11.11.11: België moet VN-oproep humanitair staakt-het-vuren in Syrië steunen

Begin 2018 bereikt de Syrische oorlog nieuwe dieptepunten. Burgers worden op grote schaal gedood in Idlib, Oost-Ghouta en Afrin. In Zuid-Syrië bestookte Israël Syrische doelwitten, waardoor de toestand ook daar dreigt te escaleren. 11.11.11 roept België en de Europese Unie op om zich met hun volle diplomatieke gewicht te scharen achter een VN-oproep voor een humanitair staakt-het-vuren van één maand. België moet ook de Turkse aanval op Afrin expliciet veroordelen en de vrijlating van vreedzame Turkse actievoerders eisen.

Staffan De Mistura, sinds 2014 de speciale VN-gezant voor Syrië, wond voor de VN-Veiligheidsraad geen doekjes om de omvang van de huidige escalatie in Syrië. "Dit is één van de meest gewelddadige, zorgwekkende en gevaarlijke momenten die ik al heb gezien in mijn tijd als speciaal VN-gezant", aldus De Mistura.

Escalatie in de 'de-escalatie'-zones

Ondanks de inrichting van zogenaamde 'de-escalatiezones' kwamen de afgelopen maanden honderden burgers om het leven in Oost-Ghouta en Idlib, en worden humanitaire konvooien nog steeds doelbewust geblokkeerd. De VN onderzoekt verschillende nieuwe gevallen van de inzet van chemische wapens.

Volgens de VN werden tussen 4 en 9 februari minstens 277 burgers gedood in Idlib en Ghouta, waarvan 230 door luchtaanvallen van het Syrische leger en Rusland. 812 burgers raakten gewond tijdens luchtaanvallen op minstens 9 medische faciliteiten. "De term de-escalatiezone doet steeds meer denken aan de zogenaamde "safe areas" in Bosnië, die allesbehalve veilig bleken", waarschuwt Hoge VN-mensenrechtencommissaris Zeid.

Bij raketaanvallen en mortiervuur vanuit rebellengebied op de residentiële wijken van Damascus, werden tussen 6 en 9 februari ook minstens 7 burgers gedood en raakten 18 burgers gewond.

Sinds september 2017 werd de belegering van Oost-Ghouta, een enclave in de buitenwijken van Damascus waar 400.000 Syriërs wonen, dramatisch opgevoerd. Een zoveelste voorbeeld van de meedogenloze 'surrender or starve'-belegeringsstrategie, die eind 2016 ook in Oost-Aleppo werd toegepast.

Het aantal intern ontheemde burgers in Noordwest-Syrië ging de afgelopen maanden dramatisch de hoogte in. Sinds 15 december 2017 sloegen minstens 325.000 burgers op de vlucht. Velen daarvan zijn afkomstig uit belegerde gebieden in het centrum en het Zuiden van het land, waaruit ze eerder al gedwongen verplaatst werden. Syriërs die proberen te vluchten naar Turkije worden beschoten door Turkse grenswachters.

Turkije valt Koerden aan

Op 20 januari 2018 lanceerde Turkije bovendien operatie 'Olive Branch' tegen de Koerdische enclave Afrin. Dit gebied staat onder controle van Koerdische YPG-strijders, die door de Turkse President Erdogan als 'terroristen' worden beschouwd. De YPG is echter ook de belangrijkste Amerikaanse bondgenoot in de strijd tegen IS. Hij controleert grote delen van Noordoost-Syrië, waar hij verschillende lokale besturen opzette.

Volgens de gespecialiseerde ngo Airwars kwamen sinds eind januari 63 tot 99 burgers om het leven door Turkse aanvallen, terwijl 14 tot 32 burgers gedood werden door YPG-aanvallen in Syrië en Zuid-Turkije. Lokale organisaties plaatsen het dodental zelfs op 164 burgers. De meeste NAVO-bondgenoten van Turkije blijven echter stil over deze aanval, uitgezonderd Frankrijk. Ook Rusland laat Turkije begaan.

Erdogan dreigt ermee om de Turks-Syrische grens "op te ruimen", wat het ergste doet vermoeden over de verdere Turkse plannen. Turkije dreigt onder meer om het oostelijker gelegen Manbij aan te vallen. Dat kan leiden tot een rechtstreekse militaire confrontatie tussen NAVO-bondgenoten Amerika en Turkije.

De afgelopen weken arresteerden de Turkse autoriteiten bovendien verschillende personen die kritisch stonden tegenover de operatie in Afrin. Dit is een onaanvaardbare aantasting van de vrijheid van meningsuiting, zoals ook gesteld in een recente resolutie van het Europees Parlement.

Israël mengt zich in de strijd

In Zuid-Syrië loert bovendien een nieuwe escalatie om de hoek. Israël voerde, niet voor de eerste keer, aanvallen uit op verschillende militaire doelwitten in Syrië. Deze waren een vergelding omdat een Iraanse drone het Israëlische luchtruim zou zijn binnengedrongen vanuit Syrië.

Een Israëlische F16 werd hierbij, voor de eerste keer sinds de jaren 1980, neergehaald. De International Crisis Group waarschuwt dat een kleine misrekening kan volstaan om een regionale oorlog te ontketenen. Deze gevaarlijke escalatie van geweld moet stoppen.

Humanitair staakt-het-vuren

De Verenigde Naties riepen op 6 februari 2018 alle partijen op tot een staakt-het-vuren van 1 maand, zodat humanitaire hulp ter plekke kan geraken en de meest urgente gewonden geëvacueerd kunnen worden. "De geschiedenis zal dit falen niet vergeten en zal de schuld bij de verantwoordelijken leggen. We moeten mensen in nood onmiddellijk, niet later, bereiken met hulp" , stelde de humanitaire coördinator van de VN in Syrië op 12 februari.

Op 26 februari 2018 vindt in Brussel een nieuwe Europese Raad Buitenlandse Zaken plaats. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Reynders kan deze gelegenheid aangrijpen om ervoor te zorgen dat de EU zich met haar volle diplomatieke gewicht schaart achter een staakt-het-vuren dat het volledige Syrische grondgebied omvat.

Reynders moet daarnaast expliciet de invasie van NAVO-bondgenoot Turkije in Afrin veroordelen, en de vrijlating eisen van Turken die werden opgepakt voor hun vreedzame verzet tegen de operatie in Afrin.

 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels