Wat is duurzame ontwikkeling?


Out Common FutureBegin jaren tachtig richtten de Verenigde Naties een commissie op om een stand van zaken op te maken van de milieu-en ontwikkelingsproblematiek in de wereld. Onder voorzitterschap van de toenmalige Noorse eerste minister, Gro Harlem Brundtland, leverde die commissie in 1987 haar eindrapport 'Our Common future' af. Duurzame ontwikkeling was volgens dat rapport de weg die de wereld moest inslaan.

Wat duurzame ontwikkeling juist inhoudt werd verder uitgewerkt tijdens de VN conferentie over milieu en ontwikkeling (UNCED) in '92 in Rio de Janeiro.
Daar werd de achteruitgang van het milieu duidelijk gelinkt aan economische ontwikkeling. Om aan onze almaar toenemende bevoegdheden inzake voeding, huisvesting, energiegebruik, vrije tijd enz te voldoen, tast het economisch systeem steeds verder het milieu aan. Grondstoffen raken uitgeput, belangrijke natuurgebieden verdwijnen, water en lucht raken vervuild. De oplossing is duurzame ontwikkeling: een samenhangende ecologische, economische en sociale ontwikkeling met aandacht voor mondiale en langetermijneffecten.

De 173 deelnemende landen aan de VN-conferentie keurden het Verdrag van Rio goed. Dat legt belangrijke principes vast maar blijft tegelijkertijd ook een compromis. Zo wordt de economische groei, vrijhandel, of consumptie slechts beperkt in vraag gesteld. Net als in vele teksten die zullen volgen rekent men vooral op technologische vooruitgang om een gelijke economische groei te realiseren met minder grondstoffen en energieverbruik.

Verder werden in Rio ook het Klimaatverdrag, de Bossenverklaring en het Biodiversiteitsverdrag aangenomen. Er werd tenslotte een uitgebreid actieprogramma voor een sociaal rechtvaardige en milieuvriendelijke 21ste eeuw opgesteld: Agenda 21.



Het verdrag van Rio legde 27 basisbeginselen van Duurzame Ontwikkeling vast. De volgende worden vaak geciteerd:

  • Duurzame ontwikkeling wordt vaak herleid tot 'bescherming van het milieu'. De ecologische factor is belangrijk, maar duurzame ontwikkeling staat voor een integrale economische, sociale en ecologische ontwikkeling.

  • Een samenleving kan enkel duurzaam zijn als ze door de bevolking gedragen wordt:
    participatie van de bevolking op alle niveaus loopt als een rode draad door duurzame ontwikkeling.

  • Rechtvaardigheid binnen en tussen de huidige generaties en de toekomstige generaties staat centraal:
    onze huidige levenswijze mag die van toekomstige generaties niet in gevaar brengen.

  • Duurzame ontwikkeling is een gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid.
    De internationale gemeenschap is in zijn geheel verantwoordelijk voor een duurzame ontwikkeling, maar de verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen is groter, aangezien zij meer druk zetten op het mondiaal milieu (en aldus een ecologische schuld hebben t.a.v. het zuiden) en over meer financiële middelen en technologieën beschikken.

  • Ook het voorzorgsprincipe is (vooral voor de milieuproblematiek) essentieel:
    als onomkeerbare schade drijgt, dan mag het gebrek aan wetenschappelijke zekerheid niet verhinderen dat onmiddellijk maatregelen genomen worden, preventie is aangewezen.



Wie verstaat wat onder duurzame ontwikkeling?

Duurzame ontwikkeling duikt de laatste jaren voortdurend op in allerlei internationale en nationale akkoorden, beleidsbrieven enz. Men zou kunnen denken dat het een door iedereen aanvaard principe is geworden. Duurzame ontwikkeling wordt door verschillende partijen echter heel anders ingevuld.

De Wereldhandelsorganisatie (WTO) plaatst sinds de ministeriële conferentie in Doha (2001) duurzame ontwikkeling en milieu wel mee op de onderhandelingsagenda. Maar tegelijk blijft alle aandacht gaan naar het vrijmaken van handel, het openen van markten en economische groei. Duurzame ontwikkeling blijft hier een beperkt en vaag begrip. Dit betekent niet dat men er binnen de economische wereld helemaal geen aandacht voor heeft. Vaak is er wel interesse voor wat men 'eco-efficiency' noemt: via nieuwe technologieën meer produceren met minder verbruik van energie en grondstoffen. Maar zelfs indien men hier in slaagt zal door de groeiende consumptie de druk op de aarde nog steeds toenemen.

Ook op de VN-conferentie in Rio zijn de fundamentele redenen voor het ontwikkelings- en milieuprobleem onvoldoende in vraag gesteld. "Het inzicht dat landen in het Zuiden het ontwikkelingspad van het Noorden niet kunnen nabootsen is nergens ter sprake gekomen, net zomin als het feit dat eigenlijk het Noorden het probleem is", stelt Wolfgang Sachs van het gerenomeerde Wuppertal Institut voor Klimaat, Milieu en energie. "De regeringen in Rio erkenden de milieucrisis maar tegelijk formuleerden ze vrijhandel, verdere economische groei en ontwikkeling als de oplossing".
Dit betekent niet dat de VN duurzame ontwikkeling niet ernstig neemt. Bij verschillende VN-organisaties zoals het Ecologische Programma van de VN (UNEP) vinden we wel een zeer kritische houding terug. En via allerlei programma's werken de VN concreet aan het realiseren van duurzame ontwikkeling.

Veel NGO's zijn van mening dat duurzame ontwikkeling echter een veel verdergaande verandering vereist. De draagkracht van de aarde is immers beperkt en dus is het industriële model van het Noorden niet uit te breiden is naar de hele wereld, stellen zij.
Dat wordt aangetoond in het model van de ecologische voetafdruk. Aangezien ook het Zuiden recht heeft op rijkdom is er dus een herverdeling nodig.
Duurzame productie in consumptie in het Noorden moeten de basis vormen voor een nieuw ontwikkelingsmodel. Dit hoeft geen stap terug te betekenen, oordelen ngo's: het doel is eenzelfde of hogere levenskwaliteit garanderen met minder materiële consumptie.



Brengen we duurzame ontwikkelingen in de praktijk?

Sinds Rio wordt de term duurzame ontwikkeling meer en meer gebruikt in uiteenlopende beleidsprogramma's en intentieverklaringen. Maar het echt in de praktijk brengen is een andere zaak.
Tijdens de conferentie in Johannesburg in 2002, 10 jaar na Rio, kon men alleen maar constateren dat er op het terrein weinig vooruitgang geboekt is. Het is duidelijk dat we in onze consumptie- en productiebeslissingen nauwelijks rekening houden met de schade die aan het leefmilieu wordt toegebracht en met de effecten op toekomstige generaties. Economische beslissingen houden nog steeds weinig rekening met het ecologische en sociale gevolgen.
Terwijl de Verenigde Naties via opeenvolgende conferenties proberen om duurzame ontwikkeling naar voor te schuiven overheerst in de praktijk het model van de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank en het IMF. Daarin gaat alle aandacht naar het vrijmaken van handel, het openen van markten en economische groei.



Van internationaal tot lokaal

Niet alleen op internationaal niveau is duurzame ontwikkeling een belangrijk begrip geworden. Ook Europa en België werkten de laatste jaren aan een beleid rond duurzame ontwikkeling. De Europese duurzaamheidstrategie werd op de Europese raad van Göteborg (2001) vastgelegd.

België heeft sinds 1997 een wet duurzame ontwikkeling die bepaalt dat om de vier jaar een federaal plan duurzame ontwikkeling moet opgesteld worden, dat via een uitgebreide raadpleging aan de bevolking wordt voorgelegd. Dat plan moet ook rekening houden met de gevolgen van het Belgisch beleid op het Zuiden en de internationale verantwoordelijkheid van ons land. Het eerste plan was wel veelbelovend op papier, maar met de uitwerking is het pover gesteld. Uit een evaluatie bleek onder meer dat de ministers nog altijd weinig rekening houden met de gevolgen van hun beslissingen op het Zuiden.



Agenda 21

Na Rio werd ook een Lokale Agenda 21 opgesteld, een kader waarmee lokale gemeenschappen, dorpen of steden op hun niveau een duurzame gemeenschap kunnen opbouwen. Het lokale niveau is immers ideaal om thema's als duurzame consumptie concreet in de praktijk te brengen. Zowel in Noord als in Zuid zijn lokale gemeenschappen hiermee bezig.

Zo verenigt het VN-initiatief 'ICLEI–Local Governments for Sustainability' steden en gemeenten uit Noord en Zuid die willen werken aan een duurzame lokale gemeenschap. Tot welke inititiatieven dat in de praktijk leidt hangt natuurlijk van gemeente tot gemeente af. In Vlaanderen stimuleert het Steunpunt Lokale Agenda 21 de gemeenten tot een duurzaam beleid. Ook de invloed van lokaal gedrag en beleid op het Zuiden krijgt daarin veel aandacht.




Duurzame ontwikkeling voor het Zuiden

Ongetwijfeld zorgt duurzame ontwikkeling soms voor conflicten tussen Noord en Zuid. Toen de noordelijke industrielanden hun grote expansie kenden, hoefden ze helemaal geen rekening te houden met strenge milieunormen, duurzaam bosbeheer, afvalproblematiek,....
Nu het Zuiden wil meestappen in die economische ontwikkeling komen experts uit het Noorden op de proppen met de mededeling dat het huidige industriële model niet kan uitgebreid worden naar de hele aardbol.

Tegelijk vinden Noord en Zuid zich ook in duurzame ontwikkeling. Lokale gemeenschappen ondervinden aan den lijve de nefaste gevolgen van intensieve landbouw, houtkap, overbevissing enz.
Ngo's uit het Noorden benadrukken dat ze het Zuiden geen consumptie willen ontzeggen, maar dat er een herverdeling moet komen, een nieuw model van productie en consumptie.



Ecologische schuld

Ecologische schuld wijst op de onevenredige druk die industrielanden leggen op het milieu in het Zuiden, door grondstoffen uit de derde wereld uit te putten, traditionele kennis uit het Zuiden te stelen, de uitstoot van broeikasgassen, uitputting van grond door intensieve exportgerichte landbouw enz.
Vaak rekent men er ook het sociale aspect bij: het gebruik maken van onderbetaalde arbeidskrachten, ontzeggen van sociale rechten.
"In een geglobaliseerde economie wordt de productie over de wereld gespreid , maar de voordelen en de luxe die daaruit voortvloeien komen aan een kant terecht, terwijl de economische risico's, de ecologische lasten, uitputting, aan de andere kant blijven", oordeelt Wolfgang Sachs. De globalisering leidt zo tot een nog grotere ongelijkheid in de geografische verdeling van de ecologische last.

Internationale netwerken van NGO's uit Noord en Zuid proberen meer vat op die ecologische schuld te krijgen. Al is dat niet eenvoudig, want wie is net verantwoordelijk voor welke schuld? Al gebeurt de aantasting van het milieu en sociale rechten bij productie voor export naar het Noorden, vaak zijn er evengoed binnenlandse producenten bij betrokken, of krijgen buitenlandse bedrijven vrij spel van de heersende elite in het land.

In ieder geval zijn NGO's ervan overtuigd dat de ecologische schuld een heel ander licht werpt op de relatie tussen Noord en Zuid. "Derde wereldlanden worden momenteel onder druk gezet om zoveel mogelijk voor export te produceren om zo hun buitenlandse schuld af te betalen", stelt Jubilee South, een netwerk dat rond schuldkwijtschelding werkt. "De realiteit is dat die schuld blijft stijgen door interesten. Tegelijk blijft de ecologische schuld van het Noorden juist door die intensieve productie eveneens toenemen.

Indien een terugbetaling van de ecologische schuld niet haalbaar is, dan moeten we in ieder geval verkrijgen dat er vanaf nu geen schuld meer opgebouwd wordt, oordelen de NGO's uit het Zuiden. En dat betekent dat het Noorden vanaf nu een eerlijke prijs moet betalen voor de grondstoffen en producten uit het Zuiden, dat het Noorden zich grondig bezint over de aard van zijn consumptie, dat westerse bedrijven in ontwikkelingslanden aan internationale milieu en arbeidsnormen voldoen, dat het Zuiden ook een beroep kan doen op milieuvriendelijke technieken enz.



De rol van ontwikkelingssamenwerking

Ontwikkelingssamenwerking kan helpen om de wereld een stukje in de richting van een duurzame ontwikkeling op te schuiven. Door het stimuleren van allerlei vormen van lokale eerlijke productie, milieubescherming, technologieoverdracht, het beïnvloeden van internationale besluitvorming enz. De laatste jaren hebben de Europese ministers voor ontwikkelingssamenwerking dan ook meer aandacht gekregen voor duurzame ontwikkeling, al staat dit nog maar in zijn kinderschoenen.

De Poverty Reduction Strategy Papers (PRSP's)
De armoedebestrijdingsstrategieën die landen moeten opmaken om steun te krijgen van de Wereldbank en het IMF, vormen steeds meer het uitgangspunt voor alle donoren, ook voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Helaas gaan de PRSP's vaak uit van een eenzijdige economische visie en bieden ze geen strategie voor een duurzame sociale, economische, ecologische ontwikkeling. De OESO startte wel een project op om National Strategies on Sustainable Development (NSSD's) uit te werken. Het heeft echter weinig zin om de ontwikkelingslanden tal van strategienota's op te dringen. Essentieel is dat de visie rond duurzame ontwikkeling geïntegreerd word in de centrale strategienota die door donoren gebruikt wordt.

De Belgische ontwikkelingssamenwerking
Heeft 'duurzame menselijke ontwikkeling' als hoofddoel, zo staat het in de wet. Er werd een strategienota milieu uitgewerkt, om binnen de projectwerking meer rekening houden met gevolgen voor het milieu. De uitvoering daarvan staat echter nog niet ver. Ook is duurzame ontwikkeling als echte verandering, zoals hierboven uitvoerig beschreven, nog niet echt geïntegreerd in de globale visie en uitwerking van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Duurzame ontwikkeling wordt nog teveel bekeken als het bestrijden van een aantal geïsoleerde milieuproblemen.

bron: 'Feiten over ontwikkelingssamenwerking', 11.11.11, 2004

Deel dit artikel