Uur van de cijfers slaat in Wereldhandelsorganisatie

Koele rekenaars moeten dit weekend een doorbraak forceren in de onderhandelingen over de verdere liberalisering van de wereldhandel. De Wereldhandelsorganisatie wil dat haar 149 lidstaten op een vergadering in Genève in concrete formules en procenten aangeven tot welke toegevingen ze bereid zijn. Op die manier kunnen ze misschien de meningsverschillen overbruggen die de in 2001 gelanceerde gesprekken tot hiertoe grotendeels verlamden.


De bouw van een gotische kathedraal. Daarmee vergeleek Pascal Lamy, de Franse directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie, de taak van de onderhandelaars dit weekend in Genève. Ministers uit een zestigtal landen en hoge ambtenaren uit de overige lidstaten zitten daar vanaf vandaag (30 juni) bijeen.

Ze moeten drie cruciale pijlers afwerken: de onderhandelingen over landbouwsubsidies, over markttoegang voor exporteurs van landbouwproducten en over de invoerrechten voor nijverheidsproducten. In de allegorie van Lamy is het nu tijd voor het kapiteel dat op die zuilen moet komen: concrete toezeggingen rond de punten waarover tot hiertoe alleen maar in vage bewoordingen werd gediscussieerd.

De Europese Unie moet aangeven hoe en in hoeverre ze haar hoge invoerheffingen op landbouwproducten wil verminderen. De Verenigde Staten moeten zeggen waar en hoe diep ze willen snijden in de subsidies voor Amerikaanse boeren. En "de ontwikkelingslanden die het kunnen" moeten volgens Lamy laten weten hoeveel er van hun invoerheffingen op nijverheidsgoederen af kan.

De ronde van Doha - de gesprekken over de verdere vrijmaking van de wereldhandel die in 2001 in de hoofdstad van Qatar werden gelanceerd - gaan over veel meer dan over die drie thema's. De lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie praten bijvoorbeeld ook over de handel in diensten, subsidies in de visserijsector en anti-dumpingmaatregelen. Maar alleen overeenstemming over de drie thema's waarop Lamy de nadruk legt, kan de onderhandelingen vlot trekken. Als de ministers en hoge ambtenaren het in Genève eens raken over de concrete toegevingen in de drie cruciale dossiers, kunnen de onderhandelaars beginnen aan de laatste fase: het oplijsten van de engagementen die alle landen nemen. Dat moet dan leiden tot nieuwe regels die de wereldhandel de volgende jaren in goede banen moeten leiden. De deadline voor dat moeizame werk is vastgelegd op eind dit jaar.

Lamy hoopt dat de deelnemers aan de vergaderingen van dit weekend alle retoriek opzij zetten en zich op de cijfertjes willen concentreren. Op die manier kunnen er concrete onderhandelingen op gang komen over de toegevingen die iedereen wil doen.

De critici van de Wereldhandelsorganisatie blijven hun fundamentele kritiek herhalen. De ronde van Doha, die volgens de Wereldhandelsorganisatie een "ontwikkelingsronde" ging worden, gaat te weinig in op de noden van de ontwikkelingslanden.

Die invalshoek is verloren geraakt door het egoïsme en de halsstarrigheid van de VS en de Europese Unie", vindt Celine Charveriat, een expert van de internationale hulporganisatie Oxfam. Als er geen akkoord komt, "bestaat er geen twijfel wie daar schuld aan is", zegt ze. "Als de VS en de Europese Unie niet nog op het laatste moment van koers veranderen, verspelen ze een unieke kans om nieuwe handelsregels af te spreken die kunnen bijdragen tot de ontwikkeling in de wereld."

Ook volgens Carin Smaller van het Amerikaanse Instituut voor Landbouw- en Handelsbeleid gaan de onderhandelingen grotendeels voorbij aan de belangen van veel ontwikkelingslanden. "Of ze worden onder druk gezet te schipperen tussen hun eisen op het vlak van de handel in industriegoederen en hun ambities op landbouwvlak."

De stijgende spanning doet intussen ook barstjes ontstaan in het front van de ontwikkelingslanden. De Latijns-Amerikaanse leden van de G20, een groep van relatief grote ontwikkelingslanden die voor het overgrote deel ook veel landbouwproducten exporteren, zijn het niet eens bij de uitzonderingen die de G33, een groep van andere ontwikkelingslanden eisen op het principe dat de invoerrechten op landbouwproducten omlaag moeten. Die uitzonderingen zouden India en China bijvoorbeeld in staat stellen hun markt af te schermen voor de import van soja uit Latijns-Amerika. India en China maken zowel deel uit van de G20 als van de G33. (PD/ADR)

IPS DOOR:

Deel dit artikel