Welk nut heeft de WTO? Over de zevende WTO Ministerconferentie in Genève

logo_geneva09_wtoVan maandag 30 november tot woensdag 2 december 2009 vindt in de Genève de 7de Ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) plaats. Dit is de eerste ministerconferentie in vier jaar. In tegenstelling tot de vorige ministerconferenties zal er dit keer niet onderhandeld worden. De WTO wil namelijk niet nog eens een mislukking riskeren. Dat is ook de reden waarom ze de vorige tweejaarlijkse ministerconferentie, die in 2007 had moeten plaats vinden, gewoon heeft overgeslagen.


Volgens de statuten moet de WTO om de twee jaar een ministerconferentie organiseren. In 2007 is dat niet gebeurd. Binnenskamers worstelt de WTO namelijk al tien jaar met moeilijke onderhandelingen over nieuwe handelsakkoorden en buitenshuis heeft het af te rekenen met zware protesten. Twee ministerconferenties zijn al op een sisser afgelopen (Seattle 1999 en Cancun 2003) en talrijke informele bijeenkomsten en mini-ministervergaderingen zijn al mislukt. Daarom durfde men vier jaar lang géén ministerconferentie organiseren en zal er tijdens deze ministerconferentie niet worden onderhandeld.

 

In 2001, tijdens de haar 4de ministerconferentie in de Katarese hoofdstad Doha, had de WTO een nieuwe grote onderhandelingsronde gelanceerd. De rijke landen, met de EU op kop, hadden daar al jaren op aangedrongen. Om de ontwikkelingslanden te overtuigen van het nut daarvan, hadden ze de nieuwe onderhandelingsronde de “Doha Ontwikkelingsronde” genoemd. De meeste ontwikkelingslanden hadden namelijk geen zin in uitgebreide onderhandelingen voor nieuwe handelsakkoorden. Ze vonden dat ze de vorige ronde, die maar liefst acht jaar had geduurd (de “Uruguay Ronde, 1986-1994) en de vele nieuwe akkoorden die daar waren uit gekomen, nog niet hadden verteerd. Ze zagen meer heil in een evaluatie en bijsturing van de resultaten van deze akkoorden dan in onderhandelingen voor nieuwe, temeer daar ze vonden dat een aantal zaken die hen destijds waren beloofd nog niet waren uitgevoerd.

Met de belofte dat evaluatie en bijsturing deel zouden uitmaken van de Doharonde en dat er dit keer écht zou rekening gehouden worden met de belangen en beperkingen van de ontwikkelingslanden lieten ze toch weer overhalen. De morele druk, om de publieke opinie te laten zien dat wereldleiders kunnen samenwerken, na de dramatische terrroristische aanslagen op de WTC torens, enkele weken voordien, werd daarbij door de rijke landen, en vooral door de VSA, tenvolle uitgespeeld.

Helaas bleek al snel dat de rijke landen ook in deze zogenaamde ontwikkelingsronde meer dan ooit hun eigen economisch belangen voor ogen hadden. Nog nooit werd zo een vergaande liberalisering van de handel in goederen en diensten geëist van de ontwikkelingslanden als nu. Tegelijk toonde de rijke landen weinig bereidheid om hun steun aan de landbouw te verminderen of om ontwikkelingslanden toe te laten hun landbouw te beschermen. De onderhandelingen liepen dan ook snel muurvast.

Enige tijd geleden was er nog hoop dat de WTO-onderhandelingen uit het slop zouden geraken. De leiders van de twintig grootste economieën ter wereld, de G-20, die sinds kort regelmatig samenkomen om de economische en financiële crisis te bezweren, hadden immers beloofd zich in te zetten voor een snelle doorbraak zodat einde 2010 een nieuwe reeks wereldwijde handelsakkoorden het licht zouden kunnen zien. Dat zou namelijk een sterke impuls kunnen geven aan de economische heropleving. Maar eens terug aan de onderhandelingstafel in de WTO met de ingewikkelde teksten voor de neus, bleek al snel dat een uitweg uit de blocages van de voorbij jaren er niet zou gauw zou komen. Daarvoor liggen de standpunten van Noord en Zuid, van industrielanden en ontwikkelingslanden te ver uit elkaar.

In plaats van een conferentie met onderhandelingen op ministerieel niveau organiseert de WTO nu dus een reflectiedriedaagse. In twee parallelle sessies bespreekt ze haar werking (inclusief het verloop van de Doharonde) en de rol die de WTO zou kunnen spelen in de huidige crises: hoe zou de WTO zou kunnen bijdragen tot economisch herstel, groei en ontwikkeling. Want terwijl de WTO al jaren in cirkels draait wordt de wereld geconfronteerd met ernstige crisissen. Heeft de WTO daar überhaupt iets over in te brengen?

Dat deze conferentie er na lang twijfelen toch is gekomen heeft wellicht ook te maken met de Klimaattop in Kopenhagen die enkele dagen later van start gaat. Ondanks haar impasse willen de rijke landen laten weten dat de WTO er nog is en een signaal geven dat wat er in Kopenhagen ook wordt afgesproken, er niet mag geraakt worden aan de uitbreiding van de wereldhandel.

Marc Maes
Beleidsmedewerker Handelsbeleid
11.11.11

Deel dit artikel