Q&A- Amerikaans "vredesplan" voor Palestina

Amerikaans President Trump en Israëlische Premier Netanyahu stellen samen het Amerikaanse "vredesplan" voor.

Op 28 januari 2020 stelde de Amerikaanse President Trump samen met de Israëlische Premier Netanyahu een “vredesplan” voor betreffende de situatie in Palestina. Het plan leidde tot heel wat ophef en sterk afwijzende reacties onder Palestijnen, maar ook bij heel wat prominente Israëli's. In een Q&A gaat 11.11.11 dieper in op de inhoud van het plan en op welke concrete reactie België en de EU kunnen stellen.

1. Wat zegt het plan over Israëlische nederzettingen in bezet gebied?

Het Amerikaanse plan voorziet in de annexatie van minstens 30 % van de Westelijke Jordaanoever, bovenop de annexatie van Palestijnse wijken in Oost-Jeruzalem. Alle Israëlische nederzettingen worden onder het plan Israëlisch grondgebied, inclusief nederzettingen en grondgebied in de strategisch cruciale Jordaanvallei, E1/Maale Adumim zone en Givat Hamatos.

Het plan stelt dat Israël een moratorium moet instellen op de vernielingen van bestaande Palestijnse infrastructuur (zogenaamde 'demolitions'). Er worden echter zoveel uitzonderingssituaties toegevoegd dat dit moratorium niet alleen zonder voorwerp is, maar zelfs de bestaande praktijk van demolitions dreigt te legitimeren (p 38).

2. Wat zegt het plan over Oost-Jeruzalem?

Het plan legitimeert de Israëlische annexatie van Oost-Jeruzalem (inclusief de oude stad). Het stelt dat Jeruzalem de "ondeelbare" hoofdstad is van Israël, terwijl Oost-Jeruzalem (inclusief de oude stad) onder internationaal recht (en volgens de hele internationale gemeenschap, inclusief de EU) bezet gebied is.

Het plan stelt dus géén Palestijnse hoofdstad in "Oost-Jeruzalem" voor, enkel in de (armzalige) buitenwijken Abu Dis, Kafr Aqab en Shuafat. Deze bevinden zich ten oosten van de Afscheidingsmuur en zijn dus volledig geïsoleerd van bezet Oost-Jeruzalem (inclusief de oude stad).

3. Is dit plan een radicale breuk met het verleden?

Dit plan is alleszins géén voorstel voor een tweestatenoplossing met een Palestijnse hoofdstad in Oost-Jeruzalem, zoals foutief geframed door de Verenigde Staten en Israël. Het is een bestendiging van de huidige status-quo, waarbij illegale Israëlische nederzettingen in bezet gebied beschouwd worden als deel van Israël en waarin er hooguit sprake kan zijn van een Palestijnse Bantoestan-staat van niet-aangesloten en van de buitenwereld geïsoleerde territoriale enclaves, die nog steeds volledig worden gecontroleerd door Israël.

Het plan legitimeert de huidige "one state reality of unequal rights", waarbij één staat (Israël) alle land controleert tussen de Middellandse Zee en de Jordaanrivier maar twee verschillende rechtstelsels oplegt aan Palestijnse en Israëlische inwoners. De internationale gemeenschap wordt dus feitelijk gevraagd om het licht op groen te zetten voor de legitimatie van een apartheidsregime in bezet gebied. Dat is overigens ook de mening van gerespecteerde Israëlische mensenrechtenorganisaties als Btselem, Yesh Din, Breaking the Silence en Terrestrial Jerusalem, en twaalf Israëlische oud-ambassadeurs en prominenten.

Palestijnen moeten aan een lange lijst voorwaarden voldoen, om in het beste geval een niet-levensvatbare "state minus" te krijgen, die een verzameling enclaves/bantoestans is die nog steeds onder Israëlische militaire controle staan (p 21, p 23-24, p 47). Israël behoudt de volledige controle over grensovergangen en territoriale wateren (p 13, p 24, p 47), het luchtruim (p 47) en de natuurlijke rijkdommen (die zich grotendeels in de Jordaanvallei bevinden). Daarnaast wordt het de Palestijnen verboden een eigen leger te hebben (p 22) of om zelfstandig te beslissen om internationale instanties en tribunalen te vervoegen en om internationale akkoorden af te sluiten zonder Israëlische toestemming (p 35-36, p 39).

4. Wat met Gaza en met de vluchtelingenkwestie?

Het plan vermeldt geen enkele keer de Israëlische blokkade van Gaza, die een collectieve bestraffing van een burgerbevolking is en dus illegaal onder internationaal recht. De Amerikaanse tekst stelt het voor alsof de dramatische humanitaire situatie in Gaza de exclusieve verantwoordelijkheid is van Hamas, wat volledig voorbijgaat aan de uitvoerig gedocumenteerde humanitaire impact van de Israëlische blokkade van Gaza. Maar eerder dan een opheffing van de blokkade van Gaza in het vooruitzicht te stellen, lijkt de tekst te suggereren dat een soortgelijke blokkade ingesteld kan worden tegen de Westelijke Jordaanoever (p 24).

Het plan maakt de creatie van een Palestijnse staat ook afhankelijk van een hele reeks voorwaarden die betrekking hebben op Gaza: volledige controle van de Palestijnse Autoriteit over Gaza, volledige ontwapening van Hamas en andere terreurorganisaties in Gaza, en volledige demilitarisering van Gaza.

Het plan stelt verder dat niet één Palestijnse vluchteling zijn of haar "recht op terugkeer" kan uitoefenen naar gebieden die in het verleden door Israël veroverd werden. Er is enkel sprake van een beperkte terugkeer naar een toekomstige Palestijnse staat, integratie van Palestijnse vluchtelingen in Arabische buurlanden, of hervestiging in derde landen (p 32-33). Israël heeft onder het plan ten allen tijde het recht om te bepalen welke Palestijnse vluchtelingen wel of niet mogen terugkeren naar een Palestijnse staat (p 33). Daarnaast stelt het plan voor om het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen UNRWA op te heffen en het vluchtelingenstatuut van Palestijnse vluchtelingen op termijn te beëindigen (p 33).

5. Wat biedt het plan wél aan de Palestijnen?

Het economische luik van het plan stelt dat op een periode van 10 jaar 50 miljard dollar aan investeringen kan gemobiliseerd worden, wat volgens de VS zou leiden tot de creatie van één miljoen nieuwe jobs en een terugdringing van de armoede met 50 %. Het plan laat echter volledig in het midden wie dergelijk investeringsplan zal financieren, en gaat volledig voorbij aan het gegeven dat een blijvende militaire bezetting volgens studies van de Verenigde Naties en de Wereldbank meer dan 30 % van het Palestijnse BBP jaarlijks in rook doet opgaan.

De uitvoering van het economische luik wordt bovendien afhankelijk gemaakt van Palestijnse aanvaarding van het politieke luik van het programma. Met andere woorden: Palestijnen wordt gevraagd om hun rechten, vrijheden en aspiraties op te geven, in ruil voor vage economische incentives.

6. Hoe moet het nu verder?

Derde landen hebben onder internationaal recht een juridische verplichting om een illegale situatie niet te erkennen en geen hulp of steun te geven aan zo'n illegale situatie. Naar analogie met de Europese respons op de illegale Russische annexatie van de Krim, moeten concrete maatregelen genomen worden om de annexatie van Palestijns gebied tegen te gaan. De volgende maatregelen moeten daarbij genomen worden:

  • De activatie van de mensenrechtenclausule (artikel 2) om het EU-Israël Associatieakkoord op te schorten.
  • Het opstellen van een lijst van tegenmaatregelen ('counter-measures') op om het internationaal recht centraal te blijven plaatsen, inclusief: een verbod op handel en investeringen met de nederzettingenindustrie; steun aan de publicatie van een VN-database van bedrijven die in de nederzettingen actief zijn of er zaken mee doen; en het eisen van financiële compensaties voor Israëlische vernielingen van Palestijnse eigendommen.
  • De mobilisatie van de internationale gemeenschap, onder meer binnen de VN-Veiligheidsraad, om het plan expliciet af te wijzen, duidelijk te maken dat elk plan gebaseerd moet zijn op internationaal recht en om te vermijden dat dit plan een nieuw en gevaarlijk referentiepunt wordt voor het Israëlisch-Palestijns conflict.
  • Het beschermen van de onafhankelijkheid van het Internationaal Strafhof tegen Israëlische en Amerikaanse intimidatiepogingen, opdat het hof een formeel onderzoek kan openen naar schendingen van het internationaal recht, door alle strijdende partijen, in bezet Palestijns gebied.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels