Afghanistan heeft nood aan een strategie voor vrede

Op 7 oktober is het 10 jaar geleden dat de oorlog in Afghanistan begon. Volgens minister van Defensie De Crem slaagt de NAVO-missie er in stabiliteit te brengen. Volgens hem zijn de Afghaanse autoriteiten op weg om geleidelijk aan zelf het roer in handen te nemen en in te staan voor de veiligheid van het land. Ook op vlak van mensenrechten zouden we goed werk leveren. De werkelijkheid is anders.

De informatie uit Afghanistan zelf en de rapporten van internationale instellingen schetsen een veel minder rooskleurig beeld. De Verenigde Naties rapporteren jaar na jaar een stijging van het aantal burgerslachtoffers. Het aantal gedode buitenlandse soldaten is op twee jaar tijd meer dan verdubbeld. Op tien jaar tijd sneuvelden al 2.751 militairen. Een jaar nadat het contingent extra-troepen voor de fameuze 'surge' volledig was ontplooid, steeg het geweld in het hele land met een piek in de zomer van 2011. Dat was onder meer het gevolg van een offensief van de Taliban dat zorgde voor een record aantal burgerslachtoffers. Hoe meer de buitenlandse troepenmacht het conflict militair probeert te beslechten, hoe hardnekkiger en heviger het verzet van de opstandelingen. Reagerend als een rode lap op een stier hebben de Taliban en andere verzetsgroepen zoals het Haqqani-netwerk en de Hizb-e Islami van Gulbuddin Hekmatyar in de loop der jaren hun actieterrein uitgebreid tot zelfs in Kaboel.

Trieste balans

De balans oogt uitermate triest. De infrastructuur van het land ligt op veel plaatsen in puin. De corruptie tiert welig, wat het centraal gezag mee verzwakt. Er zijn zelfs heel wat berichten over samenwerking tussen corrupte regeringsfunctionarissen en opstandelingen.

Volgens het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) leeft 73% van de bevolking onder of rond de armoedegrens met als gevolg dat er veel honger wordt geleden en UNICEF moet stelt vast dat de kindersterfte in Afghanistan tegenwoordig tot de hoogste in de wereld behoort. Minister De Crem pakt graag uit met het hoger aantal vrouwen dat naar school gaat, maar hij verzwijgt het toegenomen geweld waarvan ze het slachtoffer zijn.
Het conflict zorgt ook voor regionale instabiliteit. Vooral de situatie in Pakistan oogt zorgwekkend. De Taliban gebruiken het land als uitvalsbasis met als gevolg dat de VS er geregeld bombardementen uitvoeren, waarbij opnieuw heel wat burgerslachtoffers vallen.

Onze regering legitimeert onze aanwezigheid in Afghanistan onder meer met de noodzakelijke strijd tegen de opiumproductie. Die is recent weliswaar wat teruggedrongen, maar is nog altijd hoger dan in 2005. De Verenigde Naties voorspellen trouwens een nieuwe stijging in 2011. Als je de rapporten van de VN leest, zie je trouwens ook dat cynisch genoeg net de Taliban er in 2001 in geslaagd waren om de opiumproductie bijna helemaal uit te roeien wegens 'onislamitisch'. Het is net de wetteloosheid van de oorlog die dit gewas zo aantrekkelijk maakt voor zowel corrupte regeringsleden als de opstandelingen, als een gemakkelijke bron van inkomsten.

Veel geld voor grote mislukking

In deze overduidelijk zinloze oorlog, die vooral extra miserie genereert, heeft België de afgelopen jaren al enkele honderden miljoenen euro gepompt. Dat is klein bier vergeleken met wat de Amerikaanse belastingbetalers al moesten ophoesten om de oorlogsinspanningen te kunnen volhouden: in totaal 460 miljard dollar.

Internationale donoren besteedden sinds 2001, 57 miljard dollar aan hulp in Afghanistan. Het gaat weliswaar maar om een fractie van de militaire uitgaven voor het land, maar is toch niet onaanzienlijk. In een begin augustus gepubliceerd rapport is de International Crisis Group bikkelhard in haar oordeel en spreekt van een complete mislukking. Meer dan de helft van het bedrag gaat naar hulp aan de Afghaanse veiligheidstroepen die tegen 2014 zelf moeten instaan voor de veiligheid van het land. Maar iedereen weet dat zij helemaal niet opgewassen zullen zijn tegen deze taak. Ook het feit dat de hulp moet passen in de 'hearts and minds'-strategie van de VS als glijmiddel om militaire doelstellingen te verwezenlijken, zorgt er voor dat de Afghaanse autoriteiten tien jaar later nog steeds niet in staat zijn om de bevolking een minimum aan basisvoorzieningen te garanderen. De enigen die wel varen bij deze oorlog zijn de wapenfabrikanten en de reconstructiebedrijven die torenhoge winsten boeken.

Afghanen zijn geen prioriteit voor NAVO

Het wordt dan ook behoorlijk ergerlijk om onze regering in koor met de NAVO te horen verklaren dat er elk jaar vooruitgang wordt geboekt. In werkelijkheid beseft men heel goed dat deze oorlog een verloren zaak is. Het komt er voor de NAVO-leiders nu vooral op aan om het land zonder al te veel gezichtsverlies de rug toe te keren en de schade voor het bondgenootschap te beperken. De trans-Atlantische alliantie heeft van Afghanistan immers een uithangbord gemaakt voor haar ambitie om mondiale politie-agent te spelen zodat de geostrategische belangen van haar leden verzekerd kunnen worden. De waarheid is dat de sociaaleconomische ontwikkeling van de Afghaanse bevolking geen prioriteit vormt. Wel is Afghanistan strategisch belangrijk voor de ontsluiting van olie- en gasvoorraden uit Centraal-Azië, dat bovendien geostrategisch gunstig ligt tussen de concurrerende grootmachten China, Rusland en India.

Strategie voor Vrede

Afghanistan heeft op vrijdag 7 oktober een ongelukkige tiende verjaardag te betreuren. Deze oorlog duurt al veel te lang. De publieke ontkenning van de harde Afghaanse werkelijkheid door de NAVO-leiders en de achterliggende belangen, maakt dat geen ernstige inspanning wordt geleverd  om een nochtans broodnodige andere strategie uit te denken. Een strategie die prioriteit geeft aan een vredesproces en de sociaaleconomische welvaart van de hele bevolking in plaats van de ontwikkeling van een oorlogseconomie zoals dat nu het geval is. Aan de basis bestaat nochtans een concrete wil en een groot potentieel om het land uit het oorlogsmoeras te trekken.

Simpel is dat natuurlijk niet, maar nu weigeren de protagonisten werk te maken van zo'n niet-militaire strategie. De Afghanen schreeuwen om aandacht en snakken naar vrede. We hebben een verantwoordelijkheid. Het oorlogsbeleid moet stoppen. Er moet nu werk gemaakt worden van een echte politieke oplossing gekoppeld aan een snelle terugtrekking van de buitenlandse troepen en een demilitarisering van de regio.

Ludo De Brabander is woordvoerder van Vrede vzw en de campagne '10 jaar oorlog in Afghanistan – Ongelukkige verjaardag'. Hij is co-auteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (uitgeverij EPO, 2009).
Vrede DOOR:

Deel dit artikel