Aardwarmte biedt landbouw in ontwikkelingslanden kansen

Geisers in in San Pedro de Atacama, Chili

Geothermische energie, of aardwarmte, biedt in ontwikkelingslanden unieke kansen voor duurzame voedselproductie en -verwerking tegen lage kosten. Dat blijkt uit een vandaag (dinsdag) gepubliceerd rapport van de VN-Voedsel -en Landbouworganisatie (FAO).

In sommige ontwikkelingslanden gaat ongeveer de helft van al het geproduceerde voedsel na de oogst verloren, deels omdat het te duur is het te bewerken, staat in 'Uses of Geothermal Energy in Food and Agriculture'. Het gebruik van energie om voedsel te drogen, melk te pasteuriseren en voedsel te steriliseren kan de voedselzekerheid sterk verhogen in ontwikkelingslanden. Gedroogd voedsel kan langer bewaard worden en zo het hele jaar gebruikt worden.

Ontwikkelingslanden kunnen veel winnen door aardwarmte te gebruiken in de landbouw, vooral in landen in de zogenoemde Pacifische Ring van Vuur, zoals Mexico, Indonesië, de Filipijnen en diverse landen langs de Pacifische kust van Zuid-Amerika. Ook voor Ethiopië en Kenia, en transitie-economieën Oost-Europa, inclusief Roemenië en Macedonië, kan geothermische energie voordelen opleveren.

"Het is een hernieuwbare energiebron, die schoon is en goedkoop na de eerste investering", zegt Carlos da Silva, econoom bij de divisie voor Plattelandsinfrastructuur en Agro-Industrie bij de FAO. "Niet alleen de kosten kunnen omlaag, ook de milieu-impact van voedselproductie en -verwerking wordt kleiner."

Door het gebruik van geothermische energie om broeikassen te verwarmen bijvoorbeeld kunnen de brandstofkosten met 80 procent dalen, suggereert onderzoek. Terwijl olie en gas in sommige delen van de wereld schaars zijn, raakt de naar schatting 42 miljoen megawatt uit aardwarmte niet op. "Geothermische energie voor de landbouw kan ook kleinschalig worden gebruikt en aanzienlijk bijdragen aan verbetering van inkomens, werkgelegenheid verschaffen en de voedselzekerheid en kwaliteit van voedsel verhogen", zegt Divine Njie, medeauteur van het rapport.

Opstartkosten

Wereldwijd gebruiken momenteel 38 landen geothermische energie voor directe toepassing in de landbouw. Vierentwintig landen gebruiken aardwarmte ook daarbuiten. IJsland, Costa Rica, El Salvador, Kenia, Nieuw-Zeeland en de Filipijnen zijn voorbeelden van landen die meer dan 10 procent van hun elektriciteit uit aardwarmte halen.

Van de 23 ontwikkelingslanden die geothermische energie gebruiken, laat het merendeel het potentieel voor de landbouw onbenut. Toch lopen inmiddels in de helft van die landen projecten op het gebied van geothermische energie en landbouw. In Algerije bijvoorbeeld, steunt de overheid viskwekers die heet water uit boorgaten gebruiken om tilapia-vijvers te verwarmen. De drie betrokken bedrijven produceren samen zo'n 1700 ton tilapia per jaar.

IJsland, dat het grootste deel van zijn verwarming en elektriciteit uit aardwarmte haalt, loopt sinds de jaren twintig van de vorige eeuw al voorop op het gebied van geothermische energie. Deze vorm van energie wordt gebruikt om kassen te verwarmen en vis te drogen. Geothermische energie is de laatste jaren op IJsland ook in opkomst in de diervoedingsindustrie.

De opstartkosten vormen momenteel de grootste barrière voor ontwikkelingslanden om op grote schaal geothermische energie te ontwikkelen. "Je moet investeren in grondproeven en die kunnen uitwijzen dat er geen rendabele warmtebronnen zijn", zegt Da Silva. "De verkoop van de energie tegen lage prijzen kan een probleem zijn, als je de opstartkosten moet terugverdienen."

Diverse projecten die in het onderzoek genoemd worden, laten echter zien dat die hindernis niet onoverkomelijk is en dat investeringen in onderzoek passen in een breder gedragen wens om de landbouw duurzamer te maken. "Er zijn ook directe toepassingen denkbaar waarvoor geen hoge onderzoeks- en exploitatiekosten nodig zijn", zegt Njie.

 

 

Deel dit artikel