Wat de vluchtelingengolf met Piketty te maken heeft

Wat de vluchtelingengolf met Piketty te maken heeft

Foto: Vluchtelingen gered uit de Middellandse zee. UNHCR - A d'Amato

Migratie is een ander woord voor ongelijkheid

Als we niet bereid zijn om de ongelijkheid tussen landen te doen afnemen, en daar lijkt het heel erg op, dan komt die ongelijkheid wel als een stormram op onze deuren bonken. Migratie is voor velen de enige mogelijkheid om een begin van gelijke kansen af te dwingen.

Er zijn evenveel redenen om te migreren dan er migranten zijn. Jan Goossens wees eerder deze week al op de rol van gewapende conflicten, van Mali over Libië tot Syrië (DS 26 augustus), conflicten waarin de westerse verantwoordelijkheid vaak verpletterend is.

Wereldwijd zijn 60 miljoen mensen op de vlucht voor oorlog, geweld of vervolging, dat is ongezien sinds de Tweede Wereldoorlog. De gevolgen van de klimaatverandering of natuurrampen doen jaarlijks gemiddeld 26,4 miljoen mensen vluchten. Die massale vluchtelingenstroom zal de komende jaren niet verminderen.

Die naakte cijfers en de gruwelijke verhalen die ermee samenhangen – zoals 71 doden in een vrachtwagen, bijvoorbeeld – lijken op het politieke toneel vooral te resulteren in meer van hetzelfde. De muren moeten hoger, de zeeën dieper en ‘wij doen al meer dan genoeg’. Onder het motto: ‘beleid maak je niet alleen met je hart’, zoals de Antwerpse OCMW-voorzitter het ook formuleerde (DS 28 augustus),  volgt dikwijls een subtiel discours om anderen de problemen te laten oplossen.

Versta me niet verkeerd: er moeten Europese en Belgische spreidingsplannen komen. De grote steden alleen kunnen dit niet aan. Maar steeds opnieuw is de blik gericht op de lokale instroom en de gevolgen daarvan, nooit gaat het over het bredere plaatje.

(Digitale) ontwikkeling

Een belangrijke reden waarom mensen vertrekken blijft het gebrek aan perspectief in eigen land. Al is er een nuance. Net landen die erop vooruitgaan en waar de mensen hun inkomen met enkele dollars zien toenemen, zien heel wat mensen vertrekken. Om tot hier te geraken heb je ook geld nodig.

Zo was er vanuit Afrika naar Europa minder migratie in de jaren negentig, ondanks het aanhoudende geweld op het continent. De mensen geraakten gewoon niet tot hier. Er waren veel vluchtelingen, maar vooral naar buurlanden. Het is dan ook geen toeval dat de migratiestroom vanuit Afrika naar Europa vooral op gang kwam vanaf 2000, toen sommige landen zich (een beetje) ontwikkelden.

Er is ook de impact van de digitale revolutie. Die maakt dat de meeste mensen, ook de allerarmsten, weten hoe het leven aan de andere kant van de wereld is. Bovendien is het makkelijker om in contact te blijven nadat iemand vertrokken is.

Rijk in India, lage middenklasse bij ons

Hoewel we moeten opletten voor overdrijving – slechts 3 procent van de wereldbevolking steekt de landsgrenzen over, waarvan de meeste nog binnen dezelfde regio – hebben de toenemende migratiestromen erg veel te maken met de enorme wereldwijde ongelijkheid.

Niet toevallig was ongelijkheid hét thema van rapporten van instellingen als het IMF en de Oeso, van gesprekken tussen wereldleiders en ceo’s op het Wereld Economisch Forum en stond een saaie Franse cijferaar als Thomas Piketty voor uitverkochte concertzalen. De cijfers spreken voor zich: 1 procent van de wereldbevolking bezit meer dan de helft van de globale rijkdom. Amper 65 mensen bezitten samen evenveel als de helft van de wereldbevolking.

Met uitzondering van enkele landen in Latijns-Amerika neemt de ongelijkheid zowat overal ter wereld toe. Ook in België, een van de minst ongelijke landen. Dat baart zorgen.

Nog zorgwekkender zijn de verschillen tussen landen onderling: als je de wereld als één land zou beschouwen, zijn de inkomens ongelijker verdeeld dan in Zuid-Afrika, het land met de grootste ongelijkheid.

Ter illustratie: de 1 procent rijkste Indiërs verdient gemiddeld evenveel als onze laagste middenklasse. Tegelijk zijn de armste Amerikanen rijker dan de helft van de wereld. Louter het land waarin je bent geboren verklaart al voor de helft je positie op de globale inkomensladder. Iedereen voelt aan dat één factor die zo weegt op de gelijkheid van kansen van elk individu, namelijk je herkomstland, vanuit geen enkel opzicht moreel te verdedigen valt.

Transfers van arm naar rijk

Branko Milanovic, voormalig topeconoom bij de Wereldbank en autoriteit op vlak van ongelijkheid, ontwierp een fascinerend gedachte-experiment. Stel dat je in alle landen ter wereld de ongelijkheid reduceert tot nul. In arme landen heeft iedereen dan natuurlijk minder dan in rijke landen, maar binnen elk land heeft iedereen evenveel. Met die maatregel zou je de wereldwijde ongelijkheid slechts met één derde hebben doen afnemen. Voor de resterende twee derden moet je de kloof tussen rijke en arme landen verkleinen.

Hoe doe je dat? De transfers tussen rijke en arme landen zijn vandaag beperkt, om niet te zeggen marginaal. Het gaat voornamelijk om hulp en die blijft steken op een schamele 0,29 procent van het bbp over alle Oeso-landen. In België plant de huidige regering een miljard op die post besparen. Bovendien staan daar heel wat stromen in de omgekeerde richting tegenover. Zo verliezen ontwikkelingslanden elk jaar bijna duizend miljard dollar aan belastingontwijking en illegale kapitaalvlucht en stromen honderden miljarden dollars naar rijke landen via intrestaflossingen of winsten van internationale ondernemingen. Vandaag lopen de transfers dan ook eerder van arm naar rijk.

Uiteraard kan een land ook zelf een groeidynamiek ontwikkelen en zo de kloof met de rijke landen verkleinen, maar dat gaat vaak tergend langzaam, zeker als we China uit de berekeningen zouden houden.

Als er geen bereidheid is om de rijkdom eerlijker te verdelen – en daar heeft het alle schijn van – zullen mensen hun kans proberen te grijpen daar waar de rijkdom is. Meer nog, bij gebrek aan internationale herverdeling en solidariteit is migratie eigenlijk de enige overblijvende optie om over deze kansenongelijkheid heen te springen. We vinden het normaal dat we pleiten voor gelijke kansen in ons land, waarom stopt dat pleidooi aan onze grenzen? Eerder dan migratie moet kansenongelijkheid het voorwerp zijn van onze afkeer.

16 miljard voor mensensmokkelaars

Moeten we dan de grenzen zomaar open gooien? Zo eenvoudig is het natuurlijk niet, maar we zullen alleszins minder verkrampt moeten omgaan met de realiteit van migratie. Want die is er om te blijven. We moeten leren de kansen te zien. Voor onze economie en voor de ontwikkeling van de landen van oorsprong. Veel van de migranten behouden immers contacten en netwerken met hun thuisland. De bedragen die zij zelf overschrijven naar het thuisfront liggen ondertussen drie maal zo hoog als de officiële ontwikkelingshulp.

Politici moeten migranten erkennen als sleutelspelers voor toekomstige groei. Dat betekent werk maken van migrantenrechten, tewerkstelling en programma’s die ontwikkelingsimpact van migratie versterken. Maar ook komaf maken met de mythe van de migratiestop die sinds 1974 officieel van kracht is in België.

Ten slotte is alvast één effect van al te felle belemmeringen op migratie gemakkelijk te becijferen. Migranten betalen vandaag tot 10.000 euro om Europa te bereiken. Alles bij elkaar is de laatste vijftien jaar naar schatting 16 miljard euro verdwenen in de handen van mensensmokkelaars. Pervers en een enorm verlies aan ontwikkelingspotentieel in het Zuiden.

De enorme druk die van de gigantische wereldwijde ongelijkheid uitgaat, was tot nu toe niet voldoende om te werken aan een betere verdeling van de welvaart. Integendeel: échte internationale solidariteit en maatregelen die het nationale eigenbelang op korte termijn overstijgen zagen we nauwelijks. Of we het nu hebben over afdwingbare oplossingen voor de klimaatverandering of de aanpak van armoede en ongelijkheid bij de wortels. Maar net zoals de klimaatopwarming steeds luider op de deur bonkt (in het Zuiden is ze al verwoestend), zal ongelijkheid in de vorm van migratie met een stormram aan de toegangspoort staan. Wachten we tot dan? Of komen we van onder de Europese (en Belgische) kerktoren en ontwikkelen we een écht solidair én internationaal beleid?

We kunnen natuurlijk proberen volhouden dat het normaal is dat je afkomst voor de helft bepaalt wat je toekomstkansen zijn en de bevolking wijsmaken dat anderen dat probleem maar moeten oplossen. Maar voor die optie vind ik weinig argumenten, noch met mijn hart, noch met mijn hoofd. Behalve goedkoop electoraal gewin, misschien.

Bogdan Vanden Berghe 

11.11.11 DOOR:
  • Deze opinie verscheen zaterdag 29 augustus in De Standaard

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels