WTO: mini-ministervergadering in Geneve, erop of eronder?

In de week van 21 juli komt een informele mini-ministervergadering samen in Geneve in een nieuwe poging om de WTO-onderhandelingen te deblokkeren. Die zitten al minstens vier jaar vast.

handel_wtoHet is niet de eerste keer dat in Geneve de vergadering van de laatste kans wordt georganiseerd. Dat was de vorige drie jaar ook al zo. Dit keer zou het echt menens zijn want straks beginnen de Amerikaanse presidentsverkiezingen en de Democraten die waarschijnlijk zullen winnen zouden veel minder enthousiast zijn voor een vergaande liberalisering van de wereldhandel dan George Bush. Bovendien staan er ook Europese en Indische verkiezingen voor de deur.

De truc die het nu moet doen is een informele bijeenkomst van een dertigtal ministers. Die zouden knopen moeten doorhakken en oplossingen moeten vinden voor problemen die de vaste vertegenwoordigers en diplomaten bij de WTO in Geneve niet zouden kunnen oplossen. De dertig zijn natuurlijk afkomstig van de rijkste en grootste landen aangevuld met vertegenwoordigers van groepen van kleine ontwikkelingslanden.

Formeel heeft zo een mini-ministersvergadering niets te zeggen. De hoop is dat de overige WTO-leden (een 120-tal) de doorbraak zullen aanvaarden die de 30 eventueel weten te bereiken. Dat zou dan moeten gebeuren op het Onderhandelingscomité ("Trade Negotiating Commitee") dat bestaat uit vertegenwoordigers van al de WTO lidstaten (diplomaten die in Geneve gestationeerd zijn of delegaties uit de hoofdsteden). Dit comité heeft op zaterdag 26 juli een officiële zitting.De formele beslissing kan ook genomen worden doorde Algemene Raad van de WTO die op 29-30 juli samenkomt.

De mini-ministersbijeenkomst krijgt een hele stapel teksten voorgeschoteld die de afgelopen jaren bij elkaar zijn gewrongen en de laatste weken zijn bijgespijkerd. In die teksten staan een hele reeks keuzemogelijkheden tussen vierkant haakjes. De bedoeling is dat de ministers die haakjes zoveel mogelijk wegwerken.

Het resultaat zal dan een ingewikkelde regeling zijn voor de liberalisering van de handel in landbouwproducten, industriële producten en diensten waarin alle WTO-leden hun eigen belangen en interesses zouden moeten erkennen. Nadien zal nog maanden werk nodig zijn om de regeling technische en juridische verder uit te werken en nog een hele reeks "minder belangrijke" knopen door te hakken.

De knelpunten zijn nog steeds dezelfde:

  • In de landbouw: de vermindering en/of afschaffing van de steun aan de landbouwproductie en de export, de verlaging van de invoertaksen
  • De verlaging van de invoertaksen voor producten van de industrie, de mijnbouw, visserij en bosbouw (bekend onder het Engelse letterwoord NAMA dat staat voor Non-Agricultural Market Access, of markttoegang voor niet landbouwproducten)
  • De liberalisering voor de handel in diensten
De rijke landen vinden dat ze tot nu toe al teveel toegevingen gedaan hebben in de landbouw en dat de grote ontwikkelingslanden veel meer liberalisering moeten aanbieden in NAMA en diensten. De ontwikkelingslanden vinden dat ze eigenlijk niet moeten betalen voor de uitdoving van de steun aan de landbouw in de rijke landen en dat ze zelf minder moeten liberaliseren omdat hun economieën veel minder ontwikkeld zijn.

Deze patstelling heerst nu al jaren. 11.11.11 heeft daarbij altijd gezegd dat het rijke Noorden te veeleisend is en haar ambities moet temperen. Het ziet er helaas niet naar uit dat dit de komende dagen zal gebeuren.

Lees meer over de informele mini-ministervergadering van de WTO in Genève van juli 2008.

 

Marc Maes, Beleidsmedewerker 11.11.11

Deel dit artikel