Italië verbreekt steun aan waterhulpfonds van Wereldbank

Italië steunt niet langer het agentschap PPIAF (Public-Private Infrastructure Advisory Facility) binnen de Wereldbank. Dit heeft als mandaat om via privatisering water en sanitatie tot bij de armen te brengen. 


Italië stelt dat eerst naar de negatieve gevolgen van deze aanpak moet worden gekeken. De EU verdedigt het standpunt dat er niets mis is met de voorgestelde aanpak. De intrekking van de steun van de Italiaanse regering kwam een dag voor de jaarlijkse bijeenkomst van het Wereldbank agentschap PPIAF in Den Haag op woensdag 23 mei.


Het PPIAF, opgericht in 1999, financiert verbeteringen in een brede waaier van infrastructuursectoren met participatie van de privésector, en dan voornamelijk in de sector van water en sanitatie in ontwikkelingslanden. 


De NGO-wereld, aangevoerd door de World Development Movement, heeft regeringen en  organisaties al vaker opgeroepen om de steun aan het PPIAF op te zeggen en zo niet mee te werken met dit “uiterst controversieel element van de privatiseringsagenda van de Wereldbank”. Het PPIAF is volgens hen een vehikel voor Westerse bedrijven om marktaandeel te verwerven in een opkomende watermarkt en niet om de populatie van 1.1 miljard mensen zonder toegang tot drinkwater te verkleinen.


“Water is niet louter een consumptiegoed en er moet dan ook afgestapt worden van de logica van privatisering”, aldus de Italiaanse vice-minister voor ontwikkelingssamenwerking - Patrizia Sentinelli- in haar verklaring van Dinsdag 22 mei. Ter onderbouwing van de beslissing van de Italiaanse regering om de PPIAF niet verder te steunen, zei ze: ”Ik denk dat er nood is aan een international debat over de negatieve gevolgen van de druk voor privatisering, zeker voor gevoelige sectoren waar het gaat om onze gemeenschappelijke goederen”. Ze hoopte dat dit politiek signaal samen met dat van andere regeringen het internationaal debat rond privatisering opnieuw zou openen.


De PPIAF krijgt echter nog steeds veel steun van Europa. In Februari 2007 heeft Noorwegen zijn steun opgezegd naar aanleiding van een veroordelend rapport dat stelt dat het agentschap activiteiten financierde om sceptische groepen te overtuigen van de voordelen van privatisering. Maar de Europese Commissie en de EU lidstaten Frankrijk, Duitsland, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk betalen nog steeds bijdragen aan het PPIAF. London neemt 54% van de totale financiering van het PPIAF voor zijn rekening.


De commissie heeft “nota genomen” van de beslissing van de Italiaanse regering. “Het is een politieke keuze die wij respecteren.”, stelt de communicatieverantwoordelijke van de commissie aan de Euobserver, eraan toevoegend dat het PPIAF nog steeds op Europa’s steun kan rekenen. De steun van de EU aan het PPIAF is in lijn met de ondersteuning die Europa geeft om de privésector in Afrika  verder uit te bouwen, zegt Amadeu Altafaj, communicatieverantwoordelijke bij de EU. “De ontwikkeling van privé-ondernemingen en een dynamische privé-sector zijn essentieel voor economische groei en zijn de belangrijkste bron van werkgelegenheid in ontwikkelingslanden. Het is bovendien niet de eerste keer dat een paar NGOs claimen dat Europese fondsen aan het PPIAF dienen om de privatisering van de watervoorziening te promoten.” Andere donoren van het Wereldbank agentschap zijn onder andere de Asian Development Bank, Canada, Zwitserland, the VS en de Wereldbank zelf.

22.05.2007 - 17:56 CET | Helena SpongenbergEUOBSERVER / BRUSSEL

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel