Q&A: Congo, wat nu?

In december 2019 was het een jaar geleden dat de Congolezen een nieuwe president kozen. Welke uitdagingen staan de Congolese leiders en hun internationale partners, waaronder ons land, te wachten? 

Met wie bestuurt de Congolese president Félix Tshisekedi?

Op 30 december 2018 trokken miljoenen Congolezen naar de stembus om een nieuwe president en nieuwe parlementsleden te kiezen. Op 24 januari 2019 legde Félix Tshisekedi, voorzitter van de historische oppositiepartij UDPS, de eed af als president van Congo. Dat gebeurde in aanwezigheid van zijn voorganger Joseph Kabila. Dit was een sterk symbolisch moment voor de politieke geschiedenis van het land. Nooit eerder kende Congo een vreedzame presidentswissel na de organisatie van verkiezingen. Het voorbije jaar werden het nationale parlement (Kamer en Senaat) en de parlementen en regeringen van de 26 provincies geïnstalleerd. Premier Sylvestre Ilunga, lid van Kabila's partij PPRD, staat aan het hoofd van de nationale regering. Het electoraal proces zou normaal gezien met gemeenteraadsverkiezingen moeten afgesloten worden maar het is onduidelijk wanneer die zullen plaatsvinden.

De nieuwe president kan enkel aan populariteit winnen met een beleid dat ingaat tegen de oude politieke cultuur van corruptie en geweld.

Ondanks de controversiële verkiezingsuitslag lijkt Tshisekedi enig krediet te krijgen om zich te bewijzen. Uit een enquête begin dit jaar blijkt dat 75% van de ondervraagde Congolezen verwacht dat hij iets verandert aan de sociale situatie. Een beleid voeren dat ingaat tegen de oude politieke cultuur van corruptie en geweld en dat tegemoetkomt aan die verwachtingen is voor de nieuwe president de enige manier om aan populariteit te winnen. Een gemakkelijke klus is dat niet. Door de omstreden verkiezingsuitslag heeft Tshisekedi de perceptie van een 'Kabilamarionet' te zijn. Op nationaal en provinciaal niveau wordt CACH, zijn platform samen met zijn kabinetschef Vital Kamerhe, geconfronteerd met de grote politieke dominantievan Kabila's platform FCC in parlement, regering en provincies.

Bovendien heeft Tshisekedi te maken met een economisch en veiligheidssysteem dat al 18 jaar door de Kabila-clan wordt gecontroleerd. Om greep te krijgen op belangrijke economische en veiligheidsdossiers heeft Tshisekedi echte politieke macht nodig. De vraag is of en hoe hij die macht kan doen gelden op basis van de verkiezingsresultaten en de grondwet. De nieuwe president van Congo staat voor een dilemma: past hij zich aan het Kabila-systeem aan of probeert hij zich te emanciperen? Bij de eerste optie dreigen hij en zijn historische partij hun populariteit te verliezen, bij de tweede dreigt een confrontatie met de machtige senator Joseph Kabila.

Hoe omgaan met vrede, verzoening en gerechtigheid?

Ondanks alle vredesakkoorden die sinds 1999 werden gesloten is Congo nog steeds een 'land in oorlog'. Bepaalde regio's kampen met aanslepende en recente gewapende conflicten. De grote kopzorg zijn de provincies in het oosten waar in de jaren 1990 het geweld uitbrak. Volgens een rapport uit 2015 opereren in de Kivu 70 milities. Enerzijds zijn er de Congolese Mai Mai-milities, vaak kleine groepen van een honderdtal manschappen gerekruteerd op etnische basis. Anderzijds zijn er de buitenlandse milities met wortels in de buurlanden Oeganda, Rwanda en Burundi. De gevechten vinden plaats tussen de milities onderling, of tussen die milities en het Congolese leger (FARDC) gesteund door de VN-vredesmissie MONUSCO.

De grote kopzorg zijn de milities: ze plegen zware schendingen van de mensenrechten zoals foltering en verkrachting. Dit alles gebeurt in een context van straffeloosheid.

Uit rapporten blijkt dat de milities voor de illegale grondstoffenhandel contacten onderhouden met elites in Congo en het buitenland. Daarnaast halen ze inkomsten uit taksen die ze opleggen aan de bevolking. Ze plegen zware schendingen van de mensenrechten zoals foltering en verkrachting. Dit alles gebeurt in een context van straffeloosheid. Midden 2018 sprak de VN van 4,5 miljoen ontheemden en ongeveer 500.000 vluchtelingen in de buurlanden. Volgens de VN hebben 12,8 miljoen mensen, onder wie 5,6 miljoen kinderen, nood aan humanitaire hulp in 2019.

Slachtoffers gerechtigheid bieden is een eerste stap in het doorbreken van de spiraal van geweld en gruweldaden.

Met 'eenvoudige' akkoorden voor machtsverdeling bereik je, in tegenstelling tot wat veel politici geloven, geen verzoening. De huidige crisis in het land, het aanhoudend geweld en het niet kunnen waarborgen van de fundamentele rechten van de Congolese burgers zijn voor een groot stuk terug te brengen tot een onverwerkt verleden en de afwezigheid van schadeloosstelling van de slachtoffers. Kwesties in verband met het verleden zouden deel uit moeten maken van de sociaal-politieke debatten. Om gerechtigheid te bieden aan de slachtoffers van de oorlogen in Congo is er dringend nood aan een overgangsjustitie (justice transitionelle). Veel indicatoren tonen aan dat zo'n rechtspraak kan bijdragen tot duurzame vrede en veiligheid. Het spoort ook aan om disfuncties in overheidsinstellingen te onderzoeken.

Een nationale commissie voor waarheid en verzoening is op dit moment erg belangrijk voor Congo. Het kan de Congolezen helpen om elkaar de waarheid te vertellen en het verleden echt te verwerken. Daar zijn nu geen mechanismen voor. Dat is een van de redenen dat de straffeloosheid zo verankerd is in de samenleving, en dat er een vertrouwenscrisis is tussen sommige bevolkingsgroepen. Het vredesakkoord van 2002 bevatte onder meer bepalingen voor het oprichten van mechanismen om het verleden te verwerken. Daarin was ook sprake van een waarheids- en verzoeningscommissie en een speciaal tribunaal.

Het is in de eerste plaats de Congolese staat die de verantwoordelijkheid heeft om misdaden te vervolgen, maar het Internationaal Strafhof is een bondgenoot in de goede begeleiding van de slachtoffers.

Het Internationaal Strafhof kan misdaden berechten die zelfs duizenden kilometers verder zijn gepleegd. Het heeft al een grote rol gespeeld in Congo, vooral in dossiers rond misdaden in Ituri. Maar het Strafhof heeft natuurlijk ook beperkingen, omdat het zich eerder richt op de grote vissen zoals Bosco Ntaganda (hoofd van het CNDP, veroordeeld voor oorlogsmisdaden). Toch blijft het een belangrijke pijler in het zoeken naar de waarheid en de garantie dat de misdaden niet herhaald worden. Het is in de eerste plaats de Congolese staat die de verantwoordelijkheid heeft om misdaden te vervolgen, maar het Internationaal Strafhof is een bondgenoot in de goede begeleiding van de slachtoffers. Gespecialiseerde gemengde tribunalen, waarin nationale en internationale rechters – uiteraard gedurende een beperkte tijd – specifieke zaken behandelen kunnen een meerwaarde zijn in deze problematiek. Daarna moeten de interne instellingen het werk verderzetten. Het is een manier om de overheid te dwingen de werkomstandigheden van de magistraten te verbeteren, zodat ze hun werk goed kunnen doen, en misdadigers vervolgd kunnen worden.

Welke economische sector moet een prioriteit zijn op vlak van ontwikkeling?

Vandaag leeft ongeveer 70 % van de Congolese bevolking van de landbouw; noodgedwongen, omdat er weinig andere mogelijkheden zijn om in Congo te overleven. Maar elk beleid om die landbouw te ondersteunen ontbreekt: de Congolese boeren hebben geen degelijk zaaigoed, geen gereedschap, geen meststoffen of pesticiden, geen wegen, geen toegang tot de markt, enz. De mensen bedrijven landbouw met hun machete en een hakje, in hoofdzaak voor eigen gebruik. De jaren van oorlog hebben bovendien de kleinschalige veeteelt, het vroegere appeltje voor de dorst, volledig van de kaart geveegd. Met als gevolg zwakke productie, algemene armoede en honger. Vandaag moet Congo al meer dan 2 miljard dollar per jaar betalen aan de import van voedsel uit het buitenland. Bij een ongewijzigd beleid zal dat bedrag door de bevolkingstoename snel aangroeien.

Landbouw wordt opnieuw prioritair, in het bijzonder de familiale landbouw, maar een degelijk en goed doordacht landbouwbeleid ontbreekt.

Een bijkomend probleem is dat houtskoolproductie veel meer opbrengt dan landbouw, waardoor boeren massaal bomen gaan kappen voor de energiebehoeften van de stadsbevolking. Ook de traditionele landbouwpraktijk waarbij elk gezin jaarlijks een hectare bos omhakt om vruchtbare grond te hebben, vormt een bedreiging. Zo wordt de Congolese boer de grootste bedreiging voor het evenaarswoud. Tot slot is er nog dit: volgens de Wereldbank komen er in Congo jaarlijks 1,5 tot 2 miljoen mensen bij op de arbeidsmarkt. Waar vinden al deze jongeren werk?

Op dit ogenblik kan alleen de landbouwsector deze massale aanvoer van arbeidskrachten opvangen. Met 80 miljoen hectare aan landbouwgrond waarvan amper 10 à 15 % geëxploiteerd wordt, het gunstige klimaat en een jonge dynamische bevolking lijkt het voor de hand te liggen dat landbouw opnieuw prioritair wordt, in het bijzonder de familiale landbouw. Een degelijk en goed doordacht landbouwbeleid laat toe om de armoede in de families terug te dringen, om zelf de steden te voeden, om jongeren te integreren in de arbeidsmarkt, om het evenaarswoud te beschermen en om lokale en inclusieve economie uit te bouwen die het land zal toelaten om zich te ontwikkelen in de vele andere economische domeinen. De verkoop van grondstoffen kan er dan mee voor zorgen dat er geïnvesteerd wordt in de nodige infrastructuur.

Door de geschiedenis heen leren statistieken ons dat de meeste opkomende economieën ooit begonnen zijn met een goed doordacht landbouwbeleid. Een beleid dat de productiviteit van de landbouw doet groeien, ervoor zorgt dat er meer koopkracht ontstaat, waardoor families meer gaan investeren in het onderwijs en de gezondheid van hun kinderen. Naarmate de economie ook in andere sectoren begint te groeien zal een transfer van arbeidskrachten ontstaan van de landbouw naar de andere sectoren. Hieruit kan Congo inspiratie putten voor het uittekenen van een eigen economische en sociale ontwikkeling.

Moet president Tshisekedi nieuwe protesten vrezen?

In 2015 vonden de eerste grote protesten tegen het Kabilaregime plaats. Een keerpunt dat illustreerde dat Congolezen – en in het bijzonder jongeren – niet bang zijn om op straat te komen. Sindsdien trad het regime repressiever op tegen oppositie en middenveld. De Kerk en de burgerbewegingen centraliseerden de mobilisatie in de strijd tegen Kabila. De veiligheidssector werd ingezet om een sfeer van terreur te creëren. De berichtgeving over het geweld tegen jongeren en priesters opende de ogen van de internationale gemeenschap voor de hardheid van het regime van Kabila. De Kerk en de burgerbewegingen hielden ondanks de zware repressie van de overheid vast aan hun geweldloze methodes. Ze gaan in tegen stemmen die geweld promoten als middel om verandering te bekomen.

Congolezen – en in het bijzonder jongeren – zijn niet bang om op straat te komen. Sindsdien trad het regime repressiever op tegen oppositie en middenveld.

In 2015-2019 focusten de Kerk en de burgerbewegingen in hun engagement sterk op de verkiezingen. Samen met de oppositie konden zij uiteindelijk het vertrek van Kabila als president afdwingen. Maar de verrassende machtswissel met Félix Tshisekedi zorgde ook binnen het middenveld voor verdeeldheid. Dit verklaart waarom zij niet opriepen tot protest tegen de officiële verkiezingsresultaten. Bovendien leeft het trauma van de bloedige repressie nog volop. De bevolking koestert een verlangen naar stabiliteit. Ondanks een kritische houding wijzen de verklaringen uit het middenveld op een erkenning van de nieuwe president. Ondertussen liet Tshisekedi honderden politieke gevangenen vrij of terugkeren naar Congo en hij heeft de democratische ruimte weer wat meer geopend.

De machtswissel mag dan niet zijn wat iedereen ervan verhoopte, toch leeft de verwachting dat de nieuwe president werk maakt van veiligheid, jobs en sociale voorzieningen. Het kritische middenveld zal er alles aan doen om zijn grondwettelijke ruimte op te eisen door het beleid op te volgen, de bevolking te informeren en te sensibiliseren, om zo de druk op de nieuwe president en de regering aan te houden. Nieuwe protesten zijn niet uit te sluiten indien de situatie niet verbetert.

Wat kan België doen?

De Belgische regering heeft tijdens de legislatuur 2014-2019 een kritisch Congobeleid gevoerd, door aan te dringen op geloofwaardige verkiezingen en respect voor de mensenrechten. Op bilateraal vlak stopte de regering begin 2018 een deel van de bilaterale ontwikkelingshulp aan Congo, de grootste ontvanger van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. België trok binnen de EU aan de kritische kar als het over Congo ging, en bepleitte sancties in 2016 en 2017. Dat kritische beleid lag aan de basis van de diplomatieke crisis die later losbarstte. In 2018 besliste Congo over de sluiting van het Belgisch ontwikkelingsagentschap Enabel en het Europese visumhuis in Kinshasa (dat door België beheerd wordt) en van het Belgisch consulaat in Lubumbashi. Het sloot zijn consulaat in Antwerpen en hanteerde strengere regels voor visumtoekenning aan Belgen. SN Brussels Airlines moest het aantal vluchten per week naar Kinshasa verminderen.

België kan relevant blijven door bij te dragen aan de stabiliteit en in de eerste plaats te kiezen voor een actieve bilaterale en multilaterale diplomatieke rol.

Sinds de eedaflegging van Tshisekedi is het Europees visumcentrum heropend. En zijn septemberbezoek aan België was een belangrijke stap in de normalisering van de relaties met België. Nadat België zich aanvankelijk erg kritisch uitliet over de verkiezingsuitslag, legde het zich binnen de internationale geopolitiek uiteindelijk ook neer bij de installatie van Tshisekedi. Bij de vorming van een nieuwe federale regering zullen de bevoegde ministers in overleg met het parlement en het middenveld moeten bepalen welk type samenwerking België met de nieuwe president en zijn regering in Congo wil hebben. In tegenstelling tot de VS en China beschikt België niet over ruime financiële middelen. Toch kan het zijn ervaring en technische expertise verder inzetten binnen ontwikkelingssamenwerking – door domeinen zoals landbouw, gezondheidszorg en onderwijs te ondersteunen –; in de veiligheidssector – in het kader van de professionalisering van leger, politie en justitie –; en in de privésector – door kmo's van Belgen en Congolezen te faciliteren.

Om duurzaam te zijn moet dat alles in een stabiele en veilige politieke context gebeuren en in partnerschap met een Congolese president en regering die de politieke wil hebben om een beleid te voeren dat het land effectief vooruithelpt. België kan relevant blijven door bij te dragen aan die stabiliteit en in de eerste plaats te kiezen voor een actieve bilaterale én multilaterale diplomatieke rol. Mede door de historische band met Congo zorgt de internationaal erkende ervaring en expertise van België ervoor dat het met belangrijke internationale spelers aan tafel kan zitten als het over Congo gaat. Om zijn diplomatieke impact in Congo te vergroten moet België de dialoog met de leiders in Congo durven herstellen, een voortrekkersrol (blijven) spelen binnen de EU en inzetten op meer samenwerking met niet-westerse sterkhouders (China, Rusland, Afrikaanse landen zoals Zuid-Afrika en Angola). Het Belgische lidmaatschap in de VN-Veiligheidsraad (2019-2020) biedt alvast een mooie gelegenheid om die stappen te zetten.

 

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel