Recht op water en sanitaire voorzieningen: een stap verder dan de millenniumdoelstellingen

2010-03-rechtopwater_benin_pomp

Het mensenrecht op water en sanitaire voorzieningen gaat verder dan de ambities van de millenniumdoelstellingen en streeft universele geldingskracht na, met een focus op de meest achtergestelde bevolkingsgroepen. Volgens Catarina de Albuquerque, onafhankelijk experte bij de VN, omvat dit recht niet enkel de duurzame toegang tot water maar ook de betaalbaarheid, toegankelijkheid, aanvaardbaarheid en kwaliteit van een voldoende hoeveelheid water voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik.

Terwijl 20 liter veilig drinkwater beschouwd wordt als het minimum om te overleven, is 50 tot 100 liter nodig om de volledige realisatie van dit recht te kunnen garanderen.

Catarina de Albuquerque begon in november 2008 als onafhankelijk experte aan een driejarige onderzoeksopdracht over de relatie tussen mensenrechtenverplichtingen enerzijds en veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen (hierna sanitatie genoemd) anderzijds. Naast het verschaffen van beleidsadvies aan de VN werkt ze ook aan een handboek met good practices omtrent water en sanitatie.

Welke rechten bestaan er?
Het bestaan van een ‘recht op water’ wordt algemeen erkend, aangezien zonder dit recht heel wat expliciete mensenrechten niet gegarandeerd kunnen worden.
Het VN-comité voor Economische, Sociale en Culturele Rechten stelde in 2002: ‘het mensenrecht op water is essentieel om een leven in menselijke waardigheid te leiden. Het is een voorwaarde voor de realisatie van andere mensenrechten.’
In 2007 stelde de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens dat het recht op water impliciet vervat zit in het recht op leven en het recht op gezondheid en dat dit recht expliciet vermeld wordt in verschillende VN-verdragen. De Hoge Commissaris concludeerde hieruit dat er zoiets bestaat als een mensenrecht  op gelijke en niet-discriminatoire toegang tot een adequate hoeveelheid drinkwater voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik.

Daarenboven pleiten Nederland, Duitsland, Spanje en Zwitserland actief voor formele internationale erkenning van het recht op water en sanitatie. Zij hebben zich aangesloten bij een wereldwijde beweging, opgestart door NGO’s zoals WaterAid, COHRE en Green Cross International.
De VN-raad voor de Rechten van de Mens overweegt een voorstel om het recht op sanitatie op te nemen als een expliciete component van het recht op een waardige levensstandaard.

Wat levert dit op?
Albuquerque sprak in november 2009 op het Nederlandse ministerie voor buitenlandse zaken met specialisten uit de water- en mensenrechtensector. Ze bekent dat heel wat van deze specialisten haar de vraag stelden wat een mensenrechtenbenadering concreet kan opleveren.  In haar antwoord stelt ze dat de mensenrechten op zich geen wondermiddel zijn maar dat de essentie gelegen is in de implementatie ervan. Mensenrechten zorgen wel degelijk voor een wettelijk kader waarbinnen rechten en plichten worden gedefinieerd. Ze maken de weg vrij voor een  niet-discriminatoire dienstverlening die rekening houdt met mensen in armoede. Ze vormen passieve ontvangers van diensten om tot actieve individuen die verandering kunnen bewerkstelligen. Kortom, toegang tot water en sanitaire voorzieningen wordt niet  langer een zaak van liefdadigheid of welvaart maar een afdwingbaar recht.

“Gefrustreerd zijn is een deel van mijn job”
Catarina de Albuquerque reisde naar Egypte, Costa Rica en Bangladesh om met eigen ogen te aanschouwen wat het recht op water en sanitatie in de praktijk betekent. Zulke bezoeken creëren uiteraard hoge verwachtingen in de gastlanden. Maar zij heeft noch de tijd noch de middelen – ze heeft slechts één assistent – om aan die verwachtingen tegemoet te komen. “Het is een deel van mijn job om gefrustreerd te zijn”, zegt ze hierover. Omdat ze zich bewust is van het belang van partners om aanbevelingen op te volgen en om regeringen op hun verantwoordelijkheid te wijzen, zet ze in die landen de civil society aan om toezicht te houden op de naleving van deze mensenrechten.

Haar VN-status geeft Mevrouw Albuquerque toegang tot hooggeplaatste
regeringsfunctionarissen. Tijdens haar bezoeken is ze is niet te beroerd om hen te wijzen op wantoestanden én om verwezenlijkingen te erkennen. Op een persconferentie in Bangladesh prees ze het land voor innovatie inzake sanitaire voorzieningen en voor zijn gemeenschapsgerichte aanpak. Maar ze wees ook op de discriminatie van straatvegers en kadaverruimers, die geen toegang hebben tot het onderwijs en onvoldoende toegang tot water en sanitatie in hun eigen huizen. Ze vroeg bovendien aandacht voor het groot aantal mensen dat de gevolgen draagt van de vergiftiging van het drinkwater met arseen.

De rol van de staat
Is de staat verplicht tot rechtstreekse dienstverlening en zouden water en sanitaire voorzieningen gratis moeten zijn? Op beide vragen antwoordt Albuquerque negatief. ‘De kerntaak van de staat is om te voorzien in regulering en supervisie. Enkel in het geval van extreme armoede of natuurrampen moet de staat op het voorplan treden. Staten moeten garanderen dat diensten beschikbaar zijn, niet dat ze gratis zijn. Zij die daartoe de middelen hebben, moeten financieel of in natura bijdragen. Een wereldwijde implementatie is niet voor morgen maar elke staat moet tonen dat hij alles doet wat in zijn  mogelijkheden ligt om dit doel te bereiken.’

Focus op sanitatie, privatisering en klimaatverandering
Albuquerque focust gedurende haar aanstelling als experte jaarlijks op een ander specifiek thema. In 2009 was dit sanitatie. Dit jaar kiest ze voor het thema ‘privatisering’. Daarnaast rondde ze een paper af over klimaatverandering.
Na raadpleging van specialisten en bevolking heeft Albuquerque een aanbeveling bezorgd aan de VN-raad voor de Rechten van de Mens om het recht op sanitatie op te nemen als een expliciete component van het recht op een behoorlijke levensstandaard.

Bron: IRC International Water and Sanitation Centre
www.irc.nl/page/51931

Deel dit artikel