Nieuwe MO*paper: Welke toekomst voor de ontwikkelingssamenwerking?

mopaper52_osWe staan voor een keerpunt in de ontwikkelingssamenwerking. Er is sprake van een drievoudige revolutie op het vlak van doelstellingen, actoren en instrumenten voor de besteding van de 170 miljard dollar die jaarlijks in de 'hulpindustrie' omgaat.

 



Naarmate Azië door zijn economische ontwikkeling op eigen kracht uit de armoede 'weg groeit', zal de hulp steeds meer gericht worden op Afrika en op landen die kampen met instabiliteit en waar de regering niet in staat is te voldoen aan de basisbehoeften van de bevolking.

In de toekomst zal ook een groter deel van de openbare hulp gericht zijn op het leveren van 'publieke goederen', zoals de aanpak van de gevolgen van de klimaatverandering, conflictpreventie en het verbeteren van de volksgezondheid.

Wereldwijde uitdagingen zullen in de toekomst steeds meer orden aangepakt door coalities die de scheidslijnen tussen regeringen, de privésector, de civiele samenleving en niet-gouvernementele organisaties overstijgen. Dergelijke netwerken zullen in toenemende mate voorkomen in de internationale hulparchitectuur in een multipolaire wereld.

Ontwikkelingshulp wordt een katalysator voor de financiering van oplossingen van mondiale problemen. De spelregels en de instrumenten van die hulp moeten dan ook evolueren en zich sterker toespitsen op doorzichtigheid, resultaatgerichtheid, aansprakelijkheid en een marktgestuurde werkverdeling tussen de actoren van de hulpindustrie.

Tot die conclusies kwam Nemat (Minouche) Shafik van het Britse Department for International Development (DFID) tijdens de achtste Luca d'Agliano-lezing in Turijn, waar zij in persoonlijke naam enkele bedenkingen formuleerde bij de toekomst van de ontwikkelingssamenwerking. Emiel Vervliet vertaalde de tekst. Hij is hoofdredacteur van de MO* papers en docent aan de Sociale Hogeschool van Heverlee.

Deel dit artikel