hebben gisteren (dinsdag) in Washington bijna 1,1 miljard dollar hulp toegezegd voor de heropbouw van Haïti tot september 2006. Dat is 160 miljoen dollar meer dan gevraagd. Hulporganisaties eisen dat ook de schuldenlast van het armste land van het westelijk halfrond nu snel wordt afgebouwd. Dat zou kunnen tegenvallen: de nieuwe hulp bestaat ook een groot deel uit leningen.


De gulle toezeggingen kwamen aan het einde van een tweedaagse donorconferentie in het hoofdkwartier van de Wereldbank in Washington. Samen met hulp die eerder al was beloofd, kan Haïti nu rekenen op 1,5 miljard dollar om een nieuwe start te nemen na de opstand die eind februari leidde tot de afzetting van president Jean-Bertrand Aristide. Dat moet volstaan: volgens een gezamenlijke inschatting van de belangrijkste donors, de Haïtiaanse regering, de privé-sector en niet-gouvernementele organisaties in het land heeft Haïti tot september 2006 1,365 miljard dollar nodig om zijn infrastructuur op te kalefateren en de dringendste ontwikkelingsnoden te lenigen.
De Haïtiaanse interim-regering is tevreden maar voorzichtig. Minister van Financiën en Economie Henri Bazin drukte dinsdag de hoop uit dat al het beloofde geld ook tijdig zal worden vrijgemaakt. Ook de hulporganisaties zijn daar nog niet zo zeker van. Oxfam International heeft ook kritiek op het feit dat een belangrijk deel van de nieuwe hulp uit leningen bestaat. Haïti staat nu al voor 1,2 miljard dollar in het krijt bij buitenlandse schuldeisers - vijf keer de waarde van zijn jaarlijkse export. Wereldbankwoordvoerster Caroline Anstey verklaarde wel dat de Wereldbank samen met andere instanties afwegen hoe de buitenlandse schuld van het land kan worden afgebouwd. Daarover is echter nog geen beslissing genomen.
De Haïtiaanse regering van interim-president Gerard LaTortue weet precies wat ze met al het geld moet doen. De donorconferentie werd voorafgegaan door een zes weken durend consultatieproces tussen de donoren, de regering, het Haïtiaanse bedrijsfleven en niet-gouvernementele organisaties. Het resultaat van dat overleg was een 'Interim Cooperation Framework' (ICF) dat onder meer concrete doelstellingen formuleert voor een 20-tal prioritaire werkterreinen tussen nu en september 2006. Dan moet in Haïti al ongeveer zeven maand een verkozen regering aan het werk zijn.
De doelstellingen van het ICF zijn duidelijk en ambitieus. De komende twee maanden moeten er bijvoorbeeld 44.000 banen gecreëerd worden, moet de helft van het afval dat opgehoopt is in de steden worden weggebracht en moeten in de hoofdstad Port-au-Prince 500 krotwoningen gesaneerd worden.
Van het succes bij de realisering van die doelstellingen hangt af of de interim-regering een deel van aanhangers van Aristide achter zich kan krijgen. De achterban van Aristides Lavalas, verreweg de grootste partij in het land, is nog altijd verbolgen over de manier waarop hun president het land werd uitgewerkt. Ze nemen het de interim-regering ook kwalijk dat niemand van hun partij tot hiertoe bij het voorlopige bestuur werd betrokken. Lavalas staat vooral sterk in de dichtbevolkte armenwijken van Port-au-Prince en de andere grote steden.
Sommige hulporganisaties vinden dat de Haïtiaanse bevolking te weinig inspraak heeft gehad in het opstellen van het IFC. Ze hebben er ook problemen mee dat het geld naar een voorlopige regering gaat die niet democratisch gelegitimeerd is. De Haïtianen zullen pas in december 2005 naar de stembus worden geroepen.(PD/ADR)

IPS DOOR:

Deel dit artikel