Waarom Europeanen geen kamelenkaas lusten

Waarom kan je geen kamelenkaas uit Mauritanië kopen op de Europese markt? Voor Nancy Abeid Arahamane, een bedrijfsleider uit Mauritanië, is die vraag geen grap maar een kwestie van levensbelang. De sanitaire normen van de EU zijn een excuus om producten uit het Zuiden te weren, zegt Arahamane.



Nancy Abeid Arahamane runt al 15 jaar de Laitière de Mauritanie, een zuivelbedrijf dat handelt in kamelenmelk. Ze leerde Mauritanië melk van eigen bodem drinken. Al elf jaar lang zoekt ze een opening op de Europese markt. 'Kamelenkaas is een gat in de markt: kamelenmelk bevat nauwelijks lactose en is dus gezonder dan koeienmelk', zegt Nancy. Ideaal voor mensen die allergisch zijn aan lactose zich moeten behelpen met vervangproducten als sojamelk.
Arahamane kon een Duitse importeur op de kop tikken die haar hele productie aan de man bracht. Maar toen ontdekte ze dat de EU een regel had die de import van kamelenproducten verbiedt. Bovendien staat Mauritanië op een lijst van landen die geen dierlijke producten mogen exporteren naar de EU. Het zijn twee voorbeelden van sanitaire normen waarmee de EU de import uit de rest van de wereld aan banden legt.
De Brits-Mauritaanse vrouw kwam er na een moeizame strijd achter dat zij pas kaas kan verkopen 'als Mauritanië een sanitair controlesysteem opzet met laboratoria en certificaten, volledig goedgekeurd door de EU.'
Het oerwoud van sanitaire normen toon aan dat het niet om de volksgezondheid gaat maar om de belangen van de Europese zuivelindustrie, zegt Arahamane. 'Protectionisme pur sang. Europeanen verbieden alles en iedereen om hun jobs te kunnen houden. De boodschap is duidelijk: Europa wil dat arme landen de producten kopen van rijke landen en stoppen met concurreren.'
Sanitaire en fytosanitaire normen kunnen niet versoepeld worden gewoon omdat een land arm is. Dat zegt het International Trade Centre (ITC), een agentschap opgericht door de Verenigde Naties en de Wereldhandelsorganisatie (WHO). 'Je moet een onderscheid maken tussen rechtvaardige onrechtvaardige restricties', zegt Digby Gascoigne, een consultant bij het ITC.
De WHO arbitreert. De regels staan in het SPS-akkoord over sanitaire en fytosanitaire normen. Arme landen die zich benadeeld voelen, kunnen de EU op het matje roepen.
De bal ligt in het kamp van de arme landen, zegt het ITC. 'Het is belangrijk dat de bedrijven in ontwikkelingslanden de regels kennen en weten wat hun rechten zijn. Ze moeten assistentie vragen om de normen te halen,' zegt ITC-woordvoerder Natalie Domeisen.
Rijke landen die arme landen helpen via technische assistentie om de importnormen te halen. Het klinkt mooi, zegt de Mauritaanse bedrijfleidster die al elf jaar tegen de bierkaar vecht. 'Geloof je nu echt dat Europa en co zich aan de regels houden en dat ze de import willen stimuleren? Als dat het geval was, dan zouden veel dingen heel anders lopen.' (MM/PD)

Deel dit artikel