Terugtrekking uit Gaza kan Palestijnse economie niet redden

Het Israëlische plan om joods nederzettingen te ruimen in de Gazastrook volstaat niet om de Palestijnse economie nieuw leven in te blazen. Dat zegt de Wereldbank in een rapport over de economische impact van het terugtrekkingsplan. Pas wanneer Israël de grens minder hermetisch maakt en de Palestijnse overheid hervormingen doorvoert, wil de Wereldbank met vers geld over de brug komen.


Israël heeft eenzijdig een plan uitgewerkt om de nederzettingen in Gaza te ruimen maar het gebied militair te blijven omsingelen. Het plan voorziet verder geen terugtrekking binnen de grenzen van voor de oorlog van 1967 en geen recht op terugkeer voor Palestijnse vluchtelingen.
De Wereldbank voorspelt 'nog meer ellende als vandaag' zolang Israël de grens met Gaza dichthoudt voor handels- en personenverkeer en de toevoer van water en elektriciteit controleert. 'In die omstandigheden zal de stelling dat Israël nu niet langer verantwoordelijk is voor de toestand in Gaza weinig weerklank vinden', zo stelt het rapport.
De Palestijnse gebieden in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever bevinden zich sinds het begin van de tweede intifada in 2000 in een uitzichtloze economische situatie. De helft van de Palestijnen moet het rooien met minder dan twee dollar per dag, het bruto binnenlands product daalde met 40 procent en de overheid heeft een begrotingstekort van 650 miljoen dollar.
Israël krijgt de raad een grensregime op te zetten dat goederenverkeer mogelijk maakt zonder de veiligheid uit het oog te verliezen. De Palestijnse Autoriteit krijgt de goede raad te zorgen voor een beter investeringsklimaat. Pas wanneer dat gebeurt, wil de Bank overwegen 500 miljoen extra in de Palestijnse gebieden te pompen.
Wanneer de hervormingen erdoor komen, voorspelt het rapport een stijging van de inkomens met 12 procent tegen 2006 en minder werkloosheid. Zoniet dreigt de werkloosheid tegen 2006 op te lopen tot 35 procent en de armoede tot meer dan 55 procent van de bevolking.
De Palestijnen krijgen nu al een recordhoeveelheid buitenlandse steun: elk jaar 310 dollar per persoon. Met dat geld betaalt de Autoriteit haar ambtenaren en houdt ze het onderwijs, de gezondheidszorg en de watertoevoer draaiende. De hulp heeft volgens de Wereldbank 100.000 mensen gered van de armoede en de consumptie op peil gehouden.
'Zonder economische heropleving ziet de toekomst er somber uit voor de Palestijnse jeugd', zo verklaarde Wereldbankbaas James Wolfensohn, 'Hun wanhoop bedreigt het vredesproces. Na tien jaar gecoördineerde inspanningen voor een leefbare Palestijnse economie beginnen de opties schaars te worden'.

IPS DOOR:

Deel dit artikel