Sella Mendoza: "Op de Filipijnen worden we nu al geconfronteerd met klimaatverandering"

Sella Mendoza

In het kader van de Changemakers-campagne organiseerden JNM, Greenpeace Gent, D'urgent en 11.11.11 samen een klimaatcafé waarin gedebatteerd werd over het 'maken van verandering'. Het reportersduo van JNM, een jongerenorganisatie voor natuur en milieu, strikte de special guest van het klimaatcafé: changemaker Isabella Mendoza uit de Filipijnen, voor een interview. Dit inspirerende interview, waarin de stem van jongeren over klimaat en activisme centraal staat, willen we graag met jullie delen.

Isabella (ook wel gewoon Sella genoemd) werkt bij het ICSC (Institute for Climate and Sustainable Cities) in het Climate Policy Team. ICSC, een internationale organisatie en 11.11.11-partner, zet zich in voor duurzame verandering, waarbij ze focussen op kleine gemeenschappen zonder de link met de overheid te vergeten. Ze brengen bijvoorbeeld gemeenschappen met gelijkaardige problemen bij elkaar zodat ze van elkaar kunnen leren. Zo brachten ze laatst nog vijf gemeenschappen bij elkaar die worstelden met de toegang tot water. De gemeenschappen zoeken samen naar oplossingen en zetten projecten op. Daarbij geeft ICSC info over waar deze gemeenschappen fondsen kunnen halen voor het realiseren van hun projecten. Dat kan zijn via de lokale of nationale overheid, maar ook via internationale wegen. "We hebben geen schrik om hulp te vragen. Het is niet omdat je kwetsbaar bent, dat je hulpeloos bent."

Hey Isabella! Je bent 25, de leeftijd van een JNM'er. Dat is erg inspirerend! Hoe ben je in dit werk terecht gekomen?

Ik ben opgegroeid in een familie die werkte in de non-profit sector. Ze waren meer gefocust op mensenrechten, wat me in mijn jeugd erg inspireerde! Ik wist dat ik dit soort werk ook wou doen. De Filipijnen hebben zo veel problemen en ik kon zeker ergens helpen. Na de middelbare school ging ik gemeenschapsontwikkeling studeren. Op lokaal niveau gebeurt er namelijk zo veel en we zijn tot zoveel in staat! In de Filipijnen is het klimaatprobleem echt groot in de landbouw, waar vele gemeenschappen in betrokken zijn. Ik focuste mijn onderzoek tijdens mijn studie op milieuzaken, ecosystemen en bosbescherming. Zo deed ik een onderzoek naar duurzaam toerisme. Welke impact heeft dit op een gemeenschap? Waarom is het een positieve of een negatieve ervaring? Als je het op de juiste manier aanpakt, kan dit echt een gemeenschap de goede richting uit sturen!

Weet je, je raakt echt opgewonden als je ervaart hoe het echte leven eraan toe gaat! Ik vond ICSC online en vond hun werkwijze heel aantrekkelijk. Ik solliciteerde voor een job als manusje van alles waarbij ik vooral moest ondersteunen bij uitvoerende en organiserende activiteiten. Ik moest bijvoorbeeld veel noteren bij belangrijke vergaderingen. Ik had geen inspraak bij beslissingen, maar had zo wel de kans om veel informatie op te nemen en te voelen hoe het eraan toe gaat. Na een tijdje wou ik meer doen, maar ik had nog steeds niet de vereiste technische ervaring. Wel mocht ik al iets meer inhoudelijke taakjes doen. Zo organiseerde ik lezingen en debatten. Dit was hoe ik zelf meer over de klimaatproblematiek bijleerde. Dat was voor mij heel belangrijk, al die inzichten! Mijn honger om meer te helpen was natuurlijk nog niet gestild en dat heb ik ook aangegeven. Nu werk ik aan klimaatfinanciering- en beleid. Ik ben in dit team terecht gekomen omdat ze zich op gemeenschappen richten en uiteindelijk was dat wat ik ook deed als student.

Mijn job is dus het resultaat van een leer- en groeiproces. Ik ben gaandeweg gaan zien waar ik kon helpen. Daarbij moet je zelf je vaardigheden kunnen inschatten: heb je eerder technische kennis? Ben je beter in het omgaan met mensen? Of ben je goed in het bepalen van nieuwe strategieën?

Ook hebben we veel geluk in de Filipijnen. ICSC heeft een team dat niet zo heel oud is (jong zelfs), maar wel al op grote schaal werkt. Zo proberen we bijvoorbeeld overheden te inspireren en zij aanvaarden ook onze suggesties. Het is leuk dat ze onze rol in het klimaatdebat accepteren en onze leeftijd niet afdoet aan onze geloofwaardigheid. Ze erkennen juist dat jongeren veranderingen willen doorvoeren omdat wij hier in de toekomst beïnvloed door zullen worden.

Wat maakt je job zo boeiend?

Het werk is best technisch van aard omdat de klimaatproblematiek gewoon een technische aangelegenheid is. Het draait om onderwerpen uit de wetenschappen, energie, enz. Je moet ook allerlei juridische documenten en papieren doorlopen. Maar wat spannend is, is dat je met veel verschillende partners samenwerkt. Je wil communiceren met beleidsmakers die je plan kunnen implementeren, maar ook met bijvoorbeeld de vissers die daadwerkelijk de problemen ervaren. Je moet dus met iedereen relaties kunnen opbouwen.

Waarom vinden we in België die connectie met elkaar en de overheid niet, denk je? Zijn we te bevoorrecht om het probleem te kunnen negeren?

Verschillende groepen spreken verschillende talen. Een kunstenaar gebruikt andere begrippen dan een wetenschapper. Een overheid kijkt dus ook anders naar het klimaatprobleem dan iemand die zijn gezin moet onderhouden. Je moet onderling begrip tussen de verschillende actoren creëren om de situatie te erkennen. Daarvoor werken we bij ICSC samen met niet-technische teams. Zo hebben we bijvoorbeeld laatst een boek gepubliceerd waarin we het probleem aan de kaart willen brengen. Na tyfoon Haiyan stuurden we fotografen op pad in de getroffen gebieden. De foto's die hieruit voort kwamen, gaven we aan schrijvers die geen technische achtergrond hebben en dus zelf geen inzicht hebben in al die cijfers die wetenschappers ons aanreiken. Wie weet er uiteindelijk echt wat het betekent om onder 1,5°C te blijven? Dat is ook maar een getal. We gaven deze mensen een lijst mee van woorden en begrippen (zoals 1,5°C) die ze niet mochten gebruiken in hun teksten.

Het resultaat is 'Agam' wat zoiets als 'onzeker' betekent. Het is gericht op mensen die zich niet per sé bezighouden met het milieu of het klimaat, maar er wel gevolgen van (zullen) ondervinden. Het is een boek vol korte teksten, gedichten en verhalen. Het is niet technisch, maar laat wel zien hoe mensen nu al beïnvloed worden door de klimaatverandering. Er was iemand die een verhaal schreef vanuit het perspectief van een hond. Deze hond voelde al veel eerder dan de mens dat er iets mis was en wou zijn baasje waarschuwen en redden. Als we mensen iets willen laten ondernemen, moeten we hen aanspreken met het hart en niet met het hoofd.

Hoe ga je om met een inactieve overheid?

Op de Filipijnen worden we nu al geconfronteerd met de klimaatverandering. We zijn minder bevoorrecht om de hele situatie aan ons voorbij te laten gaan. Als er een tyfoon (zoals Haiyan in 2013) op komst is, kunnen er mensen doodgaan. We kunnen niet anders dan reageren. Toch blijft dit moeilijk. Hoe overtuig je de overheid om acties te ondernemen die slechts binnen 30 jaar resultaat zullen opleveren, terwijl er mensen zijn die zich op dit moment geen lunch kunnen veroorloven? Adaptatie houdt een risico in. Het kan zijn dat je nooit iets van je eigen acties zal voelen. Maar dit mag niets te maken hebben met het ondernemen van actie! Uiteindelijk willen we dat overheden het probleem erkennen. Als ze dit doen, zal dit ook doorsijpelen naar de mensen in de straat (het zogenaamde trickle down effect). We proberen aan te tonen dat we allemaal getroffen zijn zonder de boodschap te geven dat dit het einde van de wereld is. Het is louter een extra taakje dat aan de agenda moet worden toegevoegd, maar het is ook niet meer dan dat. Verander de planning van je werk, verander je beleid. Werk samen met het milieu en niet tegen het milieu. Werk met hernieuwbare energie en niet met fossiele brandstoffen. Om dit werk te doen moet je positief blijven.

Ben je een changemaker?

Iedereen wil wel iets veranderen in de wereld en zijn steentje bijdragen. Dat is uiteindelijk ook het doel van mijn werk. Het is leuk dat andere mensen me hier uitnodigen om te komen praten over mijn werk en me dus identificeren als changemaker. Dat geeft een goed gevoel. Al weet ik natuurlijk ook niet alles.
Welke rol zou JNM volgens jou moeten innemen in het klimaatdebat?
Ik ben eerst en vooral al onder de indruk dat er zoiets bestaat als een jongerenorganisatie met rond de 3000 leden. Dat hebben we in de Filipijnen niet, en al helemaal niet op die schaal. Het feit dat jullie bezig zijn met natuur en milieu maakt het natuurlijk alleen maar beter!

Met ICSC proberen we echt in het veld te werken en proberen we alle partijen te begrijpen. Ook België zal in de toekomst niet gespaard worden van de impact van het klimaat. Als het niet rechtstreeks is, zal het onrechtstreeks zijn door een hoog aantal klimaatvluchtelingen. Consequent gaat het dus slechter en slechter met de wereld. Als jeugd is het belangrijk om te leren. Je moet de goede informatie vinden en deze opnieuw verspreiden. Je moet hierbij niet steeds naar de hele wereld kijken. Die is veel te groot! Kijk liever eens wat de effecten van klimaatverandering (zullen) zijn in jouw omgeving. Wat zullen de veranderingen zijn die België moet gaan doorvoeren? Of wat betekent de opwarming van de aarde juist voor een specifiek ander land zoals de Filipijnen?

Betrek ook andere groepen die al dan niet met deze problemen bezig zijn. Je moet daarom nog geen gigantische organisatie of 11.11.11 worden, maar ontdek wat je moet weten. Kijk naar wat je specifieke vaardigheden zijn en communiceer deze met anderen. De kleine dingen die je doet, hebben misschien geen invloed op de overheden, maar dat weet je eigenlijk niet. Misschien hebben ze dat juist wel. Of misschien inspireren ze wel één iemand anders en die kan jouw boodschap dan weer verder dragen.

Wat geeft jouw de kracht om te blijven doorgaan?

Wat we nu doen zal waarschijnlijk slechts een minimale invloed hebben op ons, maar zal wel belangrijk zijn voor de volgende generaties. Het is dus belangrijk om een emotionele band te houden met je werk. Het is niet gewoon klimaatverandering, maar een klimaatcrisis. We moeten ons dan ook gedragen als in een crisis. Dat wil zeggen dat iedereen zich moet inzetten, niet enkel jongeren. Langs de andere kant wil dit niet zeggen dat je voortdurend globaal moet denken. Door kleine dingen te doen en bijvoorbeeld toegang tot water te verzekeren voor een bepaalde gemeenschap, veranderen concrete dingen in het leven van mensen. ICSC wordt op dit moment steeds internationaler, maar het is belangrijk om niet te vergeten voor wie we het doen. We starten met kleine acties en wachten tot ze groeien. Als je een hart hebt voor de mensen voor wie je het doet, is dit makkelijker om door te gaan. Je weet hoe erg het kan worden en je weet dat je eigenlijk ook een deadline hebt. Ook al is die ver in de toekomst. Ik weet niet wat ik zal doen na die deadline. Dat zie ik dan wel weer. Voorlopig blijf ik doorgaan!

Geschreven door Lara Dumortier en Clara Eyckerman (leden van de JNM Milieuwerkgroep). Dit wordt gepubliceerd in Euglena, het tijdschrift van JNM dat vier keer per jaar verschijnt.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels