Klimaatverandering akelig dichtbij voor Latijns-Amerikaanse landbouw

De grote landbouwproducenten in Latijns-Amerika zullen tegen 2080 zwaar te lijden hebben onder de klimaatverandering. Dat stelt Prabhu Pingali, een medewerker van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO). Zijn voorspellingen klinken als een passage uit de Apocalyps. Belangrijke gematigde landbouwzones zullen verdwijnen, Latijns-Amerika zal minder voedsel produceren en de prijzen voor levensmiddelen zullen omhoog schieten.


Voor zijn prognoses vertrok Prabhu Pingali, de directeur van de afdeling Economie van Landbouw en Ontwikkeling van de FAO, van een in 2002 gepubliceerde studie van het in Oostenrijk gevestigde Internationaal Instituut voor Toegepaste Systeemanalyse (IIASA). Samen met de FAO werkte het IIASA een model uit dat de gevolgen van de verwachte temperatuurstijgingen in de wereld op de landbouw voorspelt. Volgens 'Climate change and agricultural vulnerability', de studie waarin dat model wordt gebruikt, zal de opwarming van de aarde veel landbouwers uit de rijke landen vooral voordelen opleveren, terwijl de boeren in de meeste ontwikkelingslanden het moeilijker zullen krijgen.
Volgens Pingali zullen de gematigde landbouwgebieden in Chili en Argentinië helemaal verdwijnen. Droogte wordt een groot probleem. In Zuid-Amerika neemt de oppervlakte van landbouwgebieden waar onvoldoende regen valt toe van 170 miljoen hectaren nu tot 320 miljoen hectaren in 2080. In Centraal-Amerika en de Cariben zal tegen dan 100 miljoen hectaren landbouwgrond onvoldoende neerslag krijgen - een kwart meer dan vandaag. Waar geen irrigatiesystemen voorhanden zijn, zullen de oogsten krimpen en moeten de veestapels omlaag, stelt Pingali.
In Brazilië, het noordoosten van Argentinië en Uruguay zal de neerslag volgens de FAO-expert veel wisselvalliger worden: periodes van stortregens zullen afgewisseld worden door verzengende droogte. Het nu al verschroeide noordoosten van Brazilië wordt nog droger, waardoor de productie van graangewassen er nog moeilijker wordt. Maar ook in de Amazoneregio wordt het landbouwseizoen duidelijk korter. De gevolgen zullen het grootst zijn voor teelten die niet goed bestand zijn tegen hoge temperaturen en droogte. Pingali gelooft dat met name de teelt van tarwe en maïs in steeds meer delen van Paraguay en Brazilië zal verdwijnen. In de Cariben zal de droogte onder meer het rendement van de belangrijke maïs- en suikerrietteelt doen teruglopen.
FAO-expert Pingali denkt dat door de klimaatverandering meer mensen in Latijns-Amerika en de Cariben gevaar zullen lopen honger te lijden, en dat vooral landen met een zwakke economie waar ondervoeding nu al een probleem is, hun voedselzekerheid zullen zien afnemen. In sommige gebieden zullen de voedselprijzen sterk stijgen. Mensen die aan overlevingslandbouw doen, komen in de problemen door het teruglopen van de productiviteit en door een mogelijk verlies aan genetische diversiteit in de gewassen die ze produceren. In de Cariben zal naast de inkrimping van het landbouwareaal ook het teruglopen van de visvangst voor problemen zorgen. Viskwekerijen en paaigebieden worden bedreigd door de sterkere erosie en krachtigere stormen.
Nu hebben in Latijns-Amerika en de Cariben al 53 miljoen mensen niet genoeg te eten. Ongeveer 30 procent daarvan leeft in Centraal-Amerika, nog eens 30 procent in Brazilië.
Volgens de Argentijnse klimaatexpert Osvaldo Canziani wordt een aantal van de voorspelde klimaateffecten nu al zichtbaar. Canziani bestudeerde hoeveel het de afgelopen 200 jaar regende in de pampa's in het midden van Argentinië, de vruchtbaarste landbouwstreek van het land. De voorbije twee eeuwen kwamen wolkbreuken waarbij meer dan 100 mm neerplensde gemiddeld één keer om de drie jaar voor. Maar de laatste jaren is de verhouding omgekeerd: nu regent het gemiddeld drie keer per jaar zo veel. (PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel