SOS Aleppo: doorbreek de belegering

Aleppo belegerd.

In de noord-Syrische stad Aleppo is er sinds begin juli opnieuw sprake van een verregaande escalatie van het geweld. Nadat troepen, loyaal aan de Syrische president Assad, midden juli de belegering van het oostelijke stadsdeel voltooiden, wordt nu ook het westelijke deel van de stad - dat onder controle van het regime staat - belegerd door Syrische rebellengroepen.

Rusland kondigde op 18 augustus aan het VN-voorstel voor humanitaire pauzes van minstens 48 uur te aanvaarden. Duitsland pleit daarnaast voor luchtdroppingen met humanitaire hulp. Minister van Buitenlandse Zaken Reynders zegt ‘bezorgd’ te zijn over de situatie in Aleppo, maar kondigt geen concrete actie aan.

‘Geef je over of verhonger’

Na wekenlange gevechten namen troepen, loyaal aan de Syrische president Assad (inclusief Libanese en Afghaanse radicale sjiitische milities en Iraanse grondtroepen), op 17 juli de controle over van de laatst overgebleven toegangsweg tot Oost-Aleppo.

Het regime voltooide zo de belegering van het oostelijke deel van de stad. Hierdoor worden 300.000 Syrische burgers nu bedreigd door uithongering. Oost-Aleppo wordt sindsdien door het regime en Rusland genadeloos onder vuur genomen met vatenbommen, brandbommen, zware artillerie en clustermunitie. De VN-Onderzoekscommissie voor Syrië spreekt over een doelbewuste “surrender or starve” strategie.

De laatst overgebleven dokters in de stad deden midden augustus een wanhopige oproep aan de Amerikaanse president Obama en de Duitse kanselier Merkel om de belegering van Oost-Aleppo te doorbreken om zo de uithongering en dood van Syriërs door onvoldoende medische zorg te vermijden.

De Verenigde Naties waarschuwen dat in totaal twee miljoen Syriërs in Aleppo nauwelijks toegang hebben tot voedsel, medicijnen, elektriciteit of water.

Syrische dokters van de Union of Medical Care and Relief Organizations (UOSSM) lanceerden eind juli eveneens een dramatische oproep: ‘An entire society is being eradicated in Aleppo while the world watches. An entire generation of Syrians is being ravaged by the policy of military sieges, starvation, the denial of education and the destruction of primary health care. Doctors are being targeted as a matter of state policy to ensure that innocent civilians do not get the care they need.’

Syrische burgeractivisten verenigden zich ook in het “Aleppo Pathway” initiatief om een einde te eisen aan de belegering, terwijl inwoners van Aleppo de luchtaanvallen bestrijden door autobanden in brand te steken en de piloten zo het zicht te belemmeren.

Ook West-Aleppo belegerd

Verschillende Syrische rebellengroepen slaagden er op 6 augustus in om de belegering deels te doorbreken, hoewel de humanitaire toegang tot Oost-Aleppo uiterst beperkt blijft wegens de verdere intensifiëring van de Russisch-Syrische bombardementen. De rebellen namen ook een strategische toegangsweg in tot West-Aleppo (dat onder controle staat van het regime), waardoor dit deel van Aleppo nu ook belegerd wordt en eveneens voortdurend onder vuur wordt genomen.

Een dubbele belegering van Aleppo dreigt. De Verenigde Naties waarschuwen dat in totaal twee miljoen Syriërs in Aleppo nauwelijks toegang hebben tot voedsel, medicijnen, elektriciteit of water.

Wat met het Nusrafront?

Het doorbreken van de belegering van Oost-Aleppo kwam tot stand door een samenwerking tussen gematigde “mainstream” Syrische rebellen -waaronder groepen die onder de vlag van het “Syrische Vrije Leger” (VSL) vechten- streng-islamitische groepen als Jaish al Islam en Ahrar al Sham, en openlijk jihadistische groepen als het Nusrafront, de Syrische tak van Al Qaida, dat eind juli 2016 zijn naam veranderde in “Jabhet Fatah al-Sham” (JFS).

Syriëkenner Charles Lister, een wereldwijde autoriteit in de verschillende Syrische oppositiegroepen, benadrukt wel dat Nusra/JFS zeker niet de dominante oppositiekracht is in Aleppo en dat er meestal geen directe coördinatie was tussen gematigdere VSL-facties en Jabhat Fatah al-Sham.

Al Nusra/JFS-strijders

Een uitgebreid rapport van het Institute for the Study of War uit februari 2016 stelt eveneens dat de meeste oppositiegroepen in Aleppo niet dezelfde ideologie delen met het Nusrafront, maar soms noodgedwongen een tijdelijke militaire samenwerking aangaan tegen een gemeenschappelijke vijand. ‘We are desperate and we’ll accept support from whoever will give it, so long as it contributes to defending against the regime’, benadrukte een Syrische rebel onlangs aan Lister.

In een uitgebreid profiel van het Nusrafront wijst de Syriëkenner op de graduele “socialiseringsstrategie” van de terreurgroep. De sterke militaire reputatie op het slagveld, de focus op de strijd tegen de gruweldaden van het Assadregime, de (relatieve) afwezigheid van extremistische excessen tegen Syrische burgers en het gevoel in de steek gelaten te zijn door de internationale gemeenschap zorgen er volgens Lister voor dat de gematigde Syrische oppositie soms korte-termijn tactische allianties aangaat met Nusra.

Tegelijk benadrukt hij dat deze aantrekkingskracht kwetsbaar is: van zodra het geweld tijdens het staakt-het-vuren van maart 2016 gevoelig afnam en er een perspectief op een succesvol politiek proces ontstond, distantieerde de oppositie zich van Nusra en kwamen talloze burgers op straat tégen de terreurgroep. ‘The initiation of a nationwide cessation of hostilities in late February 2016 revealed that its its position as an accepted member of the revolution was inherently dependent on being able to demonstrate its military value in fighting the Assad regime. With conflict dramatically reduced, Jabhat al-Nusra became virtually impotent overnight’, aldus Lister.

Russisch-Amerikaanse toenadering

Ondertussen vinden onderhandelingen plaats tussen de Verenigde Staten en Rusland voor de oprichting van een gezamenlijk coördinatiecentrum voor luchtaanvallen tegen Nusra en Islamitische Staat. Bedoeling is om samen een aantal gebieden af te bakenen (gebieden met een hoge concentratie aan Nusrastrijders, gebieden met een significante Nusra-aanwezigheid, en gebieden met een beperkte aanwezigheid van Nusrastrijders), inlichtingen te delen over mogelijke Nusradoelwitten, en een gezamenlijke lijst van doelwitten op te stellen. De deur wordt ook op een kier gezet voor gezamenlijke militaire operaties tegen Nusra in de toekomst.

Het Syrische regime zou verboden worden om gevechtsoperaties uit te voeren in de overeengekomen afgebakende gebieden. De VS willen de overeenkomst afhankelijk maken van de naleving van een staakt-het-vuren door het Syrische regime en Rusland. Ze bieden de Russen dus een deal aan: militaire samenwerking tegen Nusra en IS, in ruil voor de Russische naleving van het staakt-het-vuren en grotere Russische druk op het regime om hetzelfde te doen en meer humanitaire hulp toe te laten.

Waarnemers waarschuwen echter voor tal van achterpoortjes in het voorstel waarbij Rusland en het regime oppositiegebieden kunnen blijven bestoken onder het mom van anti-terreurorganisaties, en zich weinig zullen aantrekken van de belofte het staakt-het-vuren te herstellen.

Humanitaire pauzes en luchtdroppingen

De VN kondigden op 18 augustus aan dat een voorstel voor een wekelijkse “humanitaire pauze” van 48 uur aanvaard werd door Rusland. Op die manier moet de humanitaire hulpverlening en het herstel van de elektriciteits- en waterinfrastructuur in Aleppo mogelijk gemaakt worden. 

Het blijft echter afwachten in hoeverre er op het terrein opvolging zal gegeven worden aan dit plan. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier pleitte op 14 augustus 2016 ook voor de inzet van luchtdroppingen van humanitaire middelen boven Aleppo, indien er geen volledige toegang wordt verleend aan humanitaire landkonvooien.

Impact op politieke proces

Het vredesoverleg tussen regime en oppositie werd eind april 2016 opgeschort nadat het staakt-het-vuren van maart 2016 instortte. De VN willen een nieuwe gespreksronde lanceren eind deze maand, maar benadrukt dat betekenisvolle gesprekken niet mogelijk zijn zonder een herstel van het staakt-het-vuren en een einde van de belegeringen.

Onbeperkte humanitaire toegang en een vermindering van het geweld is dus essentieel voor een minimum aan vertrouwen in eender welk vredesproces. Zolang er geen sprake is van concrete vooruitgang op het terrein, verliezen de gesprekken tussen regime en oppositie in Genève elke legitimiteit op het terrein en hebben ze geen enkele kans tot slagen. ‘The peace process has no credibility as long as the people still under siege are being shelved and starved’, benadrukt een Syrische activist uit het belegerde Daraya aan 11.11.11.

Aleppo is enkel de laatste stad in de lange lijst van belegerde gebieden, waarin de bevolking het recht op voedsel, water en medische voorzieningen wordt ontzegd.

Het gebrek aan Westerse daadkracht dreigt bovendien de legitimiteit van groepen als het Nusrafront te versterken. Veel Syriërs merken cynisch op dat groepen als Nusra meer hebben gedaan om de belegering van Aleppo te doorbreken dan de internationale gemeenschap. De positie van groepen die wél willen deelnemen aan de politieke gesprekken in Genève wordt zo ernstig ondermijnd, ten voordele van extremistische jihadistische organisaties die elke vreedzame oplossing afwijzen. Het kortstondige staakt-het-vuren van maart 2016 toont daarentegen dat, van zodra het geweld afneemt, de aantrekkingskracht van jihadistische Syrische groepen sterk afneemt.

Nood aan luchtdroppingen en luchtbruggen

De tijd dringt dus in Aleppo, maar ook in andere belegerde Syrische gebieden. Aleppo is enkel de laatste stad in de lange lijst van belegerde gebieden, waarin de bevolking het recht op voedsel, water en medische voorzieningen wordt ontzegd. In heel Syrië (exclusief Aleppo) leven minstens 1.015, 275 Syriërs in 46 belegerde gebieden,  in Damascus, ruraal Damascus, Homs, Idlib en Deir ez Zour. De overgrote meerderheid van deze gebieden wordt belegerd door het Syrische regime.

De afgelopen weken en maanden verslechterde de humanitaire situatie ook gevoelig in plaatsen als Oost-Ghouta, Madaya, Zabadani, Fua, Kefraya en Qamishli. In Daraya, dat al vier jaar lang belegerd wordt door het Syrische regime, is er sprake van het gebruik van napalm, doelbewuste aanvallen op de laatst overgebleven landerijen die instaan voor de voedselproductie en een totaal gebrek aan humanitaire middelen.

België en de EU moeten daarom hun volle gewicht gooien achter de oproep van de VN voor humanitaire pauzes van minstens 48 uur in Aleppo, in afwachting van een breder nationaal staakt-het-vuren.

België moet daarnaast logistieke en/of financiële steun bieden voor humanitaire luchtdroppingen of luchtbruggen boven Aleppo en alle andere belegerde Syrische gebieden.

De International Syria Support Group (ISSG), die alle belangrijke internationale actoren verenigt, eiste midden mei 2016 volledige toegang voor humanitaire landkonvooien vanaf 1 juni 2016, en stelde dat ze anders zou overgaan tot luchtdroppingen en luchtbruggen van humanitaire hulp. Deze belofte bleef wederom dode letter.

België en de EU moeten daarom hun volle gewicht gooien achter de oproep van de VN voor humanitaire pauzes van minstens 48 uur in Aleppo, in afwachting van een breder nationaal staakt-het-vuren. Om dit laatste mogelijk te maken, moeten ze eindelijk ook de ontplooiing van VN-blauwhelmen onderzoeken om een duurzaam staakt-het-vuren op het terrein te kunnen verzekeren.

België moet daarnaast logistieke en/of financiële steun bieden voor humanitaire luchtdroppingen of luchtbruggen boven Aleppo en alle andere belegerde Syrische gebieden. De optie van luchtdroppingen en luchtbruggen mag bovendien niet afhankelijk gemaakt worden van toestemming van het Syrische regime: de ISSG-oproep tot luchtdroppingen en luchtbruggen kwam er juist om het gebrek aan medewerking van de Syrische regering te omzeilen.

Willem Staes
Beleidsmedewerker Midden-Oosten

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels