'Armoedecijfers Cambodja geven vertekend beeld'

De armoedecijfers van de Wereldbank over Cambodja geven vertekend beeld, vinden sommige hulporganisaties. Uit de cijfers blijkt dat de armoede gedaald is, maar de prostitutie neemt toe en textielarbeidsters kunnen steeds moeilijker rondkomen. Internationale donors vergaderen deze week in Cambodja over hulp aan het land.


Ontwikkelingen in de prostitutie zeggen vaak iets over de armoede in een land, zegt Rosanna Barbero, coördinator van Womyn's Agenda for Change, een niet-gouvernementele organisatie in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh. 'Vrouwen prostitueren zichzelf tegenwoordig voor tarieven van 800 riel (17 eurocent). De prijzen dalen omdat er steeds meer prostituees komen.' Eind jaren negentig vroegen prostituees in Phnom Penh 1,70 euro per klant, zegt ze. 'Dit is een alarmerende ontwikkeling. Vanwege de toenemende concurrentie worden vrouwen steeds wanhopiger.' Ook uit andere ontwikkelingen blijkt dat de armoedebestrijding in Cambodja moeizaam verloopt. Uit onderzoek onder vrouwen die werken in de kledingindustrie, een van de succesverhalen van Cambodja, blijkt dat er ook schaduwkanten zitten aan dat ogenschijnlijke succes. De prijzen van vis en rijst, twee basisingrediënten van het Cambodjaanse dieet, stegen het laatste jaar met respectievelijk 18 en 5 procent. Veel vrouwen kiezen daarom voor minder voedzame maaltijden. Sommige textielarbeiders vertelden de onderzoekers dat ze in plaats van elke dag, nog maar eens in de twee weken vis aten. 'Deze vrouwen hebben geen andere keuze dan elke dag kale rijst en een kom soep te eten', zegt Chrek Sophea (24) een voormalige fabrieksarbeider uit Phnom Penh. 'Als ze uit de provincie komen hebben ze een groter probleem, omdat ze dan ook nog de huur voor hun kamer moeten betalen voordat ze geld kunnen overmaken naar hun familie.' Uit een studie van het Cambodjaanse ministerie van Gezondheid uit 2004 (nog voor de prijsstijgingen) bleek dat 90 procent van de fabrieksarbeiders leed aan bloedarmoede. De Wereldbank ziet de kledingindustrie in een ander licht. In recent rapport worden ontwikkelingen in de sector, die meer dan 250.000 vrouwen werk biedt en zorgt voor 80 procent van de exportinkomsten van het land, genoemd als belangrijkste oorzaak voor de afgenomen armoede onder de 13,3 miljoen Cambodjanen. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) steeg de textielexport van het Zuidoost-Aziatische land van 21, 8 miljoen euro in 1995 tot 1,6 miljard in 2004. Het gemiddelde minimum maandloon voor een fabrieksarbeider is 38 euro. Dat inkomen stijgt naar 42 tot 50 euro per maand als een vrouw bereid is twaalf uur per dag te werken. In het 'Cambodia Poverty Assessement' dat de Wereldbank half februari uitbracht, werd ook de toerismesector genoemd als belangrijke drijvende kracht achter de Cambodjaanse economie. Het toerisme in het land drijft vooral op de duizenden bezoekers die afkomen op de Angkor-tempels in het noordwesten van het land. Dankzij deze twee sectoren, toerisme en de kledingindustrie, daalde het aantal Cambodjanen dat onder de armoedegrens leeft in tien jaar tijd van 47 naar 35 procent, zegt de Wereldbank. De Bank legt de armoedegrens bij 1,826 riel (0,38 eurocent) per dag.

'Er zijn dingen verbeterd', zegt Tim Conway, co-auteur van het armoederapport van de Wereldbank. 'Het is gebleken dat mensen baat hebben gehad bij de groei van de kledingindustrie. Achtendertig euro per maand is geen slecht salaris in Cambodja. Wij zijn er zeker van dat onze bevinding dat de armoede is afgenomen, klopt.' Conway wijst onder meer op het toegenomen aantal Cambodjanen dat beschikt over radio, televisie en elektriciteit.

Het rapport van de Wereldbank zal mede de toon zetten tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Consultatieve Groep op 2 en 3 maart. Deze groep, waar ook het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in zit, is van essentieel belang voor de ontwikkelingshulp aan Cambodja. De afgelopen tien jaar bestond bijna de helft van het nationale budget van Cambodja uit internationale hulp.

Critici van de Wereldbank zien het laatste rapport over de armoededaling als een poging van de Bank om het economische beleid dat het land na het vredesakkoord van 1991 opgelegd kreeg door ontwikkelingsinstituten, te rechtvaardigen. 'Als je de armoedegrens bij 38 cent per dag legt, wat de Bank doet, dan sta echt buiten de realiteit', zegt Shalmali Guttal, onderzoeker van Focus on the Global South in Bangkok. 'Een klein kommetje mie kost al 17 cent.'

Volgens haar moeten donors en de banken het van buitenaf opgelegde economische, sociale en politieke reconstructiemodel dat na de oorlog werd geïntroduceerd, kritisch heroverwegen. (JS)

IPS DOOR:

Deel dit artikel