Jean-Pierre Bemba veroordeeld tot 18 jaar cel door het Internationaal Strafhof

Bemba veroordeeld tot 18 jaar. Een waarschuwing voor andere (voormalige) rebellenleiders in Centraal-Afrika?

Het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft voormalig Congolees presidentskandidaat Jean-Pierre Bemba veroordeeld tot 18 jaar cel voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. 

Het is de eerste keer dat het hof oordeelde dat verkrachting een oorlogsmisdaad is. Bovendien werd Bemba ook veroordeeld voor misdaden waar hij niet zelf aan deelnam maar wel de gewapende groep onder zijn controle. Het Internationaal Strafhof geeft hiermee een niet mis te verstaan signaal aan de auteurs van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid: ook de eindverantwoordelijken blijven niet onbestraft.

Op dinsdag 21 juni werd voormalig Congolees presidentskandidaat Jean-Pierre Bemba veroordeeld tot 18 jaar cel door het internationaal strafhof in Den Haag. Het strafhof oordeelde reeds in maart 2016 dat de voormalige vice-president, senator en voorzitter van de oppositiepartij 'Mouvement pour la libération du Congo' (MLC) schuldig is aan misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

De rebellenbeweging 'Armée pour la Libération du Congo' (AMC) heeft zich tussen oktober 2002 en maart 2003 onder zijn leiderschap schuldig gemaakt aan moord, verkrachting en plundering in het naburige Centraal-Afrikaanse Republiek.

Het is de eerste keer dat het Hof oordeelde dat verkrachting een oorlogsmisdaad is. Ook zag het enkele verzwarende elementen, zoals de 'bijzondere weerloosheid' van de slachtoffers van verkrachting en de 'bijzondere gruwelijkheid' van de misdaad van verkrachting en plundering.

Deze veroordeling is een belangrijke stap voorwaarts in de strijd tegen straffeloosheid voor ernstige misdaden

Belangrijk signaal

Deze veroordeling is een belangrijke stap voorwaarts in de strijd tegen straffeloosheid voor ernstige misdaden. Niet enkel werd verkrachting expliciet als oorlogsmisdaad beschouwd maar ook werd Bemba veroordeeld voor misdaden waar hij niet zelf aan deelnam maar wel de gewapende groep die onder zijn controle viel.

Het hof concludeerde dat hij wist dat het AMC misdaden beging of zou begaan, en dat hij faalde om alle noodzakelijke en redelijke maatregelen te treffen om deze misdaden te voorkomen of te bestraffen. Met ander woorden: de misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden waren het gevolg van het falen van Jean-Pierre Bemba om de controle over zijn troepen correct uit te oefenen.

Het Internationaal Strafhof zendt hiermee een niet mis te verstaan signaal aan de auteurs van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid: ook de eindverantwoordelijken blijven niet onbestraft. Andere (voormalige) rebellenleiders en politieke/militaire verantwoordelijken in Centraal-Afrika dienen hier maar beter rekening mee te houden.

De huidige machthebbers in Burundi zullen het nieuws zeker met enige spanning vernomen hebben. In januari 2016 startte het hof immers een vooronderzoek naar mogelijke misdaden in het kader van het geweld dat uitbrak na de beslissing van President Nkurunziza om zich kandidaat te stellen voor een derde presidentstermijn.

Politieke implicaties voor Congo

Het MLC van Jean-Pierre Bemba is vandaag de 2de grootste oppositiepartij van Congo. Zij gewagen van een politiek proces en selectieve justitie. Aangezien Bemba reeds sinds 2008 in de cel zit en de dagelijkse leiding van de partij dus al geruime tijd niet meer in handen heeft lijkt er echter niet op dat zijn veroordeling directe consequenties heeft voor de toekomst van het MLC.

Voor president Kabila komt de veroordeling wel goed uit: de populaire politicus en ex-presidentskandidaat Bemba zal geen roet in het eten kunnen gooien bij de toekomstige presidentsverkiezingen. Maar met de toenemende mensenrechtenschendingen in de aanloop van de presidentverkiezingen en het hernieuwde geweld in het oosten van het land zendt het strafhof ook een krachtig signaal naar de huidige machthebbers: ook zij kunnen verantwoordelijk gehouden worden voor daden van groepen en individuen die onder hun bevel staan.

Slechts een begin?

Jammer genoeg blijven talloze misdaden in Centraal-Afrika, en in het bijzonder in Congo, onbestraft. Zo werd er in april 2015 nog een massagraf ontdekt in Maluku aan de rand van de hoofdstad Kinshasa, waarin een maand voorheen met 421 lichamen werden begraven. Tot op vandaag is er geen enkel onafhankelijk onderzoek geopend.

In 2012 brachten de Verenigde Naties een rapportdat sprak van misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en mogelijks genocide tijdens de bloedige burgeroorlog tussen 1993 en 2003 waarbij miljoenen doden vielen. Ook hier blijven ontelbare slachtoffers wachten op gerechtigheid.

Wat kan België doen?

België heeft een belangrijke rol gespeeld bij het Bemba proces door hem te arresteren en aan het strafhof uit te leveren in 2008.

De toenemende druk op onder meer de Afrikaanse Unie om zich tegen het Internationaal Strafhof te keren toont echter aan dat België en de Europese Unie moeten blijven ijveren tegen straffeloosheid en voor de toegang tot het recht van slachtoffers van vermeende oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid (zie kader). Zo moeten ze blijven ijveren voor de ratificatie van de Statuten van Rome (het verdrag dat het Internationaal Strafhof oprichtte) door de landen in de regio die dat nog niet hebben gedaan.

Ook dienen lokale en internationale organisaties die mensenrechtenschendingen documenteren beter gefinancierd te worden. In de fase van het vooronderzoek van het internationaal strafhof zijn het immers deze organisaties die belangrijke feiten aandragen die mede bepalen of het hof al dan niet een onderzoek start. De slachtoffers mogen ook niet vergeten worden.

Het Internationaal Strafhof moet zich nog uitspreken over de compensatie en rehabilitatie van slachtoffers, maar aangezien het erg onwaarschijnlijk is dat de veroordeelde individuen de middelen zullen hebben om de duizenden slachtoffers te vergoeden, heeft het hof een trust fund opgericht om deze kosten te dekken. Waar landen als Zweden in 2015 € 1.272.000 steun gaven aan het fonds, gaf België slechts € 25.000. De recente veroordeling van Jean-Pierre Bemba is misschien een goed moment voor België om haar bijdrage aan dat fonds gevoelig op te trekken.

Pieter-Jan Hamels
Beleidsmedewerker Centraal-Afrika

Strafhof onder druk

Na een moeilijk en erg trage start in 2002 begint het Internationaal Strafhof (ICC) langzaam zijn tanden te tonen. De veroordeling van Jean-Pierre Bemba is de derde veroordeling sinds ze haar werkzaamheden begon in 2002. In maart 2012 en maart 2014 werden twee andere Congolese rebellenleiders, Thomas Lubanga en Germain Katanga , veroordeelt voor respectievelijk het rekruteren van kindsoldaten en moord, aanvallen op burgers en plundering.

124 landen hebben de 'Statuten van Rome' geratificeerd en aanvaarden dus de jurisdictie van het strafhof. Met de toename van de activiteiten van het hof, en zeker nadat onderzoeken werden geopend naar mogelijke misdaden van de zittende presidenten Omar al-Bashir van Soedan en Uhuru Kenyatta van Kenia, staat het in Afrika meer en meer onder druk. Van de 10 dossiers waarnaar een formeel onderzoek is ingesteld komt er maar 1 (Georgië) niet uit Afrika.

Een kleine maar luidruchtige minderheid van Afrikaanse leiders verwijt het ICC een instrument te zijn van westers imperialisme en neo-kolonialisme dat er op uit is om Afrika onder de knoet te houden.

Ook blijven de relaties tussen de Afrikaanse Unie en het strafhof erg gespannen. Zo stemde de lidstaten van Afrikaanse Unie in januari 2016 voor een Keniaans voorstel om uit het strafhof te stappen.

Hoewel geen enkel land ook effectief haar ratificatie van de Statuten van Rome heeft ingetrokken maakte het toch duidelijk dat de strijd tegen straffeloosheid voor ernstige misdaden nog niet gestreden is.

Zo is de oprichting van het Afrikaans hof voor de rechten van de mens en volkeren een bijzonder moeilijk proces geweest en hebben slechts zeven Afrikaanse landen aanvaard dat individuen naar het hof kunnen stappen. Met een opmerkelijke beslissing besloot Rwanda in maart 2016 om die mogelijkheid terug in te trekken.

Toch zijn er ook positieve verhalen, zoals het proces tegen Hissène Habré, de voormalige dictator van Tsjaad. Die is na een lange campagne van slachtoffers en internationale mensenrechtenorganisaties door een (mede door België gefinancierd) speciaal tribunaal in Senegal berecht en uiteindelijk veroordeeld op 30 mei 2016.

11.11.11 DOOR:

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels