Joachim Spangenberg over de gevaren voor biodiversiteit

Van 18 tot 29 oktober verzamelen wereldleiders in het Japanse Nagoya om het verlies van biodiversiteit aan te pakken. Heel wat milieueconomen pleiten ervoor een prijskaartje te plakken op de natuur. Ze gaan ervan uit dat een hoge prijs automatisch leidt tot betere bescherming. De Duitse bioloog, ecoloog en econoom Joachim Spangenberg vindt dat een gevaarlijke benadering.

Het meten van biodiversiteit in geldwaarde is een van de centrale thema's op de VN-conferentie in Nagoya. De benadering is bijzonder actueel sinds het VN-rapport Millennium Ecosystem Assessment (2005). Tegelijkertijd is ze erg omstreden, volgens critici is ze soms totaal naast de kwestie.

MO* vroeg Spangenberg of het een goed idee is de natuur in geldwaarde om te zetten en aan de markt toe te vertrouwen. ‘Het is zoals de lengte van een liter water bepalen', vindt Spangenberg. De meetinstrumenten kloppen niet, de uitgangspunten zijn fout en de invalshoek veel te eng -om maar enkele punten van kritiek te noemen. ‘Je kan best een prijs plakken op een liter water. Maar wat is de prijs van water als er zonder water geen leven mogelijk is op deze planeet?'





BRON:
MO* Magazine

Deel dit artikel