Klimaatverandering en gezondheidszorg bekeken door een genderbewuste bril

2011-10_benin_who_genderEen nieuw rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt voor het eerst de interacties tussen drie hoofdthema's binnen de ontwikkelingssamenwerking centraal: klimaatverandering, gender en gezondheidszorg. Het reikt daarmee een kader aan dat het beoordelen van gezondheidsrisico's en het ontwikkelen van strategieën inzake klimaatbeleid kan optimaliseren voor zowel vrouwen als mannen. Er zijn immers genderspecifieke verschillen in gezondheidsrisico's die kunnen versterkt worden door klimaatverandering, en waar een geïntegreerd klimaatbeleid dient rekening mee te houden.

Het is globaal aangetoond dat bij natuurrampen zoals droogte, overstromingen en stormen meer vrouwen dan mannen sterven. Ook de levensverwachting van vrouwen daalt bij dergelijke rampen sterker dan die van mannen. Bovendien zijn deze effecten het sterkst in landen waar de sociale, economische en politieke status van vrouwen zeer laag is. Het is onwaarschijnlijk dat enkel fysieke verschillen tussen man en vrouw deze bevindingen kunnen verklaren en hoogstwaarschijnlijk spelen sociale normen hier een belangrijke rol.
Het rapport lijst een aantal menselijke en sociale gevolgen van klimaatveranderingen op die tot op heden onvolledig bestudeerd zijn. In de periode na een (natuur)ramp worden vrouwen bijvoorbeeld blootgesteld aan een hoger risico op huiselijk of seksueel geweld. Een verminderde landbouwproductie zal voor zwangere of borstvoedende vrouwen leiden tot een extra risico op voedingsdeficiënties, een tekort aan bepaalde voedingsstoffen. Het sociale patroon waarbij van vrouwen en meisjes wordt verwacht dat ze instaan voor de ziekenzorg, kan leiden tot tijdsgebrek voor het verwerven van een inkomen of kennis via onderwijs. De resulterende lagere inkomens geven aanleiding tot een grotere kans op gezondheidsproblemen. Voor jongens en mannen kan de maatschappelijke verwachting om inkomen te genereren eveneens tot stress leiden bij klimaatrampen. Deze mannelijke bevolkingsgroep heeft, in vergelijking met vrouwen en meisjes, ook minder de neiging om hulp te zoeken bij stress en mentale gezondheidsproblemen.

De internationale aanpak ten opzichte van klimaatveranderingen wordt gestuurd door het Klimaatverdrag, het UNFCCC (United Nations Framework Convention on Climate Change). Naast gezondheid, milieu en economie zouden hierbij ook ander sociale aspecten, zoals gender, in rekening moeten gebracht worden bij het bepalen van mitigatie- of adaptatiestrategieën. Geïntegreerde beoordelingsmethoden die al deze aspecten omvatten moeten toelaten om een juiste afweging te maken van de prioriteiten. Zowel voor mitigatie als adaptatie behandelt het rapport een aantal insteken.

Inzake mitigatie geeft het huidige beleid voorkeur aan maatregelen die sociale voordelen bieden. Zo wordt verbetering van de gezondheid ook beschouwd als een belangrijk pluspunt bij verminderde uitstoot van verbrandings- en broeikasgassen. Het rapport wijst op een aantal gender-specifieke verschillen in omgaan met energie. Een studie in vier Europese landen wijst uit dat de gemiddelde alleenstaande man meer energie verbruikt dan de gemiddelde alleenstaande vrouw, en dat dit vooral te wijten is aan een hoger energieverbruik voor transport. Naast een hoge uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt transport luchtvervuiling en ongevallen. Een meer duurzaam beleid dat publiek en actief transport promoot en de nadruk legt op veiligheid is noodzakelijk. Ook hier spelen er genderverschillen een rol: in sommige landen worden fietsende vrouwen gestigmatiseerd, mannen behalen hun rijbewijs gemiddeld op jongere leeftijd en bezitten eerder een eigen voertuig.
Vrouwen verbruiken daarentegen iets meer energie voor consumptie, zoals voor voeding en hygiëne. Omdat zij ook de meeste consumentenbeslissingen nemen, bijvoorbeeld op gebied van voeding, heeft dit een belangrijke invloed op zowel klimaatmitigatie als gezondheid. In vele ontwikkelingslanden hebben vrouwen ook een belangrijke taak als het gaat over energievoorziening, niettegenstaande dat mannen als gezinshoofd dikwijls de beslissingen nemen. Het ontwikkelen van zuinigere of alternatieve energiebronnen en strategieën heeft dus meer kans op succes als zowel mannen als vrouwen in alle ontwikkelingsstadia betrokken worden.

Bij adaptatie gaat het om het voorkomen van schade én het benutten van kansen die klimaatverandering voortbrengt. Het huidige adaptatiebeleid is erop gericht de weerbaarheid ten opzichte van klimaatveranderingen te vergroten, dit in combinatie met het optimaliseren van gezondheidszorg en onderwijs en het reduceren van ongelijkheid.
Een studie van de VN-Voedsel- en landbouworganisatie FAO in India toont aan dat er ook in de perceptie rond klimaatverandering belangrijke genderverschillen zijn: mannen zullen sneller melden dat weersveranderingen de landbouwopbrengst beïnvloeden, terwijl vrouwen eerder gevolgen voor de gezondheid melden. Ook de strategieën die mannen en vrouwen verkiezen zijn verschillend: migratie had een hogere voorkeur bij mannen terwijl vrouwen eerder kozen om in loondienst te gaan werken. Deze kennis is belangrijk voor het onderbouwen van een gericht adaptatiebeleid.

Het rapport stelt een lijst van genderbewuste klimaatadaptatiemaatregelen voor met het oog op het verbeteren van de gezondheidstoestand van, in het bijzonder, vrouwen. Het rapport wijst erop dat de sociale- en gendergevoeligheid van thema's als duurzame ontwikkeling en klimaatverandering verder moet gestroomlijnd worden in het beleid. Daarnaast is er ook verder onderzoek nodig naar de gender-specifieke impact van klimaatverandering op de fysieke en mentale gezondheid. Gezondheidszorg die bereikbaar is voor de armsten en die tegemoet komt aan de specifieke noden van mannen en vrouwen doorheen hun hele levenswandel hoort daarbij centraal te staan.

Bron met link naar publicatie: http://www.who.int/globalchange/publications/reports/gender_climate_change/en/

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel