Wat gebeurt er met de fondsen voor klimaatadaptatie?

pakistan floodUit onderzoek blijkt dat ontwikkelingslanden jaarlijks meer dan 100 miljard dollar nodig  hebben voor de noodzakelijke aanpassingen aan de klimaatverandering. Een slordige 33 miljard dollar zou hiervoor door de Westerse landen reeds gestort zijn.

Een cruciale vraag is uiteraard of deze gestorte sommen terechtkomen daar waar er het meeste nood aan is. Of het geld dus terechtkomt bij die regio's, landen en mensen die het hardst getroffen worden door de klimaatverandering.




Het antwoord bleef voorlopig uit.  Op de recente klimaattop in Doha (Qatar) hebben Oxfam, het Overseas Development Institute (ODI) en het World Resources Institute (WRI) alvast het Adaptation Finance Accountability Initiative, ofwel het "Initiatief voor de Toerekenbaarheid van Adaptatiefondsen", gelanceerd. De doelstelling van dit initiatief is het achterhalen van de reële bestemming van de adaptatiefondsen.

 

Waarom adaptatiefondsen?

Het voor de hand liggende antwoord is dat adaptiefondsen moeten dienen voor de ontwikkeling en ondersteuning van activiteiten die het aanpassingsvermogen van een bepaald land of regio vergroten. Eerst en vooral in die landen of regio's die het kwetsbaarst zijn voor de impact van de klimaatverandering.


Om deze landen en regio's (maar ook: ecosystemen en gemeenschappen) te kunnen identificeren is door de ontwikkelingslanden zelf een methode ontwikkeld, de zogenaamde 'nationale kwetsbaarheidsanalyse'. Deze methode beoogt een centraal instrument te worden bij de toewijzing van fondsen en projecten, al is het nog helemaal niet duidelijk of beslissingen van donoren en overheden hierdoor beïnvloed worden. 
Verzekeren dat fondsen ingezet worden waar ze het hardst nodig zijn is met andere woorden een hele uitdaging, die beleidsmakers, donoren en anderen reeds jarenlang kopzorgen bezorgt. 

Het nagaan van de weg die de groeiende adaptatiefondsen afleggen voor ze hun bestemming al dan niet bereiken, is dan ook een belangrijke taak. Een taak die daarenboven toelaat om waardevolle kennis op te doen wat betreft de gevolgde, zelfs de te volgen, strategie inzake adaptatie.


Waarom is het achterhalen van de reële bestemming van adaptatiefondsen zo'n moeilijke zaak?

Het monitoren van de adaptatiefondsen-stroom is om verscheidene redenen een moeilijke zaak:

  • Op het nationale niveau is er nog geen eenduidige definitie van het begrip 'adaptatiefonds' overeengekomen. Een van de gevolgen hiervan is dat de soms schimmige lijn tussen adaptatie-activiteiten en andere ontwikkelingsactiviteiten er niet helderder op wordt. Het geld uit zogenaamde adaptatiefondsen gaat ook niet altijd naar activiteiten ter ondersteuning van adaptatie – zoals blijkt uit onderzoek van Germanwatch.

  • De meeste ontvangende landen beschikken niet over een rapporteringsinstrument- of traditie. Ook de donoren zelf doen amper aan monitoring of rapportering.

  • Met de bestaande monitoringsystemen, onder de noemer van 'projectgeoriënteerde monitoring',  worden de activiteiten van en de geldstromen naar een specifiek project geëvalueerd. Deze concentreren zich per definitie op de (kleinschalige en gedetailleerde) evaluatie van een individueel project en zijn dus niet voldoende bruikbaar.


 

Wat doen om dit probleem te verhelpen?

Het maatschappelijke middenveld kan een belangrijke rol spelen in het volgen van publieke geldstromen en het creëren van toerekenbaarheid. Tot op heden werd het maatschappelijke middenveld in ontwikkelingslanden hierbij slechts beperkt betrokken.

Dit is in hoofdzaak te wijten aan het gebrek aan gedetailleerde, geografisch afgebakende, informatie over de geldstromen. Met de nodige tools zal het middenveld deze informatie zelf kunnen vergaren. Dit zal hen toelaten om op een onderbouwde manier in discussie te treden over financiële transparantie en toerekenbaarheid te eisen, zowel op nationaal als op internationaal niveau.

Via het Adaptation Finance Accountability Initiative zullen het WRI en zijn partners dergelijke tools ontwikkelen en ter beschikking stellen, in samenspraak met het plaatselijke maatschappelijke middenveld, onder meer in Nepal, de Filippijnen, Uganda en Zambia. De uiteindelijke doelstelling is om organisaties toe te laten om:

  • Het adaptatiefondsen-landschap in hun land of regio te inventariseren (zowel qua oorsprong als qua bestemming),
  • Zicht te krijgen op de totaliteit van de beschikbare adaptatiefondsen;
  • Bepaalde adaptatiefondsen van oorsprong tot bestemming te monitoren.


In een wereld die opwarmt, is het verzekeren van een zo effectief mogelijk gebruik van de beschikbare adaptatiefondsen een noodzaak. De ontwikkeling van gepaste tools voor het maatschappelijke middenveld garandeert mee de bescherming van de meeste kwetsbaren tegen de gevaarlijke impact van klimaatverandering.

 

Meer info:


 

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel