Veertienjarige WTO zit met identiteitscrisis


Zoals velen van die leeftijd zit de WTO met existentiële vragen: waarom ben ik hier, wat moet ik doen, wat zal ik later worden, waarom houdt niemand van mij?

De WTO heeft dan ook een moeilijke jeugd gehad. Het licht gezien op 1 januari 1995 na een moeilijke zwangerschap van 8 jaar (zolang duurde de Uruguay Ronde-onderhandelingen die de onder andere de WTO in het leven riepen) moest de WTO zich al op vijfjarige leeftijd al klaar maken voor een nieuwe grote onderhandelingsronde.

Bijna telkens als de WTO naar buiten kwam vielen er klappen (in Seattle in 1999, in Canun in 2003 en in Hong Kong in 2005). En binnenskamers is er altijd veel ruzie geweest. In de grote onderhandelingsronde die in 2001 in Doha gelanceerd werd, geraakte de WTO dan ook nooit echt uit de startblokken. Negen jaar is de Doharonde nu al bezig en al die tijd is er nauwelijks vooruitgang geboekt. Uiteindelijk werd het geruzie zo erg dat de WTO niet meer durfde buitenkomen: sinds Hong Kong is er geen ministerconferentie meer geweest terwijl die toch om de twee jaar zo moeten plaats vinden.
En de ministerconferentie die nu in Geneve wordt gehouden is een hele bijzondere. Om weer een mislukking te vermijden is er afgesproken dat er dit keer niet over gevoelige zaken mag gesproken worden: er zal niet onderhandeld worden, want dat zou weer kunnen leiden tot ruzie, terwijl er buiten weer klappen zouden kunnen vallen. In plaats daarvan zal de WTO eens drie dagen goed nadenken over haar gedrag en hoe het een nuttige rol zou kunnen spelen in de maatschappij.

Wel, wat ons betreft is het duidelijk: de WTO zal echt grondig moeten veranderen of er komt niets goeds van!

De Wereldhandelsorganisatie is eigenlijk slechts de wereld-vrij-handelsorganisatie. Ze is vrijwel uitsluitend bezig met het liberaliseren van de wereldhandel, iets anders kent ze niet. Waar het ook over gaat, wat er ook gebeurt, de opdracht is er voor te zorgen dat alles zo weinig mogelijk handelsverstorend is. Want dat is de oplossing voor alle problemen: hoe meer handel, hoe vrijer bedrijven hun ding kunnen doen over heel de wereld, hoe beter.

Energiecrisis? De Doharonde snel afronden en meer vrijhandel zal de pil verzachten. Voedselcrisis? Snel de Doharonde afwerken en de handel in landbouwproducten vergroten, dan zal de honger overgaan. Financiële crisis? Snel de Doharonde beëindigen om het vertrouwen te herstellen. Economische crisis? Snel nieuwe handelsakkoorden afsluiten om de economie weer aan te zwengelen? Klimaatsverandering? Snel meer vrijhandel en vooral voor milieugoederen en –diensten om de opwarming tegen te gaan. Wat wil je: als je enkel een hamer hebt, dan zien alle problemen er uit als nagels.

Als de WTO nu toch aan een driedaagse reflectie begint, kunnen de 153 landen die er lid van zijn zich eindelijk eens beginnen afvragen of deze zonderlinge organisatie die ze netjes buiten de Verenigde Naties hebben geparkeerd, niet een vergissing was en of er geen nood is aan een VN-organisatie voor handel die meer oog heeft voor de noden van de ontwikkelingslanden, en meer aandacht voor de sociale en milieucontext waarin handel plaats vindt. En rijke landen zouden mogen ophouden met tegen de ontwikkelingslanden aan te beuken om er meer toegang te krijgen tot hun markten, natuurlijke rijkdommen, grondstoffen, land en energiebronnen.

De industrielanden leven al lang op veel te grote voet en laten een veel te grote ecologische voetafdruk na. Het model van ongebreidelde economische groei heeft roofbouw gepleegd op de planeet en het klimaat verstoord. Het zijn de ontwikkelingslanden die er de meeste gevolgen van voelen. Net zoals ze het hardst te lijden hadden van de energiecrisis. Net zoals ze nog steeds te lijden hebben onder een voedselcrisis die in grote mate te maken heeft met het op handel en export gerichte groeimodel waarbij de kleinschalige landbouw en de lokale voedselproductie schromelijk verwaarloosd is. Net zoals ze meer dan wij lijden onder de financieel-economische crisis die te wijten is aan een veel te vergaande liberalisering van de financiële diensten, een te lakse overheidscontrole, een te blind vertrouwen in de vrije markt en een te grote invloed van de bedrijfswereld wiens wensen haast als enige van tel zijn in het economische beleid.

Waar de WTO ondertussen mee bezig is, is gewoon “business as usual”, of liever “trade as usual”: gewoon verder doen, nog meer liberaliseren, nog meer handel, nog meer ontsluiting van natuurlijke rijkdommen, nog langere productieketens en meer vervoer van goederen van de ene kant van de planeet naar de andere om elk onderdeeltje op de goedkoopste plek te kunnen produceren. Enzovoort.

En de rijke landen in de WTO proberen er kost wat kost voor te zorgen dat ze hun deel kunnen krijgen van de groei die sommige grotere ontwikkelingslanden de jongste jaren meemaken. Daarvoor moeten die landen hun markt en rijkdommen zo snel mogelijk openen voor goederen, diensten en investeringen uit het Noorden. Maar daarmee ontnemen ze die landen wel de beleidsinstrumenten om hun eigen economische ontwikkeling te sturen en sluiten ze hen op in de huidige wereldwijde arbeidsverdeling: landen die competitief zijn in het producenten van grondstoffen en halfafgewerkte producten zullen dat blijven en kunnen geen eigen industrie meer opbouwen of meer toegevoegde waarde produceren. Brazilië bijvoorbeeld, dat één van de weinige ontwikkelingslanden is dat eventueel zou kunnen winnen bij de Doharonde, zal vooral meer suiker, soja en vlees kunnen exporteren, maar telijk haar industrie zien inkrimpen. Moet Brazilië dus zich dus nog meer storten op het Amazonewoud, om er de rijkdommen uit plunderen, en om meer soja te telen om een inkomen te verwerven uit export? Of mag het haar rijkdom gebruiken om te investeren in lokale productie van toegevoegde waarde en om competitiviteit te verwerven die ze nog niet heeft? En dito voor de andere ontwikkelingslanden.

In Genève wordt morgen betoogd tegen de WTO. Er worden enkele duizenden mensen verwacht. Ook de Franse boeren komen mee doen. Hopelijk vallen er weer geen klappen.

 

Genève, vrijdag 27 november 2009
Marc Maes, Beleidsmedewerker handelsbeleid 11.11.11

Deel dit artikel