Achter de schermen van het Irakese 'verkiezingssucces'

Het regende nog maar eens superlatieven in media en politieke middens. De Irakese verkiezingen waren een "groot en historisch succes" aldus president Bush. Alsof Bush bereid zou zijn om een andere boodschap te laten horen.

Sinds het officiële einde van de oorlog in Irak op 1 mei 2003 hebben hij en zijn belangrijkste regeringsfunctionarissen niet eenmaal het woord succes verbannen uit hun Irak-'statements'. Ergerlijk is dat de rest van de wereld zich uitslooft in het zo goed mogelijk kopiëren van de propaganda-statements van Bush en Blair. "Het is een overwinning van de democratie en illustreert de mobiliserende kracht van het democratische gedachtegoed voor een bevolking die al veel te lang geleden heeft onder het juk van tirannie en onderdrukking". Zo klinkt het Belgische echo uit de mond van onze minister van Buitenlandse Zaken, die zich kritiekloos laat meedrijven op het collectieve geheugenverlies. Onze minister refereert aan de dictatuur onder Saddam. Over de internationaal rechterlijk illegale en moreel verwerpelijke oorlog geen woord. Alsof die er niet geweest is. De leugens over de massavernietigingswapens, de zo goed als 'bewezen' banden met Al Qaida, de bezetting die het land in een spiraal van geweld heeft ondergedompeld, dat alles is collectief verbannen naar het onderbewustzijn. Fallujah, de stad die in april en november 2004 tweemaal in puin is geschoten en waar minstens 800 burgers, waaronder een groot aantal kinderen, zijn gedood, is voor onze minister, maar ook onze media nooit belangrijker geworden dan een simpel faits divers.

Hoe kun je nu praten over een succes als je op voorhand weet dat de verkiezingen het geweld niet zullen stoppen ? In minstens vijf van de achttien districten waren de verkiezingen een grandioze mislukking. De Arabische soennieten hebben de stembusgang grotendeels geboycot en zullen dus de legitimiteit van het verkozen overgangsparlement blijven aanvechten. De 'succesvolle' opkomst tijdens de verkiezingen is nog zo'n opgeblazen luchtballon. Adil al-Lami, de woordvoerder van de Independent Electoral Commission in Iraq (IECI), lanceerde nog voor de sluiting van de stembureaus het cijfer van een opkomst van 72 procent. Het percentage ging de wereld rond. Twee uur later wordt het plots rond de 60 procent. Dan wordt het getal van 8 miljoen kiezers gelanceerd (op een totaal van 14 miljoen) wat amper 57 procent is, etc… Als we de uiterst gemotiveerde Koerden aftrekken van het geheel, komen we net boven de 50 procent uit. Of nog een graadmeter van succes: in de VS zijn 25.000 Irakezen gaan stemmen, wat amper 10 procent is van het totaal aantal Irakezen in de VS. Er is daar blijkbaar weinig enthousiasme voor de bevrijding van Irak.

Wie kan de cijfers en de uitslag in dit door geweld geteisterd land overigens op zijn waarheidsgehalte verifiëren? Of anders gezegd, hoeveel fraude is er gepleegd. Amper 150 observatoren zouden de kiesverrichtingen hebben gevolgd, van wie het merendeel dan nog Amerikanen en Britten. Ter vergelijking : voor de Palestijnse verkiezingen waren er 900 buitenlandse observatoren voor een veel kleiner electoraat. De gouverneur van Mossoel zei dat er in vier steden van het kiesdistrict geen stemmateriaal ter beschikking was. In een interview met de Iraakse TV-zender Al-Sharqiyah TV, ontkent de verantwoordelijk van IECI dat. Wie heeft gelijk, wie trekt na ? Blijkbaar waren er daar geen observatoren om het verhaal al dan niet te bevestigen. In elk geval was het klimaat uitermate gunstig voor mogelijke onregelmatigheden. Ik heb geen regeringsleider dat soort vragen en bedenkingen horen maken. Neen, Bush proclameert het succes en iedereen springt in houding om braaf dit Bush-statement na te knikken.

Blijft nog de belangrijkste vraag. Hoe soeverein zal het overgangsparlement en de daaruit volgende president en regering kunnen handelen ? De Irakezen hebben daar ervaring mee. Tijdens het Britse mandaat in de jaren twintig werd koning Faisal op de troon gezet, die niet anders was dan een marionet in dienst van de Britse belangen. Daar veranderden de verkiezingen van 1923 niet veel aan. Ook nu ziet het er niet naar uit dat er gauw een einde zal komen aan de bezetting en de militaire, politieke en economische controle van de VS over het land. Zo is onze minister van Buitenlandse Zaken in zijn 'succes'-persbericht het bericht over de verdwenen oliedollars vergeten te melden. Volgens een BBC-bericht, verspreid de dag van de verkiezingen, is zomaar eventjes 8,8 miljard dollar van in totaal 20 miljard dollar olie-inkomsten in rook opgegaan. 40 procent van de olie-inkomsten is ontstolen aan de Irakezen. VS-regeringsfunctionarissen wijzen met de vinger naar de Paul Bremer en Amerikaanse bedrijven die zich bedienden van een carrousel van valse facturen. Weinig verwonderlijk van de man die in opdracht van de Amerikaanse regering een programma (via 'order 39) opstartte om een 200-tal staatsondernemingen te privatiseren. Raad eens aan wie ? Dergelijke berichten over de harde werkelijkheid van de bezetting van Irak geraakt evenwel jammerlijk ondergesneeuwd in het hoerageroep van onze media en politici. Vanaf het begin ging het dan ook over een oorlog om de controle van de westerse publieke opinie. Het is ongelooflijk hoeveel er verzwegen wordt, hoeveel leugens en propaganda we in onze strot hebben geduwd gekregen.

Ludo De Brabander

Vrede DOOR:

Deel dit artikel