Water en Sanitatie in de steden van Latijns-Amerika en de Caraïben

Op 1 oktober werd de World Habitat Day gevierd. Een dikke maand ervoor publiceerde UN-Habitat het rapport "The State of Latin American and Caribbean Cities 2012, towards a new urban transition".  Volgens het rapport verbeterde de toegang tot water en sanitatie in de steden van Latijns-Amerika en de Caraïben opmerkelijk, maar staat de snel urbaniserende regio nog steeds voor een reeks uitdagingen om het recht op water en sanitatie voor iedereen te realiseren, en de efficiëntie, kwaliteit, betaalbaarheid en continuïteit van de bestaande dienstverlening te verbeteren.



Haïti - MoustiquesDe cijfers


Latijns-Amerika en de Caraïben behaalden reeds enige tijd geleden de Millenniumdoelstelling voor drinkwater.

Volgens de laatste metingen in 2010 had 94% van de totale bevolking toegang tot drinkwater, 1% meer dan het vooropgestelde doel voor 2015. De doelstelling voor basissanitatie zal naar alle waarschijnlijkheid niet worden behaald; in 2010 had 80% van de bevolking toegang tot verbeterde sanitatie, 5% minder dan de vooropgestelde 85%. 


De regio leverde de voorbije 20 jaar belangrijke inspanningen, en werkt dapper verder aan de universalisering van de toegang tot water en sanitatie. Maar de resultaten zijn verre van homogeen. Bekijken we de cijfers meer in detail, dan stellen we vast dat het aandeel van de bevolking dat toegang heeft tot een verbeterde bron van drinkwater sterk schommelt tussen verschillende landen, tussen stad en platteland, en tussen arm en rijk.


In Haïti bijvoorbeeld heeft slechts 69% van de bevolking toegang tot een verbeterde waterbron, 25% minder dan het gemiddelde. De huidige trends indachtig, zullen 5 van de 25 landen de doelstelling tegen 2015 niet bereiken: Colombia, Haïti, Jamaica, Peru en de Dominicaanse Republiek. 


De situatie inzake sanitatie is in heel wat landen schrijnender. Haïti scoort het laagst met 17%, maar ook andere landen zoals Bolivië en Nicaragua zitten ver onder het gemiddelde. 10 landen zullen naar alle waarschijnlijkheid de doelstelling tegen 2015 niet bereiken: Argentinië, Bolivia, Colombia, Haïti, Jamaica, Nicaragua, Panama, Peru, Suriname, Trinidad en Tobago.

In zowat alle landen is een duidelijk verschil zichtbaar tussen stad en platteland: in rurale gebieden is er gemiddeld 17% minder toegang tot verbeterde waterbronnen, en 24% minder tot verbeterde sanitatie. 7 van de 10 mensen zonder toegang tot water en sanitatie wonen op het platteland.

Ook is er in alle landen een kloof tussen arm en rijk en stijgt de toegang tot een verbeterde bron van drinkwater met de welvaart. Extreme cijfers vinden we in Haïti en Bolivia, waar de rijkste bevolkingslaag respectievelijk 56% en 41% meer toegang heeft tot water dan de armste laag. 


Steden onder de loep

UN Habitat neemt in haar rapport "State of Latin American and Caribbean Cities 2012" de vooruitgang inzake water en sanitatie in de steden onder de loep, en stelt vast dat ook die verre van homogeen is. Eveneens brengt het rapport een aantal knelpunten in beeld, die de betrouwbaarheid en duurzaamheid van de toegang tot water en sanitatie in het gedrang brengen.


Zo is in heel wat steden drinkwater slechts enkele uren per dag beschikbaar, en neemt deze beschikbaarheid af naargelang de economische draagkracht van de gebruikers. 


Rijke buurten zijn over het algemeen voorzien van goed onderhouden systemen en een continue dienstverlening, terwijl arme wijken niet worden aangesloten, of over een zeer precaire service beschikken. Deze kloof wordt grotendeels in stand gehouden door de sociaal-ruimtelijke opbouw van de Latijns-Amerikaanse en Caraïbische steden: de armste lagen van de bevolking wonen in de periferie van de stad, in gebieden gekenmerkt door een lage stedelijk dichtheid en een gebrek aan connectiviteit, wat de aanleg van nieuwe waternetwerken naar deze zones duur, en niet rendabel maakt.


Wie geen toegang heeft tot een verbeterde drinkwaterbron, over het algemeen de arme slumbewoner, betaalt de hoogste prijs voor water. Zo kost in Cochabamba (Bolivië) een kubieke meter water geleverd door een truck 3,64 dollar; voor eenzelfde hoeveelheid kraantjeswater wordt slechts 0,54 dollar aangerekend.
Diegenen die wel toegang hebben tot leidingwater, zijn niet steeds in staat de maandelijkse waterfactuur te betalen. Volgens UNDP zou deze factuur, om het recht op water te verzekeren, niet hoger mogen zijn dan 3% van het gezinsinkomen, maar in de realiteit loopt die soms op tot 14%. 


Subsidiëringsmechanismen om aan de noden van armere bevolkingslagen tegemoet te komen, zijn in de regio nagenoeg niet bestaande.


Heel wat steden beschikken over een verouderde, weinig efficiënte infrastructuur, die vaak water van zeer bedenkelijke kwaliteit aflevert. Naar schatting gaat gemiddeld 40% van het water in deze systemen verloren door lekkage. Geld om de rehabilitatie ervan te financieren is er niet, mede doordat de – overwegend openbare – watermaatschappijen verre van rendabel zijn. Hun prijsbeleid wordt vaak ingegeven door politieke motieven, en stemt niet overeen met de gemaakte kosten, waardoor ze sterk afhankelijk zijn van fiscale middelen voor investeringen en exploitatiekosten. 


16% van de stedelingen heeft geen toegang tot basissanitatie, 80% ervan behoort tot de armste bevolkingslagen.
UN Habitat berekende dat 70-85% van het afvalwater zonder enige behandeling in nabijgelegen rivieren, meren of kustgebieden wordt gestort, met als gevolg verhoogde risico's voor de volksgezondheid en de verstoring van lokale ecosystemen. Waterzuivering is in de hele regio schaars, omdat het een dure aangelegenheid is, maar ook omdat de problematiek niet hoog scoort op de politieke agenda. Het uitbouwen van een degelijk afvalwaterbeleid is een werk van lange adem, dat de politieke ambtstermijn overstijgt, en dus weinig stemmen oplevert.


Tendensen en uitdagingen

De universalisering van de toegang tot drinkwater en sanitatie is haalbaar, stelt het rapport, maar vergt een veel groter politiek engagement. Én een totale investering van 250 miljard dollar tot 2030, of een verdrievoudiging van de huidige investeringen in de sector! 


Om bovenstaande problemen inzake efficiëntie, beschikbaarheid, kwaliteit, betaalbaarheid en continuïteit van de dienstverlening het hoofd te bieden, moet het huidige beleid herzien en bijgesteld, participatie aangemoedigd en technologische opties uitgebreid worden.


Hieronder de voornaamste trends en uitdagingen:
In Latijns-Amerika en de Caraïben is 90% van de watermaatschappijen in de handen van de overheid. De decentralisatie van waterdiensten is een algemene trend in de regio, maar moet in de meeste landen nog worden voltooid. Dit is een interessante ontwikkeling, want zo kan beter ingespeeld worden op lokale noden en mogelijkheden, en wordt een grotere participatie van de civiele maatschappij mogelijk. 


Bestaande ongelijkheden inzake toegang tot water en sanitatie kunnen ingeperkt worden door het bevorderen van stedelijke verdichting en het inperken van voorstedelijke wildgroei. Hiervoor is evenwel een geïntegreerd ruimtelijke ordeningsbeleid nodig, iets wat in de meeste Latijns-Amerikaanse en Caraïbische steden nog onvoldoende is uitgewerkt.


Afgelegen perifere gebieden kunnen voorzien worden van gedecentraliseerde systemen voor sanitatie, een oplossing die pakken goedkoper is dan aansluiten op een gecentraliseerd netwerk. Her en der vindt men een dergelijk systeem, maar van een grote doorbraak kan men nog niet spreken. Omwille van een gebrek aan belangstelling bij de grote bedrijven, maar ook omdat deze nieuwe technologieën niet altijd voldoen aan de klassieke regelgeving.


De rol van kleinschalige lokale operatoren is van uiterst belang om marginale gebieden van drinkwater en sanitatie te voorzien. Ze bedienen reeds miljoenen mensen in plattelandsgebieden en voorstedelijke gebieden, houden rekening met de specifieke behoeften van de gemeenschap en integreren nieuwe technologieën veel vlotter dan grote maatschappijen. Het is dan ook belangrijk deze actoren te stimuleren, en tegelijkertijd een regelgevend kader uit te werken om de betrouwbaarheid van hun diensten te verzekeren. Want nog al te vaak leveren deze operatoren water van een bedenkelijke kwaliteit.


De bestaande regelgeving legt zich voornamelijk toe op de grote watermaatschappijen, en betreft veelal enkel de tarieven en financiële levensvatbaarheid van de operatoren. Ze moet versterkt worden met economische, sociale en milieu-efficiëntie-indicatoren, en zo een eenduidig instrument vormen om de kwaliteit van het drinkwater, leveringszekerheid en betrouwbaarheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid van water voor iedereen te bestendigen. Verder moet een toezichthoudend orgaan worden opgericht, dat de toepassing van de wet dient te controleren.


De afgelopen jaren leverden watermaatschappijen de nodige inspanningen om de kloof tussen hun inkomsten en uitgaven te verlagen, wat zich vertaalde in een verhoging van de tarieven. Ook hier heeft de overheid een regulerende functie, en moeten sociale maatregelen uitgewerkt worden om de waterprijs lager te maken voor mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie.

Bronnen:
United Nations Human Settlements Programme. 2012. The State of Latin American and Caribbean Cities 2012, Towards a new urban transition. Naples.
UNICEF and World Health Organization. 2012. Progress on Drinking Water and Sanitation. Update2012. Verenigde Staten.

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel