Vreedzame oplossing voor waterdispuut tussen India en Pakistan

In april vorig jaar werd professor Raymond Lafitte, een Zwitsers bouwkundig ingenieur, aangesteld door de Wereldbank als neutraal expert volgens het waterverdrag van de Indus om te bemiddelen tussen India en Pakistan over het hydro-elektrisch project Baglihar op de Chenab.

Het waterverdrag van de Indus kwam, na jarenlange onderhandelingen, tot stand in 1960 door de tussenkomst van toenmalig Wereldbankvoorzitter Eugène Black naar aanleiding van de zware conflicten tussen beide landen in het stroombekken van de Indus.
Het water van drie oostelijk gelegen rivieren komt toe aan India; het water van de westelijke rivieren aan Pakistan, telkens voor onbeperkt gebruik. Het verdrag voorziet tevens dat beide landen onbeperkt watergebruik hebben, ook van andermans rivieren, voor vier gebruiksdomeinen: huishoudelijk, landbouw, beperkt gebruik voor hydro-elektrische opwekking via doorstroominstallaties, en niet consumerend gebruik. Er mag geen enkele kunstmatige ingreep gebeuren die het dagelijkse gemiddelde debiet zou veranderen.
De zes betrokken rivieren in het verdrag stromen door beide landen en het waterdebiet mag dus niet willekeurig geregeld worden door één partner. Dit maakt deel uit van het waterverdrag.

In 2000 begon India met de bouw van een dam op de rivier Chenab. Volgens de Pakistani is dit een dam die het water ophoudt en het dagelijks debiet zal verstoren, en geen doorstroomproject zoals India beweert. Volgens technici wordt het waterverdrag van de Indus overtreden want de opslagcapaciteit van India vergroot, wat kan leiden tot acuut watertekort voor irrigatie in Pakistan. Verschillende studies zouden aantonen dat  Pakistan schade zal lijden doordat er minder water beschikbaar is voor hun bevloeiingssystemen. Bovendien gaan alle baten het project naar een staat onder Indisch gezag.  Deskundigen menen daarenboven dat het volledig afsluiten van de Baglihar dam het volledige Doha district zou kunnen overstromen in bezet Kasjmir. Dit laatste aspect is een voorbeeld van (politieke) controle die India zou kunnen uitoefenen over het gebied, iets waar de Pakistani nog meer beducht voor zijn, dan het verminderde debiet.

De Baglihar dam zal 450 MW produceren en heeft uitlaatpoorten die het waterdebiet kunnen beperken. De afwerking is voorzien voor juni 2006. Het project is gelegen in een bergachtig ruw terrein in het midden van de Himalaya op 150 km van Jamnu.

Reeds vanaf het bekend raken van de eerste plannen in 1992 liet Pakistan zijn bezwaren kennen. Na de mislukking van lange onderhandelingen in de Permanente Indus Commissie waren er nadien bilaterale besprekingen tussen de regeringen, en dit eindigde met de vraag naar de Wereldbank tot het aanstellen van een neutrale expert zoals voorzien in het Verdrag.

Het is verbazend, zeggen sommige Pakistani, dat India voortging met de bouw van de betwiste dam ondanks het Verdrag en de internationale regels, en dat de neutrale expert slechts werd aangevraagd als de dam bijna rond was. De Pakistaanse zaakgelastigde waarschuwde de regering reeds in juni 2003. Tijdens het bezoek van de Pakistaanse premier aan India in november 2004 werd de Pakistaanse bezorgdheid overgemaakt en werd geëist de werken aan de Baglihar dam stil te leggen. India gaf geen blijk van soepelheid en weigerde. Ook een gesprek in januari 2005 tussen de betrokken staatssecretarissen leidde tot geen resultaten.

“Het Waterverdrag van de Indus is een internationaal voorbeeld en heeft stand gehouden niettegenstaande verschillende oorlogen. Daarom moet dit probleem op een vriendschappelijke manier opgelost worden,” schreef de voormalige Pakistaanse ambassadeur Ghayoor Ahmed, in ‘Dawn’ op 02/02/05.

Het geduld van de Pakistani kan ook verklaard worden uit hun wil om de staat Jammu en Kashmir grotere economische mogelijkheden te geven, want heden ten dage dienen zij elektriciteit van veel verder aan te voeren.

Vandaar dus de vraag van Pakistan aan de Wereldbank om een expert aan te stellen om de toepassing van het Waterverdrag te toetsen aan de situatie op het veld. Vanaf juni 2005 werden de eerste contacten met de twee partijen opgestart. Mocht de expert er niet uit geraken kan hij beiden doorverwijzen naar een Arbitragehof.

Dat het beide partijen ernst is mag blijken uit de miljoenen dollar die beiden spenderen aan internationale deskundigen uit Canada en Duitsland die hun eigen advocaten internationaal recht bijstaan.
Volgens de jongste berichten zou het eindverdict vallen in december 2006 na een bijeenkomst in oktober en de eindronde in november.
India begint in dit dossier nu toch “nattigheid” te voelen, want recent heeft het zich bereid verklaard alsnog het ontwerp van de dam te herzien.

Bronnen
web.worldbank.org
www.dawn.com
www.indiadaily.com

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel